VS: raketdefensie om Noord-Korea

Dreiging aan weerszijden van de Grote Ocenaan. Studio NRC

In een poging om de nucleaire ambities van het Noord-Koreaanse bewind af te schrikken, gaat de Amerikaanse regering extra anti-raketsystemen plaatsen bij de westkust van de Verenigde Staten.

De net benoemde minister Chuck Hagel van Defensie heeft vrijdag aangekondigd dat er op de bases Fort Greely in Alaska veertien zogeheten ‘raketonderscheppers’ extra worden geplaatst. En in Japan zal Amerika een ‘radarvolgsysteem’ bouwen. Eerder versterkte Amerika ook raketafweer op de marineschepen die momenteel deelnemen aan een militaire oefening met Zuid-Korea.

Volgens Hagel is dit een antwoord op de groeiende nucleaire dreiging vanuit Noord-Korea aan de andere kant van de Stille Oceaan.

Noord-Korea, waar volgens de VN een kwart van alle kinderen aan ondervoeding lijdt en 16 miljoen burgers nooit zeker weten of ze avondeten hebben, testte vorige maand voor de derde keer zijn capaciteit om (nucleaire) raketten te lanceren. „De VS staan pal tegen agressie”, aldus de minister, die tot 2009 senator voor de Republikeinen was.

De veertien antiraketsystemen, zogeheten Ground Based Interceptors (GBI’s), kosten een miljard dollar en moeten voor 2018 geïnstalleerd zijn.

Het totale aantal raketonderscheppers komt dan op 44. Op bases in Alaska en Californië staan al 30 GBI’s opgesteld. Met de aanvulling, waartoe Hagel nu heeft besloten, volgt president Obama het plan van zijn voorganger Bush jr. die in totaal 44 systemen wilde bouwen. Obama wees dat voornemen in 2010 nog af.

Een GBI moet een vijandige raket boven de oceaan traceren en uit de lucht halen voordat die doel kan treffen. Proeven met GBI’s hebben tot nu niet uitgewezen dat dit onderscheppingssysteem adequaat werkt. Het Pentagon erkent de problemen. De extra GBI’s in Alaska zullen pas worden geplaatst als de testen goed verlopen. Minister Hagel wilde niet zeggen wanneer hij met de plaatsing denkt te beginnen. „We hebben vertrouwen in onze systemen”, zei hij slechts. (AP/AFP/Reuters/NYT)