brieven

Pauscommentaar was preek voor eigen parochie

Het komt op mij nogal schijnheilig over dat een krant met een duidelijk atheïstische signatuur de katholieke kerk meent aanbevelingen te moeten geven hoe ze haar problemen moet oplossen (NRC Handelsblad, 14 maart).

Zouden de kerken in West-Europa echt weer volstromen met mensen als vrouwen worden toegelaten tot het priesterambt of de nieuwe paus het homohuwelijk zou goedkeuren? Is dat wat de redactie zou willen? Of zou ze liever zien dat het geloof helemaal wegkwijnt?

En wat betreft de invloed van de kerk in Afrika en condoomgebruik, katholieken zijn notoir ongehoorzaam aan de kerk als het over seksualiteit gaat, katholieken zouden dus zeker condooms gebruiken als ze dat zouden willen.

Behalve miljoenen katholieken zijn er in Afrika ook miljoenen niet-katholieke christenen en aanhangers van traditionele godsdiensten, die helemaal geen boodschap hebben aan de paus. En moslims zijn er het allermeest. Die houden ook niet zo van condooms. En wat betreft Latijns-Amerika: zou de redactie echt gelukkig zijn als de katholieke kerk de opkomst van de Pinkstergemeentes weet te stoppen? Het hoofdredactionele commentaar lijkt mij een preek voor eigen parochie.

R.E. du Pré

Hoorn

Gymnasium doet meer

Zijn we belazerd door het gymnasium, zoals Arjen van Veelen stelt (NRC Handelsblad, 14 maart)?

Ten eerste: het Latijn is zo dood als een pier. Natuurlijk hoeft dat geen beletsel te zijn om een taal intensief te willen beoefenen, net zoals er in de zestiger en zeventiger jaren mensen waren die het ‘Elfs’ van Tolkien bezigden, maar enige relevantie heeft het niet.

Als mogelijke verklaring kan ik zelf niets beters bedenken dan valse nostalgie. Onderdompeling in een bad van taal (en cultuur) bestaat, is ook effectief, maar is tegelijk een zeer ingrijpende lesmethode: alle taalgebruik (actief dan wel passief) dat niet in het teken staat van de te leren taal, is taboe. Televisie, radio, de krant, een boek, gebruik van mobieltjes, internet, in bijvoorbeeld het Italiaans, valt binnen het kader van het taalbad en is dus toegestaan.

Maar in het geval van het Latijn vervalt dit alles natuurlijk. Dan blijft alleen de mentaliteit van het klooster over. En de kosten, die aanzienlijk moeten zijn.

Ten slotte: het gymnasium doet veel meer dan het oefenen van één enkele taal. Als de genoemde jongeman na jaren stampwerk Ovidius amper kon ontcijferen, dringt zich de gedachte op dat het gymnasium misschien niet zo geschikt voor hem was, en omgekeerd.

H. Vöge

Lelystad