Gebouw met branie voor superrijken met lef

Het Bartolottihuis aan de Herengracht kende in de afgelopen vier eeuwen een aantal markante bewoners.

De grote zaal in het Bartolottihuis, in de 17de eeuw bestemd voor feesten en ontvangsten Foto Rien Zilvold

De opkomst van Amsterdam blijft een verhaal apart. De stad maakt optimaal gebruik van de kansen die de Nederlandse opstand tegen Spanje biedt. De koning is afgezworen, het gezag in verval; de steden en gewesten zijn vooral op zichzelf aangewezen. Amsterdam stelt het belang van de handel boven alles, en schept een zeer concurrerend ondernemersklimaat met gunstige fiscale voorzieningen, een uitstekende infrastructuur rond de haven en een politiek van tolerantie. Met beleid en geluk groeit de stad uit tot de marktplaats van de wereld. Nieuwkomers trekken massaal naar de metropool om er hun geluk te beproeven. De bevolking groeit explosief: van zo’n 30.000 inwoners rond 1585 naar het viervoudige vijftig jaar later.

De stad barst uit zijn voegen. In 1613 komen de plannen voor een residentiële woonwijk ten westen van de stad rond. Diepe kavels (90 meter) aan brede grachten (25 à 28 meter). De huizen krijgen een achtertuin – zo hebben de bewoners in feite in de stad hun eigen ‘buitenplaats’. Van een grachtengordel is nog geen sprake, de uitbreiding stopt voorlopig bij de Leidsegracht. Achter de grachten, verder naar het westen, komt een volkswijk, de Jordaan met zijn raster van smalle rechte straatjes.

Het plan getuigt van lef, ambitie en vernieuwingszin. Nooit eerder werd een stadswijk van deze schaal aan de tekentafel ontworpen. Als er al twijfels waren, dan vooral over malversaties bij de bestuurders. In de vroedschap werd onderzoek gedaan naar de leden die met vooruitziende blik grond hadden gekocht die zou moeten worden onteigend voor de aanleg van de grachten.

Maar ze kwamen er wel, dit jaar 400 jaar geleden. Aan de grachtengordel zijn namen verbonden van bewoners uit die vier eeuwen (van rijke kooplui als de familie Coymans in de 16de tot de ondergedoken Anne Frank in de 20ste eeuw) en van architecten als Jacob van Campen (die het huis van Coymans aan de Keizersgracht ontwierp) en vooral van Hendrick de Keyser, die niet alleen de Westerkerk met de Westertoren ontwierp, maar ook het Bartolottihuis aan de Herengracht.

Het Bartolottihuis (1618) is in bijna alle opzichten atypisch voor de grachtengordel. Het is breed, waar de meeste grachtenpanden smal zijn. Het licht fel op in bijna oranje baksteen tussen de reeks grijze en bruine huizen. Het dak staat niet haaks op de gracht, zoals achter de meeste trapgevels, maar parallel daaraan. En al die branie is tegelijkertijd juist heel typisch voor de Amsterdamse grachten. Hier woonden de mensen met lef en met het geld om dat lef te tonen.

Zo getuigt het Bartolottihuis al vier eeuwen van de rijkdom en de trots van een gewone burger die zijn geld als ondernemer verdiende in wat de Gouden Eeuw zou worden. En van alle mensen die er na hem kwamen wonen.