Niet oordelen

schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: boeddhisme.

Ik word boeddhist. Een interview met hoogleraar en boeddhist Matthijs Schouten in NRC DeLUXE van vorige week heeft me de ogen geopend. „We zijn hier in het westen erg opgevoed met schuldgevoelens”, zei hij. „Dat is iets wat je in het boeddhisme helemaal niet tegenkomt. Als je iets fout doet, doe je het fout. Dat is wat er nu gebeurt, de volgende keer doe je het anders en dat is dat.”

En dat is dat. Ik ben opeens heel erg klaar voor dit gedachtengoed. Niet meer oordelen. Leren leven met de veranderlijkheid der dingen.

Waarom zou ik me nog altijd schuldig voelen over het feit dat ik zestien jaar geleden mijn drie maanden oude dochter (ze kon nog niet eens haar hoofdje recht houden) in een crèche heb gestopt waar ze aan het einde van de dag naar een vreemde vrouw rook die wel tijd had om haar op schoot te nemen? Dat was toen. Nu zit ze gezellig bij me aan tafel haar nagels te lakken. Goed, zometeen verdwijnt ze nogal schaars gekleed naar het Leidseplein, maar daar heb ik als boeddhist dus geen oordeel meer over. Dat is nu. Later zal ze me in huis nemen en voor me zorgen – of niet natuurlijk.

Een boeddhist beheerst de kunst om niet op de zaken vooruit te lopen. Dus als mijn huidige verkering mij ’s ochtends koffie en een boterham met roomboter en Iberico-ham op bed brengt, dan denk ik voortaan niet meer: binnenkort heeft hij genoeg van me en kan ik mooi zelf weer mijn ontbijt maken. Dat zien we dan wel weer. Doe me nu nog maar een stukje zoute chocola bij de koffie.

Zouden boeddhisten minder problematische scheidingen hebben? Als je elkaar ziet als ‘work in progress’ en dus nooit zegt ‘Ja, maar toen zei je’ of ‘Jij bent altijd zo’ – boeddhisten schijnen dit soort zinnen in te kunnen slikken – dan valt zo’n breuk vast minder rauw op je dak. Als je dan afscheid moet nemen van je Franse huisje – waar ooit tussen de schommel en de trampoline de ezel en de shetlander graasden, terwijl je bij het vuur Champagne zat te drinken – dan doet dat nog wel pijn, maar dan heb je misschien niet het gevoel dat er iets is geamputeerd dat nooit meer aangroeit. Dan voel je het verdriet en denk je: ik zoek wel weer een ander huisje.

Zo ver ben ik nog niet. Maar sinds ik boeddhist ben, vind ik het wel een stuk minder erg dat we in de meivakantie niet naar de zon gaan. Vorig weekend heb ik met mijn dochters behang afgestoken in het nieuwe zolderkamertje en dat was ook heel ontspannend. Dus nu gaan we klussen in de vakantie. En ik voel me niet schuldig omdat ik mijn kinderen daar voor betaal. U noemt dat omkopen? Dat komt omdat u niet op weg bent een vrolijker, frustratievrij mens te worden. En in dat zolderkamertje ga ik trouwens gewoon laminaat leggen. Boeddhisten kunnen heel goed zonder oordeel naar goedkoop kliklaminaat kijken.

En stazaksoep eten. Want als je goed kijkt, weet ik nu, dan kun je in een zak soep de zon zien schijnen. Want zonder zon geen stazaksoeptomaat. En in die soepzak kun je ook de kweker zien die de tomaat geplant heeft. En het brood en het graan dat die kweker elke dag at, dat zit ook in die zak. Uiteindelijk is er niets aan te wijzen dat niet in die stazaksoep zit. (Deze manier van denken komt van een Vietnamese zenmonnik, hij gebruikte een tulp als voorbeeld, maar met stazaksoep gaat het ook.)

Dus als mijn dochters voortaan de zon in hun mobiele telefoon zien schijnen, lepel ik vreugdevol mijn kommetje leeg. En dat is dat.