Lang leve de knieblessure

Cortisonen zijn al jaren ingeburgerd in het wielrennen. Wie het wil hoeft alleen maar ‘last’ van zijn knie of zitvlak te hebben.

„De ploegartsen verzonnen een fictief probleem – een slechte knie, uitslag op je zitvlak – en schreven een briefje waarmee je cortisonen of een dergelijk middel mocht gebruiken. De enige truc was om te onthouden welke verzonnen aandoening de dokter je had gegeven – was het je rechterknie die geblesseerd was, of je linker? Vóór de koers controleerde ik soms de papieren om er zeker van te zijn over welke knie ik moest klagen als de controleurs ernaar vroegen.”

Tyler Hamilton, The Secret Race

Een knieblessure en een briefje van de dokter: er is geen middel op de lijst van verboden middelen waar een wielrenner zo makkelijk aan kan komen als cortisonen. In principe is het medicament bedoeld om ontstekingen te remmen, maar er is een bijeffect: je kunt ervan gaan vliegen – volgens sommige renners althans. En dus wordt er misbruik van gemaakt. Zoals Argos-renner Koen de Kort zegt: „In het wielrennen loont het om te zeggen dat je pijn aan je knie hebt – en dus hebben heel veel renners last van hun knie.”

Cortisonen zijn ingeburgerd in het peloton. De één noemt ze corti’s, de ander heeft het over streepjes zetten – een verwijzing naar het aantal cc’s op de injectiespuit. Wetenschappelijk is het prestatiebevorderende effect van cortisonen nog nooit aangetoond en op lange termijn kan het leiden tot botontkalking, maar er zijn halve pelotons die erbij zweren. Volgens Jan Mathieu, arts van Lotto-Belisol en de Belgische wielerbond, kunnen renners met cortisonen „hun grenzen verleggen”.

Grenzen verleggen – volgens verschillende (ex-)renners die door Mathieu werden behandeld weet de ploegarts van Lotto er alles van. Ze verklaren dat hij de kopmannen van Lotto, onder wie wereldkampioen Philippe Gilbert, de afgelopen seizoenen prepareerde met cortisonen. Een van hen zegt: „Gilbert reed vaak op cortisonen en dat heb ik van Jan Mathieu zelf. En met mij vele anderen. Jan gaat er namelijk prat op dat hij verantwoordelijk is voor de overwinningen van Gilbert.” En een ander vertelt: „Ik heb ook cortisonen gekregen van Mathieu, zogenaamd op attest. Hij vertelde me dat hij bij Gilbert hetzelfde deed.”

Philippe Gilbert zelf meldt „verbaasd” te zijn over de beschuldigingen. Hij reageert schriftelijk, en nogal cryptisch: „Ik heb mijn beroep steeds ernstig en op de best mogelijke manier beoefend. Zowel voor, tijdens als na mijn jaren bij Lotto heb ik grote wedstrijden gewonnen, de meeste zelfs op een gelijkaardige (naar men zei voor mij ‘typische’) manier. Ik mag hopen dat dat voldoende zegt.”

Ploegarts Mathieu erkent dat hij regelmatig cortisonenspuiten zet, maar hij zegt dat alleen te doen in geval van blessures. „Daar zijn cortisonen voor bedoeld.” Van fictieve blessures zegt hij niet op de hoogte te zijn. „Maar het kan zijn dat een renner mij, of de behandelende specialist, wijs heeft gemaakt dat hij geblesseerd was.”

Dopingzondaar Philippe Gaumont, oud-renner van Cofidis, legde in het Franse dagblad Le Monde uit hoe renners misbruik maken van de regels: „Je wrijft wat zout op je teelballen en krabt er een paar keer over zodat ze rood worden. Dan krijg je van de dermatoloog een zalf, Diprosole. Daardoor kan je tegelijk Diprostene inspuiten, een verboden cortisone.”

Cortisonengebruik is van alle tijden. In de jaren zeventig en tachtig werden al massaal cortisonenmiddelen geslikt of gespoten. Peter Winnen, oud-renner van onder meer Raleigh, zegt: „Er waren renners bij om wie in het peloton hartelijk werd gelachen. Ze hadden er zoveel rotzooi – vooral cortisonen – in gegooid dat het een wonder was dat ze nog overeind stonden... Anabolen, clenbuterol, cortisonen – het is allemaal troep. Daar ging ik niet aan. Een assistent-ploegleider gaf me eens een briefje met een telefoonnummer toen ik niet lekker in mijn vel zat. Hij zei: ‘Manneke, als ge rap wilt rijden moet ge langs deze veterinair.’ Ik zei dat hij eens aan zijn bol moest voelen.”

Er zijn grofweg twee typen cortisonengebruikers te onderscheiden: renners die er harder van gaan rijden, en renners die blokkeren. Eddy Bouwmans, oud-renner van onder meer Panasonic, hoorde tot de laatste groep: „Ik was er huiverig voor, maar heb het één keer geprobeerd voor een klassieker. Dat deden veel renners. Maar ik kreeg er poten van waarmee ik achteruit fietste. Ik blokkeerde volledig. Toen was ik er nóg huiveriger voor. Ik heb het nooit meer gebruikt.”

Winnen: „Er is een magistraal verhaal over hoe je Tour kunt winnen door die rotzooi juist níet te gebruiken. In 1987 was er een tijdrit op de Mont Ventoux. Stephen Roche tegen Jeff Bernard. De soigneurs van hun ploegen spraken met elkaar. De soigneur van Roche loog: ‘We gaan ‘m helemaal volpompen met cortisonen.’ En daarom pompten de Bernards soigneurs Jeff toen ook maar helemaal vol. Bernard won de tijdrit, maar stond de volgende dag geparkeerd. Dat is nu eenmaal zo met cortisonen: je rijdt één dag hard en daarna ben je naar de kloten. Roche viel aan toen Bernard blokkeerde en won de Tour. Hahahaha.”

Cortisonen zijn vooral geschikt om één keer uit te halen. Daarom worden ze gebruikt voor klassiekers, kampioenschappen of belangrijke etappes in grote rondes. Een renner – die anoniem wil blijven – van een Belgische ploeg uit het huidige peloton zegt: „Vlak voor de Ronde van Vlaanderen kwamen de attesten binnen, voor cortisonengebruik. Alle negen renners van de ploeg waren zogenaamd geblesseerd. De ene had iets aan zijn knie, de ander aan zijn achillespees, en weer een ander had een ontsteking aan zijn reet. In de koers was er niks van te merken natuurlijk. Daar vlogen ze.”

Ook bij Rabobank werd er vóór 2008 gebruik gemaakt van de mazen in de regelgeving om cortisonen toe te dienen. Volgens bijna-Tourwinnaar Michael Rasmussen werden er valse attesten uitgeschreven door de ploegartsen. „Het waren Leinders, Van Mantgem en Van Bommel die dat deden.”

Zijn lezing wordt – met uitzondering van de betrokkenheid van Van Bommel – bevestigd door een renner die in 2006 bij Rabobank fietste: „Een hoop renners bij Rabo reden met cortisonen. De kopmannen moesten op de avond voor het NK na het eten bij de dokter komen en vertelden daarna hoeveel streepjes ze hadden gezet.” Een van die kopmannen zegt: „We reden vaak met cortisonen. Leinders of Van Mantgem zette de spuiten.”

Laurens ten Dam was in 2007 in dienst bij Unibet. Ook daar werd er gesjoemeld met cortisonen. Ten Dam: „Hoe langer je in het peloton rondrijdt, hoe meer je ogen open gaan. Bij Unibet wist ik wel ongeveer wat er gebeurde. Er werden cortisonen gebruikt. Ik deed er niet aan mee; ik wilde niks in mijn attestenboekje. Ook niet als ik verkouden was. Dan was ik maar een keer een beetje minder.”

Sinds 2007 probeert de Mouvement Pour un Cyclisme Crédible (MPCC) het cortisonenprobleem aan te pakken. De ploegen die zich achter het initiatief scharen beloven dat hun renners en ploegartsen geen misbruik maken van de regels. Renners die cortisonen gebruiken voor echte blessures mogen daarna een periode niet koersen. Argos-ploegarts Edwin Achterberg: „Als je geblesseerd bent, dan hoor je niet te koersen. Punt uit. En zeker niet met cortisonen. Het is lullig voor jongens die geblesseerd zijn en de cortisonen echt nodig hebben omdat het de optimale behandeling is – maar ik sta er wel achter. Het voorkomt misbruik.”

Maar hoe goed de bedoelingen van de MPCC ook zijn: de basis is niet veel meer dan een belofte. Voor controles om de beloftes af te dwingen was, en is, niet bijster veel steun. Bovendien was de MPCC tot voor kort nog een klein clubje – en nog altijd ontbreken toonaangevende ploegen als Omega Pharma–Quick Step en Sky op het lijstje van deelnemende ploegen.

Bij de internationale wielerorganisatie UCI is het besef inmiddels ook doorgedrongen dat er wel héél veel renners met knie- of zitvlakproblemen zijn. Vorig jaar vertelde Mario Zorzoli, chef van de Medische Commissie van de UCI, nog tijdens een vergadering met de vertegenwoordigers van de ploegen dat „cortisonen geen probleem zijn in het wielrennen”, maar afgelopen maand voerde de UCI een regel in dat renners acht dagen niet mogen koersen als ze cortisonen gebruiken. Het is na vier decennia van cortisonengebruik de eerste keer dat de UCI daadwerkelijk probeert de maas in het net te dichten.

Maar vooralsnog bestaat er geen test die accuraat genoeg is om precies te meten wanneer renners hebben gebruikt, en hoeveel. Tot het moment dat zo’n test er wel is geldt dezelfde wet die al jaren van kracht is in het peloton:

Lang leve de pijnlijke knie.