Ik wil gaan en alles laten staan

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Deze prenten maakte ik zelf. Ik ben geen groot kunstenaar, maar ik heb ze met veel plezier gemaakt.”

„Het was op een zondagavond, nu een week of vijf geleden. Ik lag ziek op bed. Ik had het zo benauwd, ik dacht dat ik stikte. Ik lijd aan chronische astmatische bronchitis. Een verzorgster van het huis sloeg alarm bij de huisartsenpost. Ze kreeg te horen dat er geen arts kon komen, het was te druk. Ze moest me een morfine-injectie geven.

„De verzorgster haalde er een collega bij. Ze was nogal zenuwachtig. Ze zei: ‘Het protocol schrijft voor dat ik u waarschuw: als de eerste dosis niet helpt en ik u een tweede moet geven, dan kan die door uw hoge leeftijd de dood tot gevolg hebben’.

„Intussen lag ik daar naar adem te snakken. Dan schieten er veel gedachten tegelijk door je hoofd. Aan de ene kant denk je: kom maar op met die injectie, ik heb het zo vreselijk benauwd. Aan de andere kant besef je: wil ik zo aan mijn einde komen, helemaal in m’n eentje, met m’n dochter die op twee uur rijden van hier woont en verder ook geen familie of bekenden in de buurt?

„Ik heb toen besloten: laat maar die injectie, de benauwdheid begon ook weer een beetje te zakken. De volgende dag hoorde ik van een andere verzorgster dat er die avond ook een arts in het gebouw aanwezig was. Die was nog gewaarschuwd en ook niet langsgekomen. Toen ik dat hoorde, was voor mij de grens bereikt. Mijn schoonzoon heeft een klacht tegen die dokters ingediend over de manier waarop ik die avond behandeld ben.

„Mijn eigen huisarts kwam de volgende dag. Met hem kan ik het uitstekend vinden. Hij heeft mijn verhaal hoofdschuddend aangehoord. Hij zei: ‘U moet naar het ziekenhuis, dan bent u sneller beter’. Ik zei: ‘Ik wil helemaal niet beter worden’. Hij vroeg: ‘Bent u levensmoe?’ Ik zei: ‘Nee, dat niet, maar ik ben wel moe van het leven’.

„Waarom zou ik nog opgelapt moeten worden? Ik ben een heel oude auto die van buiten misschien nog redelijk glimt maar van binnen totaal versleten is – en nieuwe onderdelen zijn niet meer te krijgen.

„Het liefst was ik naar een hospice gegaan, waar ik was gestopt met al m’n medicijnen en onder begeleiding rustig naar m’n einde was gebracht. Dat heb ik toen ook tegen de huisarts gezegd. Hij zei: ‘Ja, maar u bent niet terminaal ziek’. Eerlijk gezegd begrijp ik niet wat daar precies onder valt. In mei word ik 102 jaar!

„Ik ben eraan toe rustig en waardig te overlijden. Ik woon nu zestien jaar in dit huis, ik heb hier zoveel mensen zien wegkwijnen, ik wil dat zelf absoluut niet meemaken. Dan wordt er zo’n hoog ziekenhuisbed in je kamer gezet, met zo’n nachtkastje ernaast, glaasje water erop, kunstgebit erin, en dan lig je met gesloten ogen en een ingevallen mond op je einde te wachten. Alsjeblieft, laat me dat bespaard blijven?!

„Ik heb een hoofd dat niet meer bij mijn lichaam past. Mijn geest is scherp. Mijn geheugen is prima. M’n hoofd is bijna te klein voor al m’n herinneringen. Mijn gehoor is goed. Ik volg het nieuws. Ik kijk naar De wereld draait door, De wereld leert door – machtig interessant! Ik zie alle Kamerdebatten die op tv worden uitgezonden, al duren ze tot diep in de nacht.

„Weet je wat het is als je zo oud wordt als ik? Van je eigen generatie heb je iedereen zien wegvallen: allemaal, een voor een. Je wereld wordt heel klein. Een tijd geleden al zei ik tegen m’n dochter: ik bind me aan niemand meer, ik ben het zat, datafscheid nemen.

„Hier op het prikbord in de hal hangen soms wel negen of tien van die rouwkaarten. Ik zei een keer: ‘Zo, ’s even kijken of ik er al tussen hang’. Kreeg ik op m’n kop van een medebewoonster: ‘Daar mag je niet mee spotten!’ Gevoel voor humor moet kennelijk ook slijten als je oud wordt...

„Gelukkig heb ik een hechte familie. Alle kleinkinderen, achterkleinkinderen, neven en nichten bellen me op, ze komen allemaal op visite. Dan denk ik: gelukkig ben ik geen ouwe zeur geworden, anders zouden ze wel met een grote boog om me heen lopen.

„Mijn levenshouding is altijd geweest: als je liefde uitstraalt, krijg je die ook terug. Ik heb nauwelijks de kans gehad om te leren op school, maar van het leven heb ik een hoop geleerd. Ik ben een denker, een tobber misschien ook wel. Af en toe schrijf ik een gedicht. Als ik een bepaalde zin hoor of lees die in mijn hoofd blijft zitten, daar wellen er na verloop van tijd zomaar een paar dichtregels bij me op. Zoals deze: ‘Wat is verhuizen in dit leven?/ Het is alles pakken en dan gaan/ Wat is ’t einde van dit leven?/ ’t Is gaan en alles laten staan’. Ik ben er klaar voor.”

Tekst & foto’s

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord