Wat kan mij de bouw schelen?

Welk recent bekokstoofd polderakkoord je ook pakt, ergens in een achterkamer zie je Elco Brinkman handen schudden en een kopje koffie drinken met politici die gaan over de zakken met belastinggeld. Van de week nog zagen we hem bij Nieuwsuur, alwaar hij provincies aanspoorde hun miljarden te investeren in de bouw, de sector waarvan hij zelf de beschermheilige is.

Hij figureerde prominent bij het Woonakkoord. En nu de lobbyclubs van werkgevers en vakbonden onderhandelen over een Sociaal Akkoord zit hij ongetwijfeld ook ergens aan een tafel. Want Elco Brinkman is als voorzitter van de lobbyclub van bouwbedrijven Bouwend Nederland én als CDA-senator een belangrijk figuur in Polderend Nederland.

Zijn invloed wordt nog eens vergroot doordat Bernard Wientjes, baas van de overkoepelende werkgeversclub VNO-NCW, de bouw ziet als één van zijn kernzorgen. Eind november waarschuwde Wientjes in Het Financieele Dagblad Rutte II voor de laatste maal: „Het kabinet moet nu een doorbraak forceren om de bouw- en woningmarkt te redden.” Het ‘irriteerde’ Wientjes dat iedereen maar om die ‘hete brij’ heen bleef draaien. Want als een deel van de 800 miljard euro aan spaargeld die in de pensioenfondsen zit, nou eens geïnvesteerd zou worden in de hypotheekportefeuilles van de banken... dan zouden die banken weer gaan uitlenen en kwamen de bouw- en de woningmarkt eindelijk weer op gang. Goed voor bouwbedrijven, goed voor de economie, goed voor iedereen.

Deze week kreeg Wientjes zijn zin. Bankier Kees van Dijkhuizen, door het kabinet ingehuurd als ‘verkenner’, maakte een uitwerking van het plan-Wientjes bekend. Pensioenfondsen willen best in die hypotheken investeren, als de staat maar garant staat. Het plan werd met gejuich ontvangen.

De vraag is waarom. Want waarom moet een markt gestimuleerd worden waar de overheid – via de Nationale Hypotheek Garantie – al garant staat voor 65 procent van de nieuwe hypotheken? De bouw is sowieso een sector waar de overheid meer dan gemiddeld garant staat, stimuleert, subsidieert, stut, et cetera. Of het nou gaat om woningen, wegen of ander vastgoed.

Sinds de crisis van 2008 verordonneerde elk kabinet zijn eigen stimuleringsplan voor de bouw. Een onvolledige greep: de Crisis- en Herstelwet (2009), het lage btw-tarief voor verbouwingen (2013), pakweg 50 miljoen euro voor de bouw (2012), 300 miljoen voor de bouw (2009), hogere staatsgarantie op hypotheken (2009). En de sector was vóór de crisis ook al niet bepaald verstoken van hulp. In 2008 telde een ambtelijke werkgroep de impliciete subsidies voor de woning- en huurmarkt bij elkaar op: bijna 23 miljard euro. Wientjes past dus eerder dankbaarheid dan irritatie over de reddings- en hulpacties van de overheid.

De liefde voor de bouw valt moeilijk te begrijpen. De sector blinkt niet uit in innovatievermogen of productiviteit, en de heersende moraal is op zijn minst dubieus te noemen. Er werd nog maar kortgeleden op grote schaal gefraudeerd (de vastgoedfraude, de bouwfraude, SNS Reaal). Zwartwerken is er ingeburgerd. En de arbeidsinspectie surveilleert bij grote bouwprojecten permanent om gesjoemel met buitenlandse arbeiders tegen te gaan. Laatst nog constateerde uitkeringsinstantie UWV dat veel werkgevers in de bouw misbruik maken van de vorstverletregeling, een speciale WW-uitkering. Een op de vijf bouwvakkers werkte, terwijl hij officieel thuiszat wegens vorst.

Ja, de bouw heeft het zwaar. En dat is slecht voor de economie. Ja, er worden veel mensen ontslagen. Maar die malaise is pure noodzaak – en geen vlekje dat je met wat geld weg poetst. De kredietgekte in de financiële sector en de investeringsgekte in de bouw gingen hand in hand. Er zijn te veel kantoren gebouwd en nu staat pakweg 8 miljoen vierkante meter kantoorruimte leeg. Er zijn te hoge hypotheken verstrekt, daardoor stegen de huizenprijzen tussen 1990 en 2000 met 160 procent en nu is bij 800.000 mensen de hypotheek hoger dan de waarde van het huis. Hoezo, red de bouw? Dat leidt slechts tot uitstel van het onvermijdelijke. Van de bouw en de financiële sector moet je het niet meer hebben en niet meer wíllen hebben.

In weekblad Elsevier toont Brinkman zich deze week hard voor gemeenten die de mist ingingen met bouwprojecten: „Daarvan zou ik als Rijk zeggen: dat wou u zo graag, zoekt u het zelf uit”.

Prima, Elco, practice what you preach, en laten we eens grondig saneren in die onoverzichtelijke brij aan stimuleringsprogramma’s voor de bouw, waar Nederland als geheel weinig mee opschiet.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.