Dwang

Vreten, roken, zuipen, neuken – blader een krant door en je beseft hoe de samenleving met die pijnpuntjes van de menselijke natuur in haar maag zit. In New York heeft de rechter burgemeester Bloomberg op de vingers getikt, omdat hij obesitas wil tegengaan door de verkoop van XL-bekers frisdrank te verbieden. Gaat niet door. In Nederland zijn twee longartsen de website tabaknee.nl gestart, waarop hardleerse vertegenwoordigers van de tabakslobby, zoals de moeder van vicepremier Lodewijk Asscher, ter verantwoording worden geroepen. Tegelijkertijd werkt Asscher zelf met collega Opstelten aan een notitie over misstanden in de seksbranche. En overweegt zijn partij een algeheel verbod op prostitutie. Hoerenlopers zijn dan voortaan crimineel.

Wie niet horen wil, moet maar gedwongen worden

Decennialang heerste de progressieve overtuiging dat een mens gebaat zou zijn met zoveel mogelijk vrijheid – het opheffen van het bordeelverbod in 2000 was er een late uiting van. Wie volkomen vrij was, zou vanzelf wel gelukkig worden. Daarna kwam de desillusie – wie vrij was, maakte soms, vrij vaak eigenlijk, keuzes die niet goed uitpakten Voor niemand – niet goed voor jezelf, niet goed voor anderen, niet goed voor de maatschappij. Lang dacht men dat het een kwestie van voorlichting en bewustwording was; wanneer je mensen maar vaak genoeg zou wijzen op de schadelijke effecten van hun al te menselijke neigingen, zouden ze vanzelf het licht wel zien.

Niet dus.

Vandaar de opkomst van wat ik het morele moralisme noem – de overheid gaat zich bij afwezigheid van een publieke moraal uitdrukkelijk met de negatieve effecten van de persoonlijke vrijheid bemoeien – tot ver achter de voordeur. Voor onze bestwil: het gaat de hoeders van de nieuwe moraal niet om de rekening van wangedrag (het economisch moralisme: omdat jij ongezond leeft, gaat mijn premie omhoog!). Men is er langzaam maar zeker van overtuigd geraakt dat mensen tegen zichzelf beschermd moeten worden – wanneer je mensen aan zichzelf overlevert, maken ze er immers steeds weer een potje van. Lees de rapporten, kijk naar de statistieken. Het opheffen van het bordeelverbod heeft vrouwenhandel niet teruggedrongen – dus nu het andere uiterste maar eens geprobeerd.

Wie niet horen wil, moet maar gedwongen worden.

Juist omdat het om een reactie gaat – tegen die laffe gedoogcultuur, tegen de beverige angst om morele standpunten in te nemen – lijken nieuwe moralisten als Asscher en PvdA-Kamerlid Myrthe Hilkens niet of nauwelijks te beseffen hoe glad het ijs is waar ze zich op begeven. Iedere kritiek wordt afgedaan met het aanhalen van verschrikkelijke misstanden. Hilkens: „Een groot deel van de prostituees wordt dag-in-dag-uit verkracht. Zo voel ik het, als ik bedenk dat 50 tot 80 procent van de vrouwen wordt gedwongen.”

50 tot 80 procent, dat lijkt me een onzeker percentage, maar het gaat hier kennelijk om de emotie, iedere verkrachte prostituee is er een te veel. We zijn hier ver van de gezellige Amsterdamse rosse levens van de gezusters ‘Ouwehoeren’ Fokkens. Die werden na de publicatie van hun bestseller, anders dan de vorige week ontmaskerde fantast Patricia Perquin, dan ook niet betrokken bij het Amsterdamse prostitutiebeleid.

De mens is zwak en zal zwak blijven – dat is geen excuus, maar wie je in de eerste plaats moet aanpakken, zijn de mensen die misbruik maken van die zwakheid, die de zwakheid genadeloos exploiteren: de pooiers van het consumentisme. De actie van burgemeester Bloomberg vind ik te rechtvaardigen – het is niet dat hij het drinken van frisdrank wil verbieden, hij wil alleen de fabrikanten die de consument steeds grotere hoeveelheden calorieën willen aansmeren een halt toe roepen. Tegen vrouwenhandel kan de wet niet streng genoeg zijn. En het ontmoedigen van roken heeft weinig zin, zolang de tabakslobby haar invloed tot ver in de Nederlandse politiek laat gelden. De website van de twee longartsen is dus ook te rechtvaardigen, omdat ze op redelijke toon een geaccepteerde vorm van hypocrisie blootlegt. Irene Asscher-Vonk: „Toen sigarettenfabrikant Philip Morris mij polste voor een commissariaat, heb ik getwijfeld. Toen heb ik ook mijn kinderen gebeld met de vraag of ze zich zouden schamen. Hun reactie: ‘Nee mam, als je dat doet, schamen we ons daar echt niet voor’.”

Waarom niet, vraag je je af. Als we het toch over publieke moraal hebben.

Twee jaar geleden zei de jonge Duitse schrijfster Juli Zeh tegen mij: „Mijn zorg is dat ons democratisch systeem wordt vervangen door de pseudodemocratie, waarin de staat de burgers wetten oplegt. De macht ligt dan niet langer bij de burger, maar bij de overheid die zegt het welzijn van de burger als belangrijkste doel te hebben.”

Met het speculeren over een prostitutieverbod is een gevaarlijke grens bereikt.