General Motors floreert na afgooien oude ballast

Na jaren van miljardenverliezen ging General Motors, tot 2007 de grootste autofabrikant ter wereld, in 2009 failliet. Met hulp van tientallen miljarden dollars overheidssteun maakte het bedrijf een doorstart. Verlost van de last van het verleden leek General Motors zichzelf opnieuw uit te vinden.

General Motors produceert en verkoopt sinds de doorstart weer veel – maar nu kleinere en milieuvriendelijkere – auto’s. Foto Bloomberg

Louis Rocha (52) weet wat hij moet doen als de fabriek waar hij werkt dicht gaat. Dan pakt hij de auto en rijdt naar de volgende fabriek waar wel werk is. Drie keer heeft hij dat nu al meegemaakt. Zo kwam hij in 2000 aan de lopende band bij autofabrikant General Motors terecht.

Dus toen de autofabrikant in 2009 in de financiële problemen raakte, wist Rocha wat hem te wachten stond. En ja, de fabriek waar hij werkte, ging dicht. Toen kon hij nog een uur verderop aan de slag in een andere GM-fabriek. Tot ook die sloot. Zes maanden zat hij thuis te wachten op de doorstart van de autofabrikant en moest hij afwachten waar hij nu weer aan het werk zou kunnen. Misschien moest hij deze keer echt verhuizen, de staat Michigan uit?

Dat hoefde niet. Het werd Lake Orion, een plaatsje onder Detroit. Elke dag staat Rocha nu om half vijf op. Een kop koffie, een broodje en een half uur later staat hij op de carpoolplaats om tien collega’s op te pikken. Samen huren ze een busje om naar de fabriek te rijden. Iedereen betaalt 140 dollar per maand, voor de huur en benzine. Rocha hoeft niets te betalen, omdat hij de administratie doet en het busje beheert.

Nu zit Rocha in de kantine van de lokale vakbond. Hij is net klaar met werken. Rocha werkt in een team van vijf mensen en is verantwoordelijk voor het vastschroeven van de achterbank. „Vandaag heb ik 371 auto’s gemaakt”, vertelt hij. Zijn handen doen pijn en zijn stijf van honderden keren dezelfde beweging maken. Hij werkt nu 45 uur per week, maar als het goed blijft gaan met GM is de kans groot dat hij voortaan ook op zaterdag moet werken.

Het hoort bij het ‘nieuwe’ GM waar Rocha in 2011 weer aan de slag kon. Hij moet harder werken en heeft tien vakantiedagen per jaar moeten inleveren. En van de 15 vrije dagen die hij nu nog over heeft, moet hij er ook nog eens verplicht tien opnemen rond 4 juli, de nationale feestdag. Dan doet GM alle fabrieken dicht. Een loonstijging heeft Rocha al tien jaar niet meegemaakt en zijn pensioenvoorwaarden zijn verslechterd. Maar klagen doet hij niet. Hij is blij dat hij werk heeft. „In 2009 was ik bang dat het afgelopen was toen de ene na de andere fabriek sloot.”

Overladen met schulden en gegijzeld door torenhoge loon- en pensioenkosten ging General Motors in 2009 failliet. Het bedrijf maakte in de jaren daarvoor enorme verliezen, met een record van 38 miljard dollar in 2007. Maar met behulp van tientallen miljarden overheidssteun maakte de autofabrikant een doorstart. De Amerikaanse regering onder leiding van president Obama kon het bedrijf moeilijk failliet laten gaan. Dat zou desastreuze gevolgen hebben voor de Amerikaanse economie, zeiden economen en analisten.

En zo ontstond er een oud en een nieuw GM. In het oude bleef alles achter waar de autofabrikant graag vanaf wilde; fabrieken, gebouwen, overtollige werknemers en bijna 78 miljard dollar aan schuld. Tienduizenden mensen verloren hun baan en tientallen fabrieken gingen dicht. Het moest anders. De fabrikant moest efficiënter en goedkoper gaan werken.

Verlost van al deze last heeft General Motors zichzelf opnieuw uitgevonden. Dat lijkt gelukt. Terwijl de Europese auto-industrie in januari de laagste verkoopcijfers moest presenteren sinds de cijfers in 1990 worden geregistreerd, breekt GM weer records. Autofabrikanten als Peugeot en Renault kampen met enorme verliezen en worstelen met overcapaciteit. Te veel werknemers, te veel fabrieken. Maar GM boekt weer miljardenwinsten. Vorig jaar maakte het bedrijf een winst van 4,9 miljard dollar. Het bedrijf streed afgelopen jaar met de Japanse fabrikant Toyota en het Duitse Volkswagen opnieuw om de titel grootste autofabrikant ter wereld en verloor met ruim 9,29 miljoen auto’s nipt van Toyota, dat circa 9,75 miljoen auto’s verkocht. GM-werknemers zoals Louis Rocha profiteren ook van de mooie resultaten. Zij krijgen in maart een winstdeling van minimaal 3.500 dollar per persoon.

Het plaatsje Pontiac, een uurtje rijden van Detroit, was een van de steden waar de GM-fabrieken sloten en niet meer opengingen. GM was een van de grootste werkgevers en belastingbetalers en het vertrek van de autofabrikant bracht de stad verder in de financiële problemen. Sinds 2009 staat Pontiac onder curatele van de staat Michigan. Eén van de fabrieken, aan de Opdyke Road, is inmiddels gesloopt. Een fabriek iets verderop aan de Ring Road wacht op een nieuwe eigenaar. Het beton op de enorme parkeerplaats voor de fabriek is na vier jaar aan het barsten. Er groeit gras doorheen. Bij een zij-uitgang staat nog een zitje met vier stoelen en een parasol. Die wappert in de wind. Er ligt een dun laagje sneeuw op. Bij de ingang van het terrein staat een bordje. ‘Racer Trust. No trespassing’.

Bruce Rasher is manager bij Racer Trust, een stichting die sinds de doorstart van GM de fabrieken, kantoren en huizen beheert waar de autofabrikant vanaf wilde. De stichting werd in het voorjaar 2011 opgericht door de US Bankruptcy Court. De stichting kreeg 66 gebouwen en grote lappen grond die GM niet meer nodig had. In totaal 44 miljoen vierkante meter. De Racer Trust ontving van de overheid 750 miljoen dollar om de vaak vervuilde grond rond de gebouwen en fabrieken te saneren en onder meer de beveiliging van het vastgoed, het personeel en de marketing van de stichting te betalen.

Rasher, een voormalig directeur van het internationale makelaarskantoor CB Richard Ellis, probeert sindsdien om zo veel mogelijk gebouwen te verkopen. Met de hoeveelheid vastgoed en grond die de Racer Trust in de aanbieding heeft, is de stichting de derde onroerend goedpartij van Amerika, vertelt hij. Tot nu toe heeft hij 24 van de 66 gebouwen en lappen grond verkocht; in totaal 14 miljoen vierkante meter.

Geef hem nog vier tot vijf jaar en hij heeft alles verkocht; de Racer Trust is een aantrekkelijke partij, vertelt hij. Het doel is namelijk niet om zo veel mogelijk geld binnen te halen. „Met onze verkopen proberen wij de lokale gemeenschappen te helpen die hard getroffen werden door het faillissement van GM.” Dus kijken ze vooral wie veel werkgelegenheid kan bieden. „En we verkopen vervolgens tegen hele lage prijzen.”

Zijn mooiste deal sloot Rasher afgelopen januari. Toen verkocht hij de GM-fabriek in Shreveport in de staat Louisiana aan Elio Motors. Dat is een beginnende autofabrikant die tweepersoons auto’s met drie wielen wil gaan maken. „Het is echt een succes. Elio Motors gaat werk bieden aan ongeveer 1.500 mensen in de fabriek.” Elio Motors kocht ook een deel van de inventaris van de GM-fabriek. Daar werd onder meer de Hummer gebouwd. „Ja, dat is wel ironisch, dat ze de productielijn van die benzineslurper nu gaan gebruiken om kleine, zuinige auto’s te bouwen.”

Dat is ook precies waaraan de GM-fabriek in Lake Orion het te danken heeft dat de fabriek in de zomer van 2011 na twee jaar stilstand weer ging draaien. Chevrolet Sonic heet de reddingsboei. Een kleine, zuinige auto, waarvan GM er vorig jaar meer dan 80.000 verkocht. Maar om de Sonic binnen te halen, moesten de vakbonden wel hard met GM onderhandelen over nieuwe arbeidsvoorwaarden. De tijd dat de arbeidsvoorwaarden bij GM goudgerand waren en het bedrijf in de volksmond Generous Motors heette, was voorbij.

De lokale vakbondspresident Pat Sweeney was betrokken bij de onderhandelingen met de autofabrikant. En ja, hij moest flink wat concessies doen, anders zou wellicht een andere fabriek de productie van de Sonic krijgen. Dus ging zijn lokale vakbond onder meer akkoord met veel lagere lonen voor nieuw personeel. En toen de fabriek weer openging, was 40 procent van het personeel nieuw. Daardoor lagen de loonkosten per geproduceerde auto ineens enorm veel lager dan voor de redding. De lonen van het bestaande personeel zijn bevroren, net als de pensioenen van oud-werknemers. Ook zijn er allerlei dure regelingen voor gepensioneerden versoberd of afgebouwd. „GM is niet zo genereus meer als het was. Het kon niet anders”, zegt Sweeney. Maar nu de autofabrikant weer miljardenwinsten boekt, zal zijn vakbond er alles aan doen om in 2015, als de huidige arbeidsovereenkomst afloopt, een verbeterde af te sluiten.

En is General Motors nu weer een gezond bedrijf? Is bijvoorbeeld de mentaliteit veranderd, waartoe president Obama opriep toen zijn regering in 2009 50 miljard dollar in de doorstart van GM stak?

Om met dat laatste te beginnen. Daar gelooft de Nederlander Ron Hesse helemaal niets van. Hij is directeur van het bedrijf Global Autoindustry uit Detroit, een adviesbureau in de auto-industrie, en werkt al meer dan twintig jaar in Amerika. Nu de benzineprijs in Amerika een recordhoogte heeft bereikt, is het makkelijk kleine auto’s verkopen, zegt hij. „Maar als die prijs weer naar beneden gaat? Weg met die kleine auto’s. Dan gaat iedereen weer een grote suv rijden.” Dat zit nou eenmaal diep in de Amerikaanse cultuur.

Financieel is GM wel gezond, zegt Hesse. GM heeft minder kosten, minder schuld, verkoopt weer veel auto’s en maakt winst. „Dat kan ook niet anders na de keiharde sanering in 2009. Die overigens hard nodig was.” In dat opzicht had de Amerikaanse autofabrikant het een stuk makkelijker dan Europese concurrenten die nu worstelen met de ingestorte Europese markt, overcapaciteit en te hoge loonkosten. „Het is hier een stuk makkelijker om een fabriek te sluiten dan in Europa. De rechten van werknemers zijn in Europa ook veel beter beschermd.” Ja, hij hoort ook van GM-werknemers dat ze nu harder moeten werken. Maar daar moet Hesse altijd een beetje om lachen. „Ik was laatst in een GM-fabriek en sprak een medewerker aan de lopende band die ook zei dat de werkdruk hoger was. Vervolgens heb ik een poosje staan kijken naar wat hij deed. Hij zat op een stoel, las een krant en om de paar minuten kwam er een auto langs. Dan stond hij op, schroefde iets vast en liep weer terug.”