Kritisch zijn is soms je mond houden

Het hebben van een eigen mening is belangrijk. Maar dan moet die wel een inhoud hebben, schrijft Anouk van Kampen.

Foto Hollandse Hoogte

Helen is lesbisch. Haar buren plassen daarom in haar tuin, bekladden muren en gooien poep tegen haar ramen. Afgelopen maandag werd de documentaire Homopesten van Frans Bromet uitgezonden, waar onder andere het verhaal van Helen in voorkomt.

Nederlanders vielen na de uitzending over elkaar heen om de daden van Helens buren te veroordelen: is het zo erg gesteld met homohaat? Eerst plassen politici door brievenbussen, nu gooien gewone Nederlanders poep tegen ramen omdat ze boos zijn. Zijn deze mensen dan alle moraliteit kwijt?

Het is makkelijk om deze acties te zien als die van een gestoorde ander. Veel moeilijker is het om te beseffen dat onze eigen, verbale uitingen soms niet veel subtieler zijn dan een bruine vlek op een raam.

Kijk maar naar een heel ander gebied dan de seksualiteit, waar net zo goed de meningen – of zijn het gevoelens? – hoog oplopen: de recensie. Had je vroeger een toneelvoorstelling gemaakt, dan was de man met notitieblok in het publiek de recensent. Johannes van Dam zag je moeilijk over het hoofd als hij je restaurant binnenliep – verscholen onder de karakteristieke hoed en met een buik die zijn liefde voor eten verraadt, wist je dat er binnenkort een gevreesd cijfer voor je boeuf bourguignon in de krant zou komen. Als je een boek had geschreven, kon je – met een beetje geluk – een eerlijke recensie in een boekenbijlage verwachten.

Ook het ‘gewone’ publiek had natuurlijk een mening. Mond-op-mondreclame kon je restaurant net zo kapotmaken als de vijf van Van Dam. Een recensie kon nog zo goed zijn, maar soms bleven zalen leeg of verhuisde het boek naar De Slegte. Maar het gewone publiek is veranderd. De invloed van professionele recensenten brokkelt af en op het puin van hun autoriteit is – al een tijdje – een nieuwe held opgestaan: de internetcriticus.

Niets mis mee natuurlijk, want waarom zou je wachten op het oordeel van een ander als je intelligent genoeg bent om het zelf te vormen? Het voeren van een discussie en het leren geven van een mening kan positief zijn. Een kans om ervaringen met meer mensen te delen. Maar steeds vaker verwordt de kritische mens tot een mens die geen moeite doet om de schoonheid in dingen te zien.

De huis- tuin- en keukencriticus wordt oneerlijker. Internet maakt het natuurlijk ook makkelijk. De vriendelijke oude man, de vermoeide moeder in de Coffee Company en de vertederende puber met een hoodie half over zijn ogen getrokken, veranderen achter de computer in losgeslagen critici die alles aan een oordeel onderwerpen. Onzichtbaar onder een andere naam, met de entertoets binnen vingerbereik, is een mening snel gelanceerd. We hoeven niet meer genuanceerd, bekend of goed te zijn om te worden gelezen: het internet biedt een potentieel miljoenenpubliek.

Reactieruimtes worden vol geschreven met meningen over politici en het conflict in Syrië – of ze nu worden gelezen of niet. Blijkbaar gaan de schrijvers ervan uit dat genoeg mensen willen lezen wat ze wel of niet grappig vinden aan een kat die op YouTube van een bank valt. Onze online meningen zijn verworden tot statusupdates – wie ben ik op dit moment en wat vind ik nu? – in plaats van dat ze een discussie aangaan. Onze mening verandert in een opmerking. En dat is nog niet zo erg – het web is er groot genoeg voor – maar steeds vaker lijkt iedere reactieruimte te verworden tot een agressief gevecht met woorden. De een wordt er plotseling van beschuldigd een neonazi te zijn, in een discussie over het beste recept voor echte erwtensoep, en in een discussie over het Franse woord voor hashtag wordt Geert Wilders' politiek er op magische wijze bij gehaald.

Minister Frans Timmermans kan daarover meepraten. Die moest eind november zijn Facebookpagina sluiten omdat hij van ‘vrienden’ vervelende berichten kreeg. Hij schreef toen: „Jammer dat mijn wall zo wordt misbruikt. Vrees dat het onhoudbaar is zo. Heel jammer dat een gewone discussie kennelijk niet mogelijk is en dat feiten er totaal niet meer toe doen.” Ook PvdA-voorzitter Hans Spekman bleek regelmatig haatmails te ontvangen, met teksten als: „Ze hadden beter jou zinvol dood moeten trappen met je moslimkruiperige nikkerhondenmentaliteit. Je bent een landverrader waar de NSB nog een puntje aan kon zuigen...”

De criticus zit echter niet alleen op internet. De Nederlander bekritiseert en cyniseert ook in reallife. Als expert van alles vindt hij dat hij alles beter kan. De journalist weet niet wat hij doet, de columnist is een idioot, de politicus moet oprotten, de NS kan niks en zelfs de weergoden krijgen het te verduren – de regen is te nat, de sneeuw was even leuk maar nu te koud, de zon is te warm. De Nederlander klaagt en zeurt, maar zijn mening ontaardt steeds vaker in cynisme en agressie.

Rutte deed de afgelopen maanden meerdere keren een morele oproep. „Denk na voor u begint te schelden of te schoppen – tegen scheidsrechters bijvoorbeeld – en ga de discussie aan.” „Start het beschavingsoffensief!” Gelukkig blijft de agressie bij het gros van de Nederlanders bij woorden, maar ik herken in de problematiek niet alleen een moreel probleem. Het is ook een fundamenteel onbegrip van wat een mening zou moeten zijn.

De criticus is symptoom van een maatschappij waarin gehoord worden steeds belangrijker is dan een reden om gehoord te moeten worden. We worden opgevoed met het idee dat het hebben van een eigen mening en een individueel geluid belangrijk is. Je mening is iets waardevols. Maar kritisch zijn is niet hetzelfde als op alles kritiek geven. We verliezen uit het oog dat de mening niet zomaar van belang is: zij moet ook inhoud hebben. Een mening zonder moeite heeft geen waarde, en overstijgt het plassen door een brievenbus of het besmeren van ramen met poep nauwelijks. Dit is niet kritisch zijn: het is om het hardst schreeuwen dat de eigen mening professioneler, belangrijker en beter is dan die van de ander.

Kritisch zijn is ook de schoonheid en kwaliteit in het alledaagse willen zien – zonder de fouten direct over het hoofd te zien. Het is proberen meer te zien. Kritisch zijn is nadenken voor je typt, het zien van een mens aan de andere kant van de kabel. Kritisch zijn is soms je mond houden. Kritisch zijn kost moeite.

Anouk van Kampen is redacteur van nrc.nl