Wilders trekt het land in om 'verzet' een stem te geven

Geert Wilders is vanaf vandaag niet meer alleen politicus. Hij wordt een ‘activist’ en gaat een half jaar lang door het land trekken. „Wilders is een clown geworden.”

Geert Wilders gaat het verzet in. Want, zo zegt de PVV-leider, de mensen „zijn het zat om als citroenen te worden uitgeperst”. Nadat hij vorige week al een groot gelamineerd bord met zijn „verzetspamflet” naar het torentje van premier Rutte tilde en een verzetssite openstelde, gaat hij vanaf vandaag zes maanden het land in. Als eerste naar de markt van Spijkenisse.

Hij wordt, zegt Wilders, een „activist”. Een opmerkelijke stap voor een man die bijna zijn hele werkzame leven op het Binnenhof doorbracht en leider is van een politieke partij die voornamelijk in de Tweede Kamer bestaat. Doel van de PVV-leider is om met zijn toer door Nederland „miljoenen mensen in het land die tegen het kabinet zijn” een stem te geven.

De PVV staat volstrekt buiten het parlementaire spel van de afgelopen weken, waarin de coalitie van VVD en PvdA bij oppositiepartijen steun zoekt voor grote bezuinigingen. Wilders wil daar ook niets mee te maken hebben, zei hij eerder. Regering, oppositie, voor de PVV-leider is het allemaal hetzelfde: „Wij zijn als PVV geen onderdeel van de Haagse elite. Wij staan niet boven de mensen. Wij zijn een partij van principes; wij hebben een rechte rug.”

De keuze van Wilders om zijn 15 zetels niet aan te wenden voor het bijbuigen van de grote bezuinigingsoperatie van het kabinet leidt tot onbegrip van andere partijen. Waarom zit je anders in de Tweede Kamer, vragen medepolitici zich af.

Maar Wilders hekelt juist de oppositiepartijen die bereid zijn af en toe een deal met de coalitie te sluiten. Wilders: „Het heeft me nooit geïnteresseerd of ik serieus word genomen in de Kamer of niet.”

Het lijkt er vooral op dat Wilders zichzelf niet meer serieus neemt, zegt VVD-Kamerlid Ton Elias. „De PVV stelt niets meer voor, Wilders is een clown geworden.” Dat een VVD’er zich zo openlijk kritisch uitlaat over de PVV, is een teken van de afgenomen politieke invloed. VVD’ers mochten jarenlang, op bevel van partijleider Mark Rutte, niets zeggen over de electorale concurrent. Alle commentaar van VVD’ers, zeker als het negatief was, speelde Wilders in de kaart. Die kon zich aan de aandacht laven, en zich vervolgens tegen de VVD afzetten.

„Wilders had de afgelopen jaren een buitengewoon krachtig parlementair verhaal, hier en daar geholpen door de mooie oneliners van zijn secondant Martin Bosma”, zegt Elias. Maar nu, zegt de VVD’er, is het „kleuterschoolniveau”. Als bewijs haalt hij de serie moties van wantrouwen aan die de PVV de afgelopen periode al indiende. „Krachteloos en knullig.”

Wat Elias betreft is het dieptepunt de motie van PVV-Kamerlid Barry Madlener twee weken geleden, waarin hij premier Rutte opriep het Torentje te verlaten en assistent te worden van Europees president Herman van Rompuy.

Madlener probeerde deze oproep te verkopen als een „ludieke actie”, maar moest na ondervraging laat op de avond toegeven dat het wel degelijk een motie van wantrouwen was. Dus moest er direct over worden gestemd. Er waren echter te weinig Kamerleden in het gebouw om nog te kunnen stemmen. Alle andere PVV’ers waren al naar huis, ook leider Wilders, nota bene medeondertekenaar van de motie van Madlener.

Elias: „Hij neemt zijn eigen moties van wantrouwen dus niet eens meer serieus. Walgelijk, slecht voor het aanzien van het parlement.”

Het serieuze parlementaire werk van veel PVV’ers blijft vaak onzichtbaar, omdat journalisten dat negeren, zo klinkt de kritiek uit de PVV-fractie. Maar de verzetstournee is volgens Elias juist geboren uit de parlementaire tandeloosheid van de PVV.

Volgens de VVD’er kiest Wilders, die door de krant vergeefs om een reactie is gevraagd, voor de oude SP-aanpak van ‘Stem tegen, stem SP’. Elias: „De SP is ervan afgestapt omdat het niet werkte. Nu gaat de PVV het doen. Een slecht idee, dat ook nog is gejat.”

Vergelijk de PVV niet met de SP, zegt Ronald van Raak, partijideoloog van de socialisten. „Ik begrijp dat Wilders het buiten het parlement zoekt, en wens hem veel succes.” Maar, zo benadrukt Van Raak, activisme is meer dan met een „groot bord op het Binnenhof staan”.

Wilders heeft het voordeel dat hij een mediamagneet is, zegt Van Raak, maar „het genereren van media-aandacht is niet hetzelfde als het organiseren van maatschappelijk verzet”, iets waar de SP „altijd mee bezig is”. Wat de PVV nu doet, is niet meer dan het presenteren van een „leeg blik”, zegt de SP’er. „Het is inhoudsloos, en zal weer vervliegen. Want het echte verzet komt niet van ons, maar van onderop. Uit vakbonden, organisaties van burgers.”

De gedoogrol in het eerste kabinet Rutte dwingt de PVV nu haar heil buiten het Binnenhof te zoeken, zegt René Cuperus van het wetenschappelijk bureau van de PvdA. „Wilders heeft letterlijk met Rutte op het terras van het Catshuis gezeten, de PVV behoort hierdoor eerder tot het establishment dan de SP.”

Het is daarom ongeloofwaardig dat Wilders de oppositie nu verwijt de coalitie te steunen, zegt de PvdA’er, zeker omdat de PVV’ers op het dieptepunt van de crisis het kabinet van VVD en CDA lieten vallen. „De PVV heeft een dubbel geloofwaardigheidsprobleem, door te gedogen en door weg te lopen. Dat verleden wordt hun dan ook steeds ingewreven. De PVV moet daarom heel ver weg trekken uit Den Haag om te laten zien dat zij geen Haagse partij is. En dat kost tijd.”

De PVV moet volgens Cuperus verder oppassen voor de in de peilingen snel groeiende ouderenpartij 50Plus, die ook in de bres springt voor mensen die het economisch moeilijk hebben. „Met 50Plus-leider Henk Krol is er een new kid on the block. Hij heeft minder standpunten die over de top zijn, maar ageert ook tegen het uitknijpen van mensen.”

Geert Wilders moest vorige week nog een beetje wennen aan zijn nieuwe activistische rol. Aangekomen bij het Torentje in Den Haag, diende hij op een vrijdagochtend genoegen te nemen met een voorlichter van premier Rutte. De ministerraad was immers al begonnen. Wilders begreep wel, zo zei hij, dat hij niet in de Trêveszaal mocht komen. Hij vroeg de voorlichter „of hij misschien zo vriendelijk zou willen zijn” het kartonnen bord aan Rutte te geven. Dat zou hij doen.