Modder dóór!

Joggen is voor watjes. Een stormbaan lopen is het echte werk. Dit weekend is de Mud Masters Obstacle Run.

Er zijn mensen die altijd al eens een stormbaan hadden willen nemen. Die mensen doen meestal zittend werk, vaak achter de computer. In elk geval binnen.

Die mensen doen dit weekend mee aan de Mud Masters Obstacle Run, in de Haarlemmermeer, vlakbij Schiphol. Zij rennen een parcours van zes of twaalf kilometer. Onderweg zullen ze op hun buik door de modder tijgeren, onder een net van prikkeldraad door (Battle Field). Zij zullen door water waden, over muren klimmen (Great Walls), door lange netten klauwen (Pirate’s Nest), over grote lappen plastic glibberen (Slide Ride), over bergen autobanden klimmen, tussen brandende en rokende hooibalen zigzaggen (Walk of Fire).

Waarom ze dat doen? Ze vinden het leuk. De Mud Masters Obstacle Run is waanzinnig populair. Vorig jaar oktober werd hij voor het eerst gehouden in Nederland. 4.000 mensen deden mee. Dit weekend zijn dat er 8.000. Zoveel dat ze verdeeld moesten worden over twee dagen: 4.500 op zaterdag en 3.500 op zondag.

Het is zwaar. Heel zwaar. Voordeel is dat je elkaar mag helpen. Moet helpen, eigenlijk. Je doet het samen. Het gaat niet om het winnen, maar om het afzien en de finish halen. Er wordt gestart in groepen van 300 tot 400 lopers. Alleen de eerste groep doet een wedstrijd, alleen voor hen telt de tijd. De snelste man en de snelste vrouw mogen zich mr. en mrs. Mud Master noemen.

Ieder bereidt zich op zijn eigen manier voor. Een bootcampfitnesstraining is heel geschikt. Dat is een combinatie van hardlopen, intervaltrainingen en fitnessoefeningen in een park of het bos, of op de hei. In elk geval buiten. De training doe je in een groep en duurt in georganiseerd verband een uur of vijf kwartier. Er is een explosie aan fitnessbootcampers, zo heeft The Bootcamp Club in drie jaar tijd 15.000 leden verzameld.

Bootcamp komt uit Amerika, natuurlijk. Via Engeland kwam het naar Nederland. Bootcamp betekent ‘basistraining voor rekruten’. Ieder leger heeft het. In het Duits heet het de Allgemeine Grundausbildung. Het gaat om doorzetten en afzien. Het was een marinier die het Mud Masters event vorig jaar voor het eerst in Nederland organiseerde. Een aantal bootcamptrainers zijn oud-marinier.

Zoals Kick Eduard. Hij was officier bij het Korps Mariniers, is medeorganisator van de Mud Masters en geeft bootcamptrainingen. Voor mariniers is de Mud Masters een feest van herkenning, zegt hij. „Je ziet een collega met wie je een oefening in Noorwegen deed. En een maat met wie je samen in Afghanistan diende.”

Ynzo van Zanten is geen marinier maar hij ziet er wel zo uit. Op een koude zondagochtend duikt hij even na negenen op tussen de bomen naast een parkeerplaats in de Soesterduinen. Hij draagt een grijze muts en een rugzakje voor alle autosleutels van de bootcampers. Hij hangt een bootcampclubvlag tussen twee bomen en wacht grijnzend op zijn groep.

Dat zijn tien mannen en vrouwen die qua uiterlijk je collega hadden kunnen zijn, bij wijze van spreken. Maar hun lichaam is van staal, blijkt later. (Het is een groep voor gevorderden).

In Soest worden we bijna behandeld als rekruten. We rennen het bos in, Ynzo voorop. Tot zover gaat het nog, maar dat is alleen de warming-up.

We springen over hekjes, met twee benen naast elkaar. Een keer of dertig. Bij bootcampen doe je nooit iets twee of drie keer. Men denkt in tientallen. En dóór rennen we. Door het mulle zand.

Voor het bootcampen moet je zeker geen spierwit trainingspak aanschaffen. Drie keer vijftien keer opdrukken, roept Ynzo. Iedereen laat zich meteen op het mos zakken.

Daarna moeten we in ‘squat’ (half gehurkt) tussen paaltjes door slalommen, afgewisseld met ‘planken’ (op je tenen en handen met gestrekte benen je lichaam als een plank houden). En, hup, Ynzo rent weer verder.

Bovenbenen schrijnen, spieren verzuren. Je doet de oefeningen op je eigen niveau maar je gaat verder dan wat je in je eentje in de sportschool zouden doen.

We springen als kikkers over het bospad. Trainen armspieren in tweetallen. We rennen heuveltjes op en af en komen dan op de zandverstuiving. Daar doen we de Tabata-training – genoemd naar de Japanse onderzoeker Izumi Tabata. In vier minuten ben je klaar. „Dat is het goede nieuws”, roept Ynzo. „Het slechte nieuws is dat je nog moet beginnen.” Twintig seconden doe je een bepaalde oefening en haal je alles uit jezelf. Dan tien seconden rust en dat acht keer.

Welke oefening je doet, maakt in principe niet uit. Wij doen de Burpee: Je hurkt, zet je handen voor je op de grond, springt met beide benen naar achter zodat je op tenen en handen leunt, en springt meteen weer in hurkzit. Daarna spring je omhoog. Dat dan snel achter elkaar. Ynzo roept: „Doorgaan! Niet opgeven! Springen!” De vrouw naast mij doet er zeven in twintig seconden, ik vier.

Het is even op je tanden bijten, maar daarna voel je je geweldig, zegt een bootcamper over de training. Als we later in een koffietentje wat drinken, geloof ik hem nog. Maar dan weet ik nog niet dat ik de komende dagen de trap niet meer op zal komen.