Geloof me, míjn schilderij is wél een Van Gogh

Dit weekend was hij weer in Amsterdam om zijn zaak te bepleiten Markus Roubrocks wéét dat zijn schilderij een echte Van Gogh is Maar wat doe je als het Van Gogh Museum zegt van niet?

Markus Roubrocks weet het zeker: zonder Van Gogh had zijn vader tien jaar langer geleefd. De man stierf vijftien jaar geleden, op zijn 59ste, aan een hartaanval. Allemaal, meent Roubrocks, door het Stilleven met Pinksterrozen. Een doek van 37,5 bij 43,5 centimeter, sinds 1977 in handen van de Duitse familie Roubrocks. Een Van Gogh, zeggen zij. Géén Van Gogh, zegt het Van Gogh Museum. Begin deze maand spande Roubrocks daarover een rechtszaak tegen het museum aan.

Een Van Gogh is pas een Van Gogh als het Van Gogh Museum zegt dat het een Van Gogh is. Erkenning door het Amsterdamse museum is een keurmerk, een waarborg die de status van het schilderij bekrachtigt – en de daarbij behorende waarde. Natuurlijk zijn er kenners buiten het museum, maar internationale veilinghuizen, beurzen en catalogi denken daar in de praktijk anders over. „Het is zeer onwaarschijnlijk dat iets zonder authenticatie van het museum als een Van Gogh wordt verhandeld”, zegt antropoloog Henk Tromp van de Universiteit Leiden. Hij schreef er het boek De strijd om de echte Van Gogh (2007) over. „Die situatie is tamelijk uniek voor deze schilder.”

Dus wat doe je als je ervan overtuigd bent dat het schilderij op je zolder een Van Gogh is, maar het museum zegt van niet?

„Het is een Van Gogh”, zegt Roubrocks tijdens zijn derde espresso in een Amsterdams café. Hij gaat volledig in het zwart gekleed, een gezette man met strak achterovergekamd haar in een paardenstaart. Hij draagt een sjaaltje om zijn nek en likt aan zijn duim voor hij de pagina’s omslaat van een gigantische ordner, de kroniek van zijn queeste.

In 1977 kwam zijn vader plots met het schilderij thuis: grove vegen geel en blauw, een vaas met bloemen. Links op de vaas staat, met wat inspanning leesbaar, ‘Vincent’. Door het dolle was hij, herinnert Roubrocks, „hij danste in zijn onderbroek door het huis”. Want de familie Roubrocks was eigenaar geworden van een Van Gogh, voor een paar duizend D-mark gekocht van een antiquair uit Düsseldorf. Hoefde alleen nog officieel bevestigd te worden.

Zes ton heeft Markus Roubrocks intussen in het schilderij gestoken, zegt hij. In verfanalyses, datering, publicaties, opslag, beveiliging. Afgelopen jaar betaalde hij alleen al 780 euro aan parkeerkosten in Amsterdam.

Een rode, losgebikte haar

De inmiddels overleden Duitse kunstkenner Georg Klusmann wijdde in 1996 een boek aan het Stilleven met Pinksterrozen en Hans Jaffé, de eveneens overleden adjunct-directeur van het Stedelijk Museum, concludeerde in 1982 na onderzoek dat het schilderij authentiek was. Het Centraal Laboratorium voor Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap zag in 1983 geen aanwijzingen dat het géén Van Gogh zou kunnen zijn, net als Mikroanalytisches Labor Jägers in Borheim, een laboratorium gespecialiseerd in chemische kunstanalyse.

En dan is er nog die haar, losgebikt uit een laag grondverf van het schilderij. Afgelopen weekend maakte Roubrocks op een persconferentie in Keulen de resultaten bekend van een DNA-test. Conclusie: mensenhaar. Roubrocks: „Een rode mensenhaar.” Hij wil het DNA laten vergelijken met nazaten van de schilder.

Zo’n tweehonderd keer per jaar wordt het Van Gogh Museum benaderd door mensen als Roubrocks. Vaak mensen die ervan overtuigd zijn, die wéten, dat hun schilderij the real deal is.

Veel meer wil het museum daar niet over kwijt. „Wij treden daar nooit over naar buiten”, zegt woordvoerder Ingrid Looijmans. „Dat klinkt flauw, maar dit zijn zaken tussen het museum en derden. Daar communiceren wij niet over.” Markus Roubrocks en zijn Stilleven kennen ze wel, zegt Looijmans. „Daar gaan we ook niets over zeggen.” Al helemaal niet over de aankomende rechtszaak. „Dat is iets tussen meneer Roubrocks en het museum. We zien de zaak vol vertrouwen tegemoet.”

Niemand houdt van slecht nieuws

Het museum wil voorkomen dat mensen een soort Tussen Kunst & Kitsch-idee bij het museum krijgen, dat iedereen zijn schilderijen maar opstuurt onder het adagium ‘je weet maar nooit’.

In 1994 werd voor het laatst door het Van Gogh Museum een schilderij uit particulier bezit aan Van Gogh toegewezen: Bloemen in een blauwe vaas uit 1886. Als het Van Gogh Museum zo’n doek onderzoekt dan is dat voor de eigenaar kosteloos. Het museum behoudt zich het recht voor om afbeeldingen van het doek te publiceren, maar kan niet garanderen dat hun oordeel juist is. En de eigenaar ondertekent een overeenkomst die stelt dat het Van Gogh niet aansprakelijk kan worden gehouden.

Dat doet Roubrocks nu dus wel. Volgens hem kwam het museum een afspraak uit de overeenkomst niet na: het doek „in alle nauwkeurigheid onderzoeken”.

Hoe dat nu verder in zijn werk gaat? Het museum zwijgt. „Ik kan alleen zeggen: we kijken nauwkeurig naar elke inzending. De ene keer is daar diepgravender onderzoek voor nodig dan de andere. Maar ja, mensen krijgen nu eenmaal niet graag slecht nieuws.”

Mensen zoals Roubrocks. Of kunstverzamelaar Bastiaan Blok. Ook hij is ervan overtuigd dat zijn Chrysanten in een vaas een echte Van Gogh is. „Maar ze doen niet eens hun best om er écht naar te kijken”, zegt hij. Zijn ‘Van Gogh’ vond hij op eBay, via een handelaar in Engeland. Hij herkende er direct de hand van de meester in, zegt hij, en een infraroodfoto bevestigde zijn vermoeden: onder de verflaag schuilt een andere afbeelding. Een schildering van een wever. „Bijna één op één met drie eerdere weverstudies van Van Gogh”, zegt Blok.

Hij nam contact op met het museum, zij vroegen hem een foto van het doek op te sturen. Een paar weken later kreeg hij een gestandaardiseerde brief terug: „Geen Van Gogh” – maar ook geen toelichting.

En daar ligt voor velen het pijnpunt. Ze voelen zich niet serieus genomen, zegt de Duitse natuurwetenschapper Erhard Jägers. Meermaals klopten mensen aan bij zijn laboratorium in Bornheim om schilderijen te onderzoeken die de toets van het Van Gogh Museum niet hadden doorstaan. Hij ziet in Stilleven met Pinksterrozen geen vervalsing. De summiere argumentatie die het museum wel bood in hun brief aan Roubrocks was snel weerlegd, zegt hij.

Drie maanden in het museum

„Er wordt wereldwijd veel waarde aan ons oordeel gehecht”, besluit Ingrid Looijmans van het museum. „Maar wij hebben geen monopolie op de waarheid, zijn geen alleenheersers. Natuurlijk hebben wij heel veel experts in huis, maar niet elke ter wereld. Het staat iedereen vrij om andere instanties, buiten het Van Gogh, te raadplegen.”

Maar een ‘nee’ van Van Gogh betekent meestal het einde van de rit voor de bezitter. „Je kunt tientallen andere experts vragen, maar het museum is nu eenmaal dé autoriteit”, zegt Andreas Blühm, directeur van het Groninger Museum. Hij werkte twaalf jaar lang voor het Van Gogh Museum als hoofd van de tentoonstellingen. Maar, voegt hij daaraan toe, „als zij nee zeggen, dan is het zeer waarschijnlijk ook geen Van Gogh”.

Stilleven met Pinksterrozen heeft in 2001 drie maanden lang in het Van Gogh Museum gelegen. Conservator Louis van Tilborgh onderzocht de authenticiteit. Zijn conclusie: de penseelstreken passen niet bij Van Gogh, de schildertechniek is atypisch en er zitten kleuren in die hij nooit gebruikte. „Het spijt me u teleur te stellen”, schreef Van Tilborgh in een brief aan Roubrocks: het schilderij is met grote waarschijnlijkheid een opzettelijke vervalsing.

Ook Blühm heeft het doek, op verzoek van Markus Roubrocks, aan onderzoek onderworpen. „Ik dacht: ik kijk er even naar en kan hem zo vertellen wat er niet aan schort”, zegt hij over de telefoon. „Maar wij hebben er niets aan kunnen ontdekken dat erop wees dat het géén Van Gogh is. Ik heb Roubrocks toen gezegd: misschien moet je het Van Gogh Museum er toch nog eens naar laten kijken. De techniek nu is natuurlijk ook een stuk verder dan in 2001.”

Maar dat wil het museum niet, zegt Roubrocks. En daarmee is, in de kunstwereld, de kous af: Stilleven met Pinksterrozen is onverkoopbaar. Het doek ligt in een schatkluis van een Engelse privébank in Zwitserland. Als Roubrocks ermee op pad gaat, is dat altijd met een escorte van beveiligers. Hij laat het schilderij voor 33 miljoen euro verzekeren.

Roubroucks ziet er een complot in. Volgens hem weet het museum donders goed dat het een echte is. In 1988 zouden ze het – via een mondeling bod – van zijn vader hebben geprobeerd te kopen, beweert hij. Tevergeefs: „Voor 1,2 miljoen gulden. Veel te weinig natuurlijk.”