Neurobabbel in de rechtszaal

De Belgen hebben een primeur. Ik doel op iets dat onlangs gebeurde in de zaak tegen Kim De Gelder. De Gelder (24) is de man die in 2009 eerst een bejaarde vrouw vermoordde en daarna een kinderdagverblijf binnendrong en er een leidster en twee kinderen doodstak. Is De Gelder ziek of slecht? Moet hij naar de psychiatrische inrichting of naar de gevangenis? Dat zijn de vragen waarvoor het Gentse assisenhof zich momenteel geplaatst ziet. En niet alleen het hof. Ook nabestaanden en slachtoffers die het overleefden, zal het uit de slaap houden.

Dus ziek of slecht? Doorgaans zijn het psychiaters en psychologen die de vraag proberen te beantwoorden. Ze interviewen de verdachte, nemen tests bij hem af en leggen dan aan de rechtbank uit wat ze gevonden hebben. Het gaat ze zelden makkelijk af. Zo was het ook in de zaak tegen De Gelder. Tot zover niets nieuws onder de zon. Maar toen nam de discussie een bijzondere wending: er werd in de rechtszaal uitvoerig gebakkeleid over hersenfoto’s. Dat hebben we in Nederland nog niet gezien.

Het zat namelijk zo: er waren hersenscans bij de Gelder gemaakt. Daarop stelden experts ‘een significant en uitgebreid perfusiedeficit vast, thalamair bilateraal en ter hoogte van verschillende associatieve gebieden in de temporo-parieto-occipitale cortex’. Wanneer ik als jurylid of rechter zoiets zou horen, zouden er een paar dingen door me heen gaan. Ten eerste: tjonge, wat kunnen ze toch veel tegenwoordig. Ten tweede: perfusiedeficit klinkt heel ongezond. Ten derde: kan de Gelder er iets aan doen dat hij een perfusiedeficit heeft?

Ik zou daarom aandachtig luisteren als een neuro-expert in de rechtszaal zou komen uitleggen wat een perfusiedeficit is. Hoe dat gaat, laat zich ongeveer raden. De expert staat bij een soort weerkaart van het brein. Hij wijst met een stok naar de binnenste hersenkernen en zegt: kijk, dit is de alarmcentrale van onze hersenen. Als we voor sommige dingen terugdeinzen, komt dat omdat dit hersendeel ons waarschuwt. Maar dan moet er wel voldoende bloed doorheen stromen. Bij u, geachte jury, is dat evident het geval. Daarom zit u aan deze kant van de tafel. Maar het ligt anders bij mensen die ziek zijn in hun hoofd. Mijn collega’s hebben aangetoond dat hun alarmcentrale nooit gaat loeien, zelfs niet als je hen confronteert met de meest aangrijpende plaatjes. En nu kom ik bij het hersenplaatje van de verdachte: wat we zien is een gebrekkige doorbloeding – een perfusiedeficit – van precies dat deel van het brein.

Als jurylid of zelfs rechter zou het me moeite kosten om te begrijpen waarom zo’n betoog kletsica is. Maar kletsica is het. Zo weet niemand wanneer een perfusiedeficit dermatig ernstig is, dat je er echt ziek van wordt. Een ander punt is dat neuro-experts in hersenplaatjes zien wat ze graag willen zien. “Hersenscan van verdachte De Gelder? Ja, natuurlijk, daar moet iets behoorlijk fout zijn.” Neem dat onderzoek waarbij specialisten naar scans keken waarin de afbeelding van een gorilla was gephotoshopt. Tachtig procent zag de gorilla over het hoofd. Zo kan het ook gaan met perfusiedeficiten: ze vallen op in de hersenplaatjes van verdachten, maar niet in die van u en mij.

Trouwens: wat gebeurt er eigenlijk als je verdachten in een hersenscanner legt? We weten dat veel van zulke mannen bedreven zijn in het simuleren en manipuleren. De ene keer zeggen ze stemmen te horen; de andere keer zijn ze hun geheugen kwijt. Ze spelen dat met overgave. Reken maar dat ze een driedubbele dosis van hun medicatie slikken zodra ze de hersenscanner in gaan. Dat kan artefacten van jewelste uitlokken. Het punt is dit: het is naïef om te denken dat hersenplaatjes niet vertroebeld kunnen raken door obstructie van verdachten.

Dan is er nog een fundamentele kwestie. Stel dat op het hersenplaatje van een verdachte als De Gelder een allemachtig groot perfusiedeficit is te zien. Duidelijk afwijkend en niet het resultaat van obstructie. Echt ziek. Stel allemaal. Nou en? Beweren dat een aantoonbare hersenafwijking een verdachte ontslaat van zijn verantwoordelijkheid, is een redeneerfout maken die bekend staat als de psycholegal error. Daarbij zie je over het hoofd dat verdachten suikerziekte, aambeien of een hersenafwijking kunnen hebben en toch bij hun volle verstand een misdrijf kunnen plegen. Sommige mensen zijn ziek én slecht. Zeker, een hersenziekte kan ook forse beperkingen opleggen aan het verstand. Dan wordt het een ander verhaal. Maar als een ziekte zo’n beperkend effect heeft, kun je dat weer niet zien op een hersenplaatje.

Dus de Belgen hebben een primeur. Het is er een die de beraadslaging in de rechtszaal alleen maar compliceert. En dat op een gevaarlijke manier. Want kletspraat van psychiaters en psychologen valt in de rechtszaal snel op. We lachen eens hartelijk als zij in een boomtekening van de verdachte pre-oedipale verlangens menen te zien. Perfusiedeficit is moeilijker te herkennen als lullificatie. En daarom stukken geniepiger.