De belangen van Xi, Obama en Erdogan op reis

Het wordt een weekje waarin het nieuws niet om reizende leiders heen kan. De kersverse Chinese president Xi Jinping gaat woensdag naar Moskou, president Obama vertrekt op dezelfde dag naar Tel Aviv, en donderdag komt de Turkse premier Erdogan langs bij premier Rutte in Den Haag, temidden van een diplomatieke rel over een pleegkind van Turkse afkomst dat al jaren een lesbisch stel als pleegouders heeft.

Correspondenten in Moskou, Shanghai, Tel Aviv, Washington en Istanbul, en verslaggevers in Den Haag, volgen al deze reizen. Maar wat willen we eigenlijk van hen weten? De ene reis is de andere niet, in betekenis en beladenheid. De Chinese president Xi geeft met zijn eerste buitenlandse bezoek in functie een signaal af: in Moskou kan hij met president Poetin laten zien hoe zij elkaar kunnen helpen de machtsbalans in de wereld in hun voordeel te verschuiven. Mopperen op westerse arrogantie (inzake Syrië bijvoorbeeld) kan, maar zal niet snel geduid worden als een botsing van waarden. Dit is het vertrouwde terrein van de internationale politiek: belangen, en macht.

De eerste buitenlandse reis van president Obama in zijn tweede termijn voert naar Israël. Daarna doet hij de Palestijnse gebieden en Jordanië aan. De ambitie die uit de reis van Obama spreekt is heel wat beperkter dan bij Xi. Het is een ‘onderhoudsbeurt’ van de betrekkingen. Speciale Amerikaanse initiatieven, bijvoorbeeld om vredesonderhandelingen tussen Israël en Palestina op gang te brengen, zijn niet te verwachten, heeft het Witte Huis laten weten. Obama, die een notoir slechte band heeft met de Israëlische premier Netanyahu, komt alleen bijpraten, over Iran onder meer.

Dat contrasteert nogal met het bezoek dat Obama in 2009 aan Kairo bracht. Daar sprak hij van ‘Een Nieuw Begin’ in de relatie tussen Amerika en de moslimwereld. Ook door de vorm – een rede voor een groot publiek – bespeelde Obama het register van de waarden: hij bracht een boodschap van openheid, tolerantie, wederzijds begrip. Nu volgt Obama een programma dat door critici zelfs als ‘toeristisch’ is omschreven. Hij bezoekt de Geboortekerk in Betlehem, de Holocaustgedenkplaats Yad Vashem in Jeruzalem en bekijkt de Dode-Zeerollen in het Israëlisch Museum. In Jordanië gaat hij wel langs bij de toeristische trekpleister Petra, maar niet in het vluchtelingenkamp Zaatari, waar een improvisatiestad van gevluchte Syriërs is ontstaan. Belangen staan wel op het spel, maar er is geen show.

Nee, dan de Turkse premier Erdogan. Turkse en Nederlandse politici voeren al dagen een steekspel op waarin met botsende waarden wordt geschermd: hier het belang van het kind, gevrijwaard van invloed van een ‘vreemde mogendheid’, tegen daar het Turkse ‘mensenrecht’ op opvang in de eigen cultuur. Daar valt veel over te schrijven. Toch is ook hier de vraag: wat zijn de belangen, net nu er weer enige schuchtere gesprekken op gang komen over Turkse toetreding tot de Europese Unie – waar de regering in Den Haag voor is, en Ankara steeds minder belangstelling voor heeft?