Hoopvol over Afghanistan

Voor pessimisme over Afghanistan na het vertrek van de buitenlandse troepen ziet Sima Samar geen reden. „We geven verworven rechten niet op.”

Veel Afghanen vrezen dat de geschiedenis zich herhaalt: dat hun land zich na het geplande vertrek van de meeste buitenlandse troepen volgend jaar opnieuw in een burgeroorlog stort. Hetzelfde gebeurde in de jaren ’90, met enige vertraging, na het vertrek van de Russische troepen. Ook het Westen liet Afghanistan toen aan zijn lot over en in 1996 brachten de Talibaan het moe gestreden land als een soort ‘bevrijders’ onder hun controle. Maar Sima Samar, oud-minister van Vrouwenzaken en al tien jaar hoofd van de Afghaanse commissie voor de rechten van de mens, deelt zulke somberheid niet. „Ik ben heel optimistisch dat we niet opnieuw zullen afzakken naar de toestand van de jaren ’90”, zegt ze tijdens een interview in een Brussels hotel, waar ze een conferentie van het German Marshall Fund bijwoont over de fragiele toestand in de wereld. „Onze uitgangspositie is nu veel beter.”

Maar is het enige alternatief voor een burgeroorlog niet de vorming van een regering waarin de Talibaan zijn vertegenwoordigd? En betekent dat niet de afbrokkeling van vrijheden?

„Dat hoeft niet. Afghanistan is nu een heel ander land dan in 1996. Met militaire middelen alleen zullen de Talibaan dit keer niet zover komen, ze zullen meer moeten bieden. Tegenwoordig kennen mensen hen vooral van aanslagen en aanvallen. Ze vertrouwen hen niet meer zoals destijds. De Talibaan kunnen daardoor makkelijk in een isolement belanden.”

Zullen mensen zich durven verzetten tegen de Talibaan?

„Ze zullen in elk geval niet zo gauw hun nieuw verworven vrijheden opgeven, ook de vrouwen niet. De meeste Afghanen beseffen dat er veel is bereikt het laatste decennium. Er gaan nu zes tot zeven miljoen kinderen naar school, van wie een derde deel meisjes. De gezondheidszorg is, juist voor vrouwen, sterk verbeterd. Heel belangrijk vind ik ook dat er nu veel meer persvrijheid is.”

Zijn de media echt zo vrij?

„De media stellen openlijk corruptie aan de kaak en kritiseren wanbestuur van de regering. Soms worden ze daarover lastig gevallen door de autoriteiten. Niet alles is perfect, maar de pers is de afgelopen decennia nog nooit zo vrij geweest als nu. De verscheidenheid is ook sterk toegenomen. Er zijn nu, de lokale stations meegeteld, zo’n zestig televisiezenders en zo’n 400 kranten en tijdschriften. Die maak je niet zo gauw monddood. In 1996 was er maar één nationaal televisiestation.”

Veel analisten menen dat de krijgsheren al bezig zijn zich te bewapenen voor een volgend conflict. Maakt dat een burgeroorlog niet waarschijnlijker?

„Ze hebben veel meer te verliezen dan in 1996. Anders dan toen hebben de meeste van die krijgsheren inmiddels aanzienlijke materiële bezittingen. Zo zijn veel van de hoge nieuwe gebouwen in Kabul hun eigendom. Die zullen ze niet zo makkelijk op het spel zetten.”

Er zijn ook berichten dat veel mensen uit de middenklasse, die vaak wordt beschouwd als ruggegraat van de samenleving, uit voorzorg al geld naar het buitenland brengen en ‘green cards’ voor de VS regelen.

„Dat gebeurt inderdaad, maar niet in groten getale. Vooral de onzekerheid over de toekomst brengt die mensen daartoe.”

En Pakistan? Dat was destijds een drijvende kracht achter de Talibaan.

„Pakistan had toen zelf nog geen problemen met de Talibaan. Nu wel, zoals ze trouwens ook veel andere economische en politieke moeilijkheden kennen. Pakistan heeft lang in een staat van ontkenning verkeerd. Het wilde niet toegeven dat het zelf ook de kwalijke gevolgen ondervond van de onrust in Afghanistan. Het moet van zijn fouten leren.”

Kunnen ook etnische tegenstellingen, vroeger vaak een bron van instabiliteit, weer opspelen?

„Sommige krijgsheren spelen nog die kaart, voor hun eigen doeleinden. Maar ik geloof dat de meeste Afghanen beseffen dat ze samen moeten leven. Het is ook tekenend dat geen van de etnische groepen tijdens al die gevechten van de laatste 35 jaar ooit heeft geprobeerd zich af te scheiden van Afghanistan. “

Is Afghanistan dan meer geïntegreerd?

„Ja, ondanks alle problemen. De etnische kwestie wordt vooral opgerakeld door de oudere generatie. De jongere generatie heeft een andere mentaliteit. Die willen een ontwikkeld Afghanistan waar ze in vrijheid kunnen leven. Maar er moeten natuurlijk wel banen voor hen zijn als ze van de universiteit komen.”

Op de vraag of er anders toch weer oorlog dreigt, geeft Sima Samar geen rechtstreeks antwoord. Met een glimlach zegt ze slechts: „Het is heel belangrijk banen te scheppen en de sociale dienstverlening op peil te houden.”

Hoe duurzaam is de vooruitgang die u net noemde op allerlei terreinen?

„Vergeet niet dat er nog steeds wordt gevochten in ons land en dat we nog steeds erg afhankelijk zijn van de steun van de internationale gemeenschap. Het karwei is nog niet af. De Afghanen moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen, maar ook de buitenlandse partners moeten ons niet in de steek laten. We hebben nog meer capaciteit nodig, zowel voor de strijdkrachten en de politie als in de civiele sector. De nadruk heeft de laatste jaren te sterk op militaire projecten gelegen. Maar daarmee alleen kan je een land niet ontwikkelen.”

Vreest u dat de vrouw weer het kind van de rekening wordt, als het tijd is voor concessies aan de Talibaan?

„We moeten in elk geval dezelfde rechten voor mannen en vrouwen handhaven. We moeten niet toegeven aan mensen die betogen dat het bij de tradities van Afghanistan past om de vrouwen achter te stellen bij de mannen. ”

Is de toestand weer even ver als in de jaren ’60, toen u zelf als meisje onbelemmerd naar school kon gaan in de provincie Helmand, nu een Talibaanbolwerk?

,Nee, dat nog niet. Hoewel Afghanistan toen nog weinig ontwikkeld was, was het wel meer een rechtsstaat dan nu. De regering was toen zelfs zo goed georganiseerd dat het iemand die aan zijn dienstplicht probeerde te ontkomen, tot in elke uithoek kon opsporen. Er was toen ook veel minder opium, die later voor zoveel onrust heeft gezorgd.”