Kunst onder invloed en veel ikken

Beeldende kunst

Sous influences, artistes et psychotropes, t/m 19/5 in La Maison Rouge, Parijs. Inl: lamaisonrouge.org****

Om me heen vijf blobballonnen. Ze zijn groot, rood, met witte stippen. Net als de vloer en het plafond. De wanden zijn spiegels, dus zijn er honderden ballonnen en vele ikken. Maar misschien bestaat deze ruimte niet en gebeurt het allemaal in mijn hoofd, want de ingang van de expositie was een tien meter lange witte tunnel gevuld met opiumdampen. Daar was ik een kwartier geleden en hier in het rodestippenkunstwerk begin ik de expositie steeds leuker te vinden.

La Maison Rouge, een jonge expositieruimte in de buurt van het Place de la Bastille in Parijs, weet met bijzondere onderwerpen en aantrekkelijk gepresenteerde tentoonstellingen een breed publiek te trekken. Vorig jaar was het de viering van honderd jaar neonlichtkunst, dit keer gaat het over kunst onder invloed.

Een van de eerste kunstenaars op de expositie, na de witte opiumgang van Carsten Höller (bekend van de glijbanen in Tate en bij Madonna en modeontwerpster Miuccia Prada thuis) is de Nederlander herman de vries. Zijn vierluik Monumenta Lamiae (1985) bestaat uit ingelijste en gedroogde planten: blauwe monnikskap, belladonna, valeriaan en moederkoorn, ooit de basis voor lsd. Op een ander werk, The Saviour (2012), schrijft hij met vele kleuren krijt een vel vol met een benevelde stroom woorden uit een paar talen. Verderop hangt van herman de vries – altijd met kleine letters – nog een doek met tientallen ordelijke grijze en bruine vegen: Ashes of Joy, de dagelijkse as van een paar maanden hasjpijp roken.

Alles op deze expositie herinnert aan het gebruik van roesmiddelen door kunstenaars. Het gaat minder over de kunst die ze onder invloed maken, maar vooral om de aanwezigheid van letterlijke verwijzing ernaar. Dat kan een ode zijn als die van Francis Picabia aan de tabak, tekeningen die Jean Cocteau maakte van opiumrokers of de visioenen van Hans Belmer die in alle hoeken en kieren verleidelijke vrouwen zag opdoemen. Francis Alÿs maakt de invloed van drugs tot het onderwerp als hij op een getypt velletje beknopt verslag van acht stadswandelingen, steeds onder invloed van een ander middel (van drank tot heroïne).

Het grappigst op de tentoonstelling is een paar blankhouten klompen van Jean-Michel Basquiat (hij overleed in 1988 op 27-jarige leeftijd aan een overdosis heroïne). Daarop heeft hij met onvaste hand geschreven: „True history. And god created great Whales.” De plaats waarop hij tot dit grote inzicht in de geschiedenis van de witte walvis Moby-Dick kwam, noteerde hij op de zijkant van beide klompenbootjes: „Voorburgwal”. Je ziet hem grinnikend zitten in een coffeeshop op de Walletjes.

Net als de neonkunstexpositie vorig jaar is Sous influences een mix van bekende en onbekende kunstenaars. Er hangt werk van Damien Hirst, Takashi Murukami, Man Ray en Nan Goldin, maar ook van velen voor wie het werk voor zich moet spreken.

Spannend is de zwart-witvideo Selfobliteration (1967) van Yayoi Kusama, waarin ze gekleed in een strak stippenpak met stippen worstelt en bomen, mensen en poezen ermee bedekt. Ze is ook de maakster van de stippenkamer Dots obsession: Infinity Mirrored Room (1998) die de bezoeker het dichtst bij de psychedelische roes brengt waar deze expositie over gaat.