Crisis sleurt Griekse persvrijheid mee de diepte in

De persvrijheid in Griekenland staat onder druk. Reporters Without Borders en de Griekse journalistenbond maken zich grote zorgen. „De ethiek is verdwenen.”

Alle Griekse kranten, zegt de journalistenbond, hebben een lijst over welke politici en bedrijven ze wel en niet schrijven. Foto Bloomberg

„In een sociale oorlog zoals die nu in Griekenland woedt, kan journalistiek niet bestaan”, zegt Dimitris Trimis, voorzitter van de grootste Griekse journalistenvakbond ESIEA. „Door alle corruptie in de bovenlaag en armoede onder de bevolking lopen de democratie en de media uit de pas.” In zulke tijden sleurt de crisis de persvrijheid aan haar hand mee naar de diepte, treurt Trimis.

Vorige maand publiceerde Reporters Without Borders haar jaarlijkse wereldranglijst, waarop de Griekse persvrijheid kelderde van plaats zeventig naar 84, de zwaarste val binnen Europa. Drie plaatsen lager sluit Bulgarije de rijen van de EU. „Griekenlands dramatische neergang is verontrustend”, meent Reporters Without Borders. In 2009 stond het land nog op plek 35. „Het sociale en professionele klimaat voor journalisten, die staan blootgesteld aan publieke veroordeling en geweld door zowel extremistische groepen als de politie, is desastreus.”

Steeds vaker komen incidenten van geweld of manipulatie naar buiten. Het zijn dan vooral de internationale kranten die de schreeuw vanuit Athene een podium verschaffen. Van de Griekse samenleving verwacht Dimitris Trimis geen steun als een volgende journalist thuis of op straat wordt aangevallen.

„Uit een recente opiniepeiling blijkt dat 90 procent van de bevolking de media en verslaggevers onbetrouwbaar acht”, zegt hij. „Vier op de tien journalisten is werkloos, die andere zes doen concessies om hun baan te behouden. Om niet failliet te gaan, bieden mediabedrijven de politieke en economische macht ‘ondersteuning’ aan. De ethiek is verdwenen – dat doorziet de samenleving maar al te goed.”

In zijn werkkamer in Athene, dichtbij het parlement, haalt Trimis zijn vinger door de stapel ochtendkranten. Achter hem kijken een twintigtal overleden vakbondsleiders vanuit geschilderde portretten mee. Trimis verbergt zijn scepsis niet. „Ik weet hoe de kranten werken, hoe de meeste hun verhalen fabriceren”, zegt hij, wanneer zijn blik op Kathimerini rust – het serieuze, conservatieve dagblad, met zijn statige voorkomen. „Zelfs daar ligt een lijst met namen; over welke politici en bedrijven wel of juist niet geschreven dient te worden.”

Intussen worden onafhankelijke journalisten gemanipuleerd of hardhandig de mond gesnoerd. De arrestatie van Kostas Vaxevanis drong afgelopen jaar het vaakst door tot het buitenland. De bekende onderzoeksjournalist drukte afgelopen oktober de ‘Lagarde-lijst’ af in zijn tijdschrift Hot Doc – tweeduizend rijke, vermoedelijk belasting ontduikende Grieken kwamen in de openbaarheid. Twee jaar verkeerde die lijst in Griekse regeringskringen, maar elk onderzoek bleef uit. Vaxevanis werd na zijn publicatie gearresteerd wegens privacyschending en niet veel later vrijgesproken, maar moet in juni opnieuw voor de rechtbank verschijnen; de openbaar aanklager vindt de eerdere uitspraak „ongeloofwaardig”.

„Vervolgingen zijn selectief en intimiderend”, vertelt Vaxevanis. „Ik zal vechten, en mijn collega’s laten zien dat angst onnodig is en dat we zorg moeten dragen voor de maatschappij, niet voor corrupte zakenmannen en politici – nu zijn journalisten verantwoordelijk voor dat corrupte systeem, omdat ze het niet verstoorden.” Hij noemt het voorbeeld van de secretaris-generaal van regeringspartij Nieuwe Democratie, die premier Antonis Samaras persoonlijk benoemde. „Afgelopen week onthulden wij dat hij betrokken was bij de vroegere militaire junta, maar de partij weigert elk commentaar en geen enkel medium neemt het bericht over. Alles wordt toebedekt. Ik ben geneigd te zeggen dat wie het riool niet ruikt, waarschijnlijk zelf de afvoerput is – dat geldt helaas voor de meeste journalisten in het Griekenland van vandaag.”

Verslaggevers die kritisch schrijven over de neonazistische Gouden Dageraad (achttien zetels in het parlement), zien mogelijk doodsbedreigingen tegemoet, of fysiek geweld. Steeds vaker doen ook anarchisten van zich spreken. In januari lieten zij bommen exploderen bij huizen van vijf journalisten, die volgens de groep corrupt zijn en meewerken aan het ‘verarmingsprogramma’ van de trojka (Internationaal Monetair Fonds, Europese Centrale Bank en Europese Unie). Twee dagen eerder drongen vijftig mannen het radiostation van Real FM binnen, en eisten dat hun solidariteitsbetuiging voor honderden uitgezette krakers werd afgespeeld.

„De escalatie van geweld is een strategie”, zegt Trimis. „Het groeit maar door, verwordt tot een alledaags, banaal gebruik.” Dat de bevolking journalisten wantrouwt, geldt daarvoor als een vrijbrief, meent hij. Publieke afkeuring blijft uit. In 2011 brak de politie de hand van Trimis bij een demonstratie die hij beschreef, een collega-journalist werd voor dood achtergelaten. „Geen enkele agent is aangeklaagd, ondanks ons bewijs. Er is sprake van volledige straffeloosheid. En dat is een politieke keuze: de regering is afhankelijk van haar sterke arm.”