Van de Herengracht naar de gevangenis

Anna Divera pleegt overspel met de knecht en wordt door haar man het huis uitgezet.

Op 24 januari 1736 wordt Nicolaas Hasselaar, schepen van Amsterdam, opgetrommeld uit het stadhuis. Zijn meid laat hem halen. Gealarmeerd neemt Hasselaar schout en dienders mee. Eenmaal thuis duwt de meid de deur van de slaapkamer open. En daar liggen ze, in Hasselaars eigen bed: zijn vrouw en de knecht. Arresteer die man, roept Hasselaar, maar de schout wijst hem er op dat hij dan ook diens vrouw zal moeten inrekenen. Doe de zaak dan maar met getuigen af, want ik heb mijn vrouw daar veel te lief voor, besluit Hasselaar, waarop de schout vertrekt, en de knecht zich uit de voeten maakt.

Het verhaal is ontleend aan Jacob Bicker Raije, de Amsterdamse chroniqueur die tussen 1732 en 1772 aantekening maakte van het nieuws in zijn stad. Bij hem is Amsterdam niet langer het centrum van de wereld, maar een bedaagde, tamelijk decadente regentenstad, waarin de elite tevreden teert op oud geld terwijl de onderklasse wegkwijnt. De handel stagneert, de bevolking krimpt, bouwgrond ligt braak – de stad doet in weinig meer denken aan de bruisende metropool van eerder.

Anna Divera Hasselaar, geboren Kick Pancras – zij is het die met de knecht in bed ligt – woont in het huis van Bartolotti. Haar grootvader, de Amsterdamse burgemeester Gerbrand Pancras, kocht het in 1717. Na de dood van haar grootmoeder, naar verluidt ook al niet van onbesproken gedrag, is het huis op Anna overgeërfd. Haar ouders zijn gescheiden toen ze één jaar oud was – een schande in die tijd. Ondanks deze bedenkelijke achtergrond slaagt Anna er in een alleszins respectabel huwelijk te sluiten met een lid uit een patriciërsfamilie, daarbij ongetwijfeld geholpen door het fortuin van haar grootouders.

Aan dat huwelijk komt nu een einde. Of het werkelijk Hasselaars liefde is geweest die de arrestatie in de weg heeft gestaan, valt te bezien. Overspel was strafbaar, en de schande van een vonnis groot. In de betere standen regelde men zulke zaken liever zelf. Nog geen tien dagen na haar vertoning zit Anna in het Verbeterhuis – een semi-particuliere instelling waar welgestelden tegen betaling hun ontspoorde familieleden laten opsluiten, om zo de schande te beperken. In de tussentijd zijn ook de formaliteiten rond de scheiding al rondgekomen. Anna draagt een deel van haar bezit, waaronder het huis, over aan haar zoon, maar zolang die nog minderjarig is staat het vruchtgebruik aan haar ex-man.

Het is nogal een overgang, van de Herengracht naar de gevangenis. En een vernedering, al is het Verbeterhuis een inrichting met allure. De kostgangers, zoals de gevangenen heten, wonen ruim, en Anna heeft zelfs een meid tot haar beschikking.

Anna moet zes jaar zitten, maar weet na een jaar met hulp van buitenstaanders door een venster te ontsnappen. Ze vlucht eerst naar Emmerik, keert later terug naar Holland, en trouwt in 1742 in Scheveningen met de Amsterdamse oplichter Paul Bennele. Ze leven samen op grote voet van de haar resterende bezittingen, tot hun schulden te hoog zijn opgelopen en ze in 1752 weer scheiden. Anna sterft in 1769.

En Nicolaas Hasselaar? Hij blijft na de affaire nog twee jaar wonen in het huis aan de Herengracht. Vervolgens vertrekt hij vanwege een nieuw ambt naar Middelburg, waar deze geschiedenis hem ongetwijfeld minder zal hebben achtervolgd.

Lees verder op pagina 26: De bewoners van het Bartolottihuis.