Dank aan de fabriek

Doctor Klosse zei iets lelijks over Doctor Oetker. Het was in Amsterdam op een discussiebijeenkomst over voeding en hoe het verder moet. Klosse noemde Oetker niet bij naam en ook Koopmans niet, maar hij had ze wat te verwijten. Doctor Klosse schreef een proefschrift over smaak, hij is de enige mens te wereld met een diploma lekker & vies. Hij zei dat wij, argeloze burgers, niet meer van ons zelf weten wat lekker is, maar sinds de jaren 60 van de vorige eeuw doen wat levensmiddelenfabrikanten willen. En moeten lusten wat ze maken. „Mensen denken dat ze pannenkoekenmix nodig hebben om pannenkoeken te maken.” Schuld van Koopmans? Het heerst. Kankeren op fabrikanten, die smerigheid op de markt brengen en zelfs proberen ons ermee om zeep te helpen. Verdacht maken, die lui. Het overkomt zelfs onze waterleidingbedrijven (in Nederland komt het veiligste drinkwater ter wereld vrijwel gratis uit de kraan) die door natuurgenezende goeroes worden beschuldigd van gevaarlijk knoeien.

Zo kwaadaardig was Klosse bijlange niet. Hij verkondigde alleen, dat wat wij van eten vinden, sinds de jaren 60 bepaald wordt door mensen die er belang bij hebben. Fabrikanten dus en kruideniers. Het klinkt als indoctrinatie. Maar ik vond Saroma al lekker, voordat het moest van de fabrikant. Pudding zonder vellen, leve Van Nelle! Begin erover onder mensen van ongeveer de leeftijd van Klosse (1956). Van weemoedige blikken tot juichende verhalen, zo zal Saroma spontaan worden herdacht rond de open haard. Het merk is inmiddels van Dr. Oetker en heet nu Kloppudding. Met klein onder in een hoekje op het doosje de herinnering: ‘voorheen Saroma’.

Telkens als in algemene termen minzaam wordt gescholden op de levensmiddelenindustrie die van geen kanten deugt, word ik kriegel. Ons leven hangt niet van Kloppudding af, maar men stelle zich het overleven eens voor zonder die industrie. Geen tijd zou er over zijn voor iets anders dan het bereiden van voedsel en het zou vreselijk stinken in huis.

Ver voor het begin van de moderne jaarteling werd al op industriële wijze saus gemaakt die ander voedsel beter op smaak bracht dan het veel later ontdekte stofje in zeewier, het wereldwijd gebruikte ve-tsin. De saus was het leknat uit een pap van gepekelde rottende vis. Het smaakte uitstekend; het bereidingsproces was zo goor dat de sausfabrieken ver van de bewoonde wereld werden gevestigd.

Ik maak hem zelf, doctor. Maar van halffabricaat. Een importeur van Italiaanse lekkernijen, Van Raalten in Amsterdam, wees me op een pot gepekelde ansjovis, anderhalve kilo voor rond de 25 euro. Tover ik mee, thuis. Dankbaar dat ze de vis ginder voor me hebben ingelegd. In een fabriek.

Wouter Klootwijk schrijft wekelijks op deze plek over eten en keukenbenodigdheden.