Kat en muis tussen pitcher en hitter

Nederland wordt tijdens de World Baseball Classic gecoacht door Hensley Meulens en Bert Blyleven. Twee legendes en het spel tussen hitter en pitcher.

Bert Blyleven, hier als pitcher van de Minnesota Twins in de World Series in 1987: „We moeten de slagmannen zien te temmen.” Foto Ron Vesely

Bert Blyleven (61) gaat buiten op het terras van het spelershotel in Phoenix even in een pitchershouding en ziet een boos kijkende Hensley Meulens (55) tegenover zich. Een tel later slaan de twee elkaar lachend op de schouders. Het kat- en muisspel tussen de pitcher en de hitter blijft beide oud-profs tot op de dag van vandaag fascineren. „We hebben nooit tegen elkaar gespeeld, maar we kenden elkaars kwaliteiten natuurlijk wel”, legt Blyleven uit. „Ik denk niet dat ik de bal bij hem zo makkelijk over het hek zou hebben kunnen slaan”, zegt Meulens.

Meulens en Blyleven zijn de afgelopen maanden als manager en pitching coach van Nederland aan elkaar verbonden. Ze genieten ervan hun kennis over te dragen aan jonge talentvolle honkballers tijdens de World Baseball Classic. Het succes van de Nederlandse ploeg, die in de nacht van maandag op dinsdag in de halve finale van het nieuwe WK staat, vervult hen met trots. „Het is prachtig om zoveel talenten bij elkaar te zien. Maar we zijn vanaf het begin voor het allerhoogste gegaan. En het doel is nog steeds de titel”, zegt Meulens. Blyleven plaatste na het gewonnen beslissingsduel met Cuba een foto van zijn overleden ouders bij een tweet. „Ik weet zeker dat deze twee mensen ons van boven geluk brengen”, schreef hij.

Meulens en Blyleven hebben ieder op hun eigen manier een speciale band met Nederland. Meulens groeide op in Willemstad en werd de eerste profhonkballer uit Curaçao die het tot de Major League schopte. Als ‘Bam Bam Meulens’ maakte hij naam bij de New York Yankees en was hij een groot voorbeeld voor de huidige generatie honkballers.

Blyleven werd als zoon van Nederlandse ouders geboren in Zeist, maar groeide op als Amerikaan in de Verenigde Staten, midden in de honkbalgekte. Hij werd als profpitcher een levende legende en verdiende een plek in de Hall of Fame.

Het tweetal ontvangt tijdens de Word Baseball Classic in hun kantoor en praat uitgebreid over de geheimen van de hitters en de pitchers. Meulens gaat in zijn gedachten terug naar de jaren zeventig van de vorige eeuw waar hij als zoon van een voetballer op zijn negende per toeval in aanraking kwam met honkbal. Hij werd tijdens een partijtje al snel gegrepen door de sport en bleek met zijn grote kracht een talent voor slaan te hebben. „Eigenlijk heeft het slaan me altijd wel gegrepen. Als je jong bent doe je alles op je gevoel. Dan denk je dat je iedere pitcher die tegenover je staat wel weg kunt slaan. In de loop der jaren krijg je meer ervaring en ga je er anders naar kijken. Als hitter doe je het vaker fout dan goed. Als je een score van dertig procent haalt behoor je bij de beteren. Noem nog eens een sport waarbij je zeventig procent fout doet?”

Blyleven weet al op jonge leeftijd dat zijn kwaliteiten liggen bij het werpen. „Op de high school kon ik nog wel aardig slaan, maar daarmee zou ik de top absoluut niet hebben bereikt. God heeft me vooral een sterke arm gegeven. Op mijn negentiende was ik vooral een gooier in plaats van een werper. Dan wilde ik iedereen het liefste met drie slag uitgooien. Je moet als pitcher vlieguren maken. Zoveel mogelijk wedstrijden gooien. Dan ontwikkel je je eigen stijl en neemt het zelfvertrouwen toe. Aan het begin van mijn loopbaan bepaalde de catcher vaak wat ik moest doen, maar aan het einde, op mijn 41ste, had ik zelf de leiding. Maar het is het mooiste als de pitcher en de catcher van elkaar weten wat er gegooid moet worden.”

Hitters en pitchers hebben voor een wedstrijd hun eigen rituelen. Meulens probeerde zich bij de New York Yankees altijd zo relaxed mogelijk voor te bereiden. „Ik ging altijd pas op het laatste moment naar het stadion toe. In de kleedkamer luisterde ik naar muziek, ging kaarten met ploeggenoten of we deden een potje domino. Gewoon om de gedachten te verzetten. Alle informatie over de pitchers had ik zelf verzameld in boekjes. Zeventien notebooks vol van zeventien jaar profhonkbal. Nu is alles anders. Nu kun je met één klik op een scherm zo duizend worpen van een pitcher naar voren toveren. Alles is vastgelegd. Je moet oppassen dat je de hitters niet overvoert met informatie. Bij de San Francisco Giants heb ik het als hitting coach met de helft teruggebracht. Dat pakte goed uit.”

Als Blyleven om zeven uur in de avond aan de bak moest meldde hij zich om een uur of één al in het stadion. De voorbereiding op zijn wedstrijd was hij in de dagen ervoor al begonnen. „Ik kocht alle kranten en keek wat de werpers hadden gedaan. Ik wilde altijd zo snel mogelijk de opstelling van de tegenstander weten. Ik wilde me voorbereiden op alle negen slagmensen. Voor een duel was mijn wereldje heel erg klein. Samen met de catcher nam ik de namen door, en dan bepaalden we onze strategie. Altijd was er de spanning voor een wedstrijd. De vlinders in je buik. Na een paar ballen was dat over. Dan wist je hoe de scheidsrechter besliste. Als pitcher moet je altijd op je hoede blijven. Sommige hitters voelen aan wat je gaat doen. Dan zien ze de bal zo groot als een strandbal op zich afkomen. Daarom moet je je spel voortdurend aanpassen. Je worpen camoufleren. Altijd blijven variëren.”

In aanloop naar de finaleronde in San Francisco oefende Nederland in Phoenix tegen profteams van de San Diego Padres en de Seattle Mariners. Meulens weet als coach van de Giants als geen ander dat de omstandigheden voor de hitters in het stadion door zijn ligging aan de kust zeer lastig zijn. „Hitters hebben het daar moeilijker dan pitchers. Door de wind is het nauwelijks mogelijk homeruns te slaan. We sloegen er vorig jaar met de Giants maar 24. Daar moet je je als slagman op instellen. Je moet de ballen laag proberen te houden. Maar ik geloof in de kwaliteiten van onze jongens. Die hebben ze wel laten zien. Ik zie dingen van mezelf in ze terug. Af en toe is het puur genieten, maar een moment later moet je als coach weer scherp zijn en juiste beslissingen nemen.”

Blyleven stoomde zijn pitchers klaar voor een duel op het allerhoogste podium. Nederland versterkte zich op het laatste moment nog met Kenley Jansen, profpitcher van de Los Angeles Dodgers. Blyleven gelooft in de kansen van Nederland. „Meerdere keren hebben we een duel in een inning weggegeven. Dat moet anders. Maar wat we tot dusver hebben gepresteerd was goed genoeg om hier te komen. We moeten als pitchers de slagmannen zien te temmen.”

Meulens is het daarmee eens: „De pitchers bepalen wat er gebeurt. Zij gooien de ballen.”