We moeten investeren in onze leraren

Fred van Leeuwen was een van de organisatoren van de internationale onderwijstop deze week. Minister Bussemaker vindt hij een verademing, „ zeker in vergelijking met haar voorganger”.

Vrijdag 8 maart

Net terug van mijn reis naar Washington, voor overleg met de Amerikaanse onderwijsbonden en hun onderwijsminister over de internationale onderwijstop die we deze week in Amsterdam organiseren. Tijdens die top, de 2013 International Summit on the Teaching Profession die wordt gehouden in de Beurs van Berlage, gaan we praten over de toekomst van het leraarsvak en de beoordeling van onze leerkrachten. Elk jaar organiseren we bijeenkomsten samen met de OESO en een gastland, deze keer is dat Nederland. Elk land stuurt zijn onderwijsminister en twee leiders van onderwijsvakbonden.

Op de vlucht terug naar Amsterdam viel ik halverwege Life of Pi in slaap. Nu eerst naar huis voor een snelle douche, dan naar kantoor in Brussel. Op de Antwerpse ring stroomt het verkeer redelijk door.

Ik was vergeten dat het vandaag Internationale vrouwendag is. Vrouwenrechten staan hoog op onze agenda. Educaion International heeft deze week een zware delegatie in New York waar de jaarlijkse vergadering van de vrouwencommissie van de VN plaatsvindt.

Nog even bellen met Agnes Jongerius, onze special advisor on social dialogue. Ons opiniestuk over de beoordeling van leraren en de dreigende uitholling van het leraarsvak zal morgen in de Volkskrant worden geplaatst. Een mooie opmaat naar de onderwijstop van volgende week.

Zaterdag

Wat een droefgeestige dag. Er zit geen enkele beweging in de regenwolk die boven Nederland hangt. Maar de ooievaar die in ons weiland rond stapt verjaagt alle somberheid. Na een lange vlucht uit Afrika is hij (of zij) gisteren veilig geland op het nest in onze achtertuin en nu in spannende afwachting van het neerstrijken van zijn (of haar) geliefde.

Vandaag naar Eindhoven om een symposium van Beter Onderwijs Nederland (BON) bij te wonen en wat bij te praten met de voorzitter van de Algemene Onderwijsbond ( AOb) Walter Dresscher en zijn vrouw Jennifer. Minister Bussemaker opent het symposium. Een verademing, deze minister, zeker in vergelijking met haar voorganger. En voor mij kan ze echt niet meer stuk als ze zegt gecharmeerd te zijn van de Finse betekenis van het woord leraar: ‘Brenger van Licht en Kennis aan de Samenleving’. Kwaliteit en professionaliteit van de Nederlandse leraren staat bovenaan haar agenda, zegt ze. De vraag hoe dat in het vat wordt gegoten, zal nog wel enige discussie vergen, merkt Walter droogjes op.

Zondag

Vanochtend druk geklepper in het ooievaarsnest. Het paar is weer verenigd! Met Gary, mijn partner, een snel bezoek aan mijn ouders in Utrecht. Ze zijn de negentig gepasseerd en wonen nog op zichzelf, geheel in overeenstemming met het regeringsbeleid. Ik vraag hoeveel pillen ze tegenwoordig op een dag slikken. Ik zes, hij vijftien zegt mijn moeder. Nee, jij vijftien en ik zes, corrigeert mijn vader haar. Eenentwintig pillen dus. Valt mee volgens de thuiszorg, verzekeren ze me.

Maandag

Op het mediapark in Hilversum de weg kwijtgeraakt. Ik ben nog net op tijd voor een interview met Tessel Blok en Ger Jochems in Villa VPRO. Ik kan mijn verhaal mooi kwijt: om onderwijskwaliteit te verbeteren moeten we allereerst investeren in onze leraren, in hun opleiding en in hun beroepsontwikkeling. En: een leraar kan niet zo maar worden afgerekend op de prestaties van leerlingen. Die stelling zullen we ook op de onderwijstop verdedigen. ’s Avonds een debat op Radio 5. Als een school niet aan de kwaliteitseisen voldoet, dan moet je die gewoon sluiten, vindt een mevrouw van Leefbaar Rotterdam. Ik zeg dat het veel verstandiger is scholen en leraren te helpen hun onderwijs te verbeteren, in plaats van ze te straffen. Ze ziet niets in coaching en bijscholing; dat is softe gedoe. Hier spreekt doortastend Nederland.

Dinsdag

Ik worstel met mijn speech voor morgen. De minister, een directeur van de OESO en ikzelf moeten een openingsrede houden. Maximaal vijf minuten is de afspraak. Het lukt me nooit om in die tijd ons standpunt voor het voetlicht te brengen. Uiteindelijk zit ik op achthonderd woorden; ruim zeven minuten. Mijn voorzitter, Susan Hopgood, secretaris van de Australische Onderwijsbond, is na een reis van ruim 24 uur uit Melbourne in Amsterdam aangekomen. Ze is uitgeput. Heb haar toch meegesleept naar een etentje, van het ministerie van Onderwijs, waar ze kennismaakt met minister Bussemaker, staatssecretaris Sander Dekker en hun ambtenaren.

Woensdag

De onderwijstop is begonnen. Het is een bijeenkomst van vijfentwintig landen met de best presterende onderwijsstelsels ter wereld. Er zijn ongeveer vierhonderd deelnemers, met veel leraren uit Nederland. Na het welkomstwoord van de Nederlandse onderwijsminister, is het mijn beurt. De kern van mijn betoog: als je kwaliteitsonderwijs wilt moet je leraren de ruimte en de tijd geven, moet je ze vertrouwen schenken en moet je de voorwaarden scheppen zich te verbeteren. Zeven minuten heb ik nodig. Vandaag gaat het er om vast te stellen wat we precies verstaan onder kwaliteit van leraren en wie daar over beslist. De delegaties van Zweden en de VS doen de aftrap en leggen uit hoe hier in hun landen over gedacht wordt. Uit de discussie die volgt blijken er twee stromingen te zijn: de ene wil zo veel mogelijk aan de leraren zelf en aan hun organisaties overlaten, terwijl de andere stroming de nadruk legt op externe toetsing van de kwaliteit van de leraar en op de verantwoording die moet worden afgelegd aan de belastingbetaler.

Het gezelschap wordt met rondvaartboten naar het Scheepvaartmuseum gevaren voor het traditionele diner. Staatssecretaris Sander Dekker houdt een mooie toespraak en prijst onze leraren de hemel in. Ik weet niet of dat zal werken als tegelijkertijd het kabinet aan de nullijn vasthoudt.

Donderdag

Hoe worden leraren beoordeeld? En wat voor systemen kun je daarvoor ontwikkelen. Nederland en Nieuw Zeeland leiden de discussie in. Alle onderwijsorganisaties zetten vraagtekens bij kostbare en ingewikkelde evaluatiesystemen die niet bijdragen aan de beroepsontwikkeling van leerkrachten, maar ze juist afschrikken. Astronaut André Kuipers komt langs om over de leraren te praten die zo’n belangrijke rol in zijn leven gespeeld hebben. De meeste jurisdicties zijn het er wel over eens dat kwaliteitsonderwijs het product is van schoolteams, en niet van een individuele leerkracht. Bovendien is niet alles te meten. Ik verbaas me over de secretaris-generaal van de OESO, de man van de internationale ranglijstjes, die vandaag mee debatteert. Alles wat je niet kunt meten kun je ook niet managen, zegt ie. Hier spreekt een nieuwe industrie, een snel groeiende ‘meet-markt’, vrees ik, waarin miljarden te verdienen zijn, en die dus alles, zelfs het onmeetbare, wil opmeten. Besteed dat geld toch aan verbetering van de leeromgeving!

Tenslotte noemt elk land drie voornemens waar het komende jaar aan gewerkt gaat worden. Nederland wil jonge leerkrachten gaan coachen om te voorkomen dat ze te snel afhaken. Als alle goede voornemens werkelijkheid worden, zijn we wat verder gekomen. Nog wel even langs jullie ministers van Financiën, stel ik voor.