Laat de literatuur ondergronds gaan

Het boek is een gebruiksvoorwerp geworden, als een lepel of een stoel. Dat moet anders, meent Wanda Reisel.

Literatuur is een kroket geworden. Niets mis met een kroket. Maar niet altijd en niet voor eeuwig. Op dit moment is hij hot en schuift gemakkelijk naar binnen. Literatuur moet echter de kans krijgen veroverd te worden, en door telkens een nieuwe generatie. Zij moet begerenswaard zijn.

De wereld verandert. Het beeld is het antwoord op het woord. Het beeld is democratisch; begrijpelijk voor alle mensen. Maar op een dag worden de mensen moe van alle beelden en het gedruis. Dan pakken ze een boek en trekken zich terug in het donker en de rust van hun eigen hoofd.

Literatuur moet weer goud kunnen worden. Een lezer moet een sublieme roman willen opdelven. De goudmeter stijgt als het goed schaarser wordt. Literatuur begin je tot je te nemen als scholier, als student, ook al snap je het gelezene nog maar half; het wordt ‘voorgeleefd’. Die ervaring nestelt zich in een zolderhoek van je brein. En op een dag trek je een luik open en valt er licht op dat weerkaatst wordt.

‘Money makes the world go round’. Het product dat literatuur heet, het verhandelbare, begint in onze tijd sterk aan waarde in te boeten. Het is moeiteloos te verkrijgen, wordt op torenhoge stapels aangeprezen. Goed. Er wordt over geschreeuwd, en toch niet echt meer van opgekeken. Iets wat literatuur heet, is tegenwoordig ook gewoon verkrijgbaar in de graaibakken van de super. En binnenkort achter de ruitjes van een automatiek.

Schaalvergroting hoeft niet erg te zijn. Het hoeft geen punt te zijn dat een bekende grootgrutter baas is geworden van een Superboekenmarkt die een boek samen met een bamipakket en een kilo appels verstuurt. Maar de bijbehorende fruitschaal met een doorsnee van tien meter met honderdduizend kilo appels erop heeft ons wel gebracht waar we nu staan: aan een boek moet flink en door velen verdiend worden. En een schrijver moet een gloedvolle standwerker op die markt zijn. Het boek is een gebruiksvoorwerp geworden, als een pollepel of een stoel. Dat kan je als een noodzakelijke cultuuromslag zien.

Ik denk dat het anders moet.

Literatuur moet maar een tijd ondergronds. Een roman heeft haar domein in de stilte en in het donker van je hoofd. Een boek heeft het duister nodig juist om iets zichtbaar te maken op het scherm achter de ogen. Om daar indringend een unieke vermenging aan te gaan met de eigen gedachten- en verbeeldingswereld van de lezer. De schrijver die dat met zijn boek bereikt is goud waard.

Op dit moment is klatergoud zeer geliefd: het klinkt goed, ziet er mooi uit en wordt met bakken in onze ogen gestrooid. Er is niets mis met blingbling, zolang je weet waarmee je je geest behangt en wie er zijn zak mee vult. Maar voor wie meer wil, is er meer dan trein-werk-wijn. Dat is het pogen grijpen van de tijdgeest, dat waas dat over onze leefwereld ligt.

We zijn op zoek, als cirkelende vliegtuigjes. We willen onszelf, onze vrienden, onze liefdes doorgronden. We willen ons nestelen in onze tijd. We willen ertoe doen. Nu wellicht meer dan ooit. We willen weten wat er speelt in het hoofd van een ander. En of dat te maken heeft met wat wijzelf denken en proeven. „Er bestaat geen kunst om ’t gemoed te lezen op ’t gelaat”, zegt MacBeth. Wel in romans. Via alle kunst worden we op een spoor gerangeerd dat we nooit eerder gevolgd hebben en dat ons een nieuw innerlijk landschap binnen voert.

Als schrijvers moeten we van onszelf geen hoeren laten maken, maar een onuitwisbare indruk achterlaten op het scherm van ieder die zien wil in de nacht.

Dit is een tijd van bereikbaarheid. Als je wilt dan win je. Iedereen een kunstenaar. Iedereen beroemd. Maar de democratie eet zijn eigen kinderen op: operatie geslaagd, patiënt overleden. De trein van Snel naar Meer dendert voort, en inmiddels is die gestroomlijnde geldtrein allang verworden tot een blinde bulldozer die n’importe waar paden effent voor n’importe wat.

Dus de donkere diepte in, onttrokken aan het onbarmhartige alledaagse licht. Om daar begeerlijk te worden, hard-to-get te spelen, en door weet-ik-wat-voor alchemie opnieuw goud te worden. Zeldzaam te zijn. Van waarde. Subliem. Zinnen te doen klinken die opstijgen uit een donker waarvan de bodem niet te peilen is. Getuigen van een innerlijke wereld waar onze ziel en andere fluorescerende wezens leven.

Het wordt dus tijd voor de roman om te verdwijnen. Niet om zich te begraven, integendeel, om gevonden te worden.

Wanda Reisel is romanschrijfster