Even mooi als monsterlijk

Het behoud van de aarde is het zware thema van de manifestatie Ja Natuurlijk in Den Haag. Op de boordevolle expositie laat weinig onberoerd, zelfs niet in het restaurant: daar staan miereneieren op het menu.

In de controlekamer is het aftellen vast begonnen. Maar buiten op de grens van land en water klinkt golfslag, het zachte gebrom van een auto, de schelle roep van een meeuw. Het drooggevallen wad van Tanegashima, een eiland ten zuiden van Japan, gloeit verlaten in het bleke ochtendlicht. Maar op het panoramapunt op een rots boven zee is het vol. Filmploegen hebben zich er geposteerd, de camera’s beschermd tegen opspattend water en vogelpoep. Er verschijnt rook, een reusachtig scherm vol rook, en uit die rook stijgt een raket op, de ruimte tegemoet.

„De mens vertrok vanaf de planeet die aarde heet en reisde naar de ruimte”, vertelt een man buiten beeld. „In die ruimte zag hij tal van nieuwe dingen waarvan hij leerde. Maar net zoals je vroeger pas overzee diep van binnen voelde wat er goed was aan Japan, zo leert de mens in de ruimte pas hoe mooi zijn eigen planeet is.”

De Australische filmmaakster Susan Norrie (1953) brengt de boodschap verstopt. In het videowerk Transit (2011) wisselen surrealistische opnames van hulp na de tsunami en de ramp in Fukushima zich af met sprookjesachtige beelden van een rokende vulkaan, menselijk gefriemel op een feest, een passagiersschip dat aan komt glijden over een rimpelloze zee, en natuurlijk de spierwitte raket die als een vingerwijzing van God in de dampkring verdwijnt. Norries boodschap, die raakt aan de liefde voor de uitzonderlijke planeet die we aarde noemen, vormt de grondtoon van de vandaag geopende megamanifestatie Ja Natuurlijk. Hoe kunst de wereld redt.

In en om het Fotomuseum en het GEM in Den Haag, op verschillende plekken in Den Haag, draait het de komende maanden om een zwaar thema als het behoud van de aarde. Hoe te voorkomen dat poolkappen verdwijnen, het oppervlaktewater vergiftigd raakt, dieren uitsterven, de buitenwereld alleen nog maar met zuurstofmaskers op te betreden is en de mens steeds meer verwordt tot een buitenissig wezen dat zijn eigen biotoop vernietigt?

Ruim zeventig nationale en internationale kunstenaars zijn door artistiek directeur Ine Gevers uitgenodigd om die vragen serieus, ernstig, lichtvoetig of superkomisch onder de loep te nemen. Gevers, bekend van de publiekstoegankelijke en maatschappelijk geëngageerde kunstmanifestaties Niet Normaal in 2009 in de Beurs van Berlage in Amsterdam en (langer geleden) Ik + De Ander, heeft met Ja Natuurlijk opnieuw een thema te pakken dat urgent is en zo wordt gepresenteerd dat een breed publiek zich aangesproken voelt.

Sinds Cathérine Davids Documenta X in 1997 worden vooral biënnales en documenta’s gedomineerd door kunst die wereldproblematiek op grote en kleine schaal in kaart brengt. Solisten vind je onder die kunstenaars, maar ook op internet bewegende, losse gemeenschappen, groepen gelijkgezinden die onder kunst ook de aanleg van stadstuinen of het ontwikkelen van alternatieve betalingssystemen verstaan.

Ja Natuurlijk haakt daarop in. De tentoonstelling en het daarbij verschenen boek – met even diepgravende als vrolijke inzichten opleverende essays – bieden jong en oud de kans om zijn of haar ecologische intelligentie te vergroten. „Stap één naar die intelligentie”, zo schrijft Gevers in de catalogus, „is erkennen dat we deel zijn van een even mooie als monsterlijke omgeving.”

Vergeet dus de traditionele tegenstelling tussen dader en slachtoffer die het klimatologisch debat beheerst en nauwelijks voortgang brengt. Verban de door de Kerk en romantici bedachte splitsing tussen natuur en cultuur, mens en dier, lichaam en geest. Vergeet ook de oordeelskaders.

Wie beseft dat het spijsverteringskanaal van de zakpijp, een van de primitiefste manteldiertjes die al vijfhonderd miljoen jaar bestaan, overeenkomsten vertoont met dat van de mens, beziet zichzelf in de toekomst toch anders. Wederkerigheid is het uitgangspunt in Den Haag. Samenwerking een noodzaak. Respect voor ieders eigen aard een sine qua non – of dat ‘ieder’ nu een naaktslak betreft, een vervuilde zandkorrel uit de Nijl, een eekhoorn of een uitgebuite suikerrietboer in Argentinië.

Om het alle kanten om zich heen grijpende thema enigszins aan banden te leggen, is de tentoonstelling onderverdeeld in drie hoofdstukken: ‘Welkom Wereld’, ‘Herontdekt Eden’, en beneden: ‘Co-evolutie en partnerschappen’. Bij dit laatste ‘symbiotische’ hoofdstuk word je in het schemerdonker ondergedompeld. Daar zet de Franse kunstenaar Pierre Huyghe (1962) zijn ongemakkelijke omgang met dieren voort, die hij op de laatste Documenta begon. Was het in Kassel een broodmagere, hazewindachtige hond en haar pup die als levende sculpturen een rafelrand van het Karlsaue park opluisterden, in het GEM heeft Huyghe een heremietkreeft zijn intrek laten nemen in een Japans, zilveren masker. De oranje kreeft drentelt in het aquarium Zoodram 4 langs basaltstenen en kleine sprietwezens, het masker als een wanstaltige en ook beeldschone puist op zijn rug meetorsend.

Ook de Nederlandse kunstenaar Tinkebell (1979) problematiseert de omgang van de mens met het dier. In een stemmig ingerichte ruimte vraagt ze aandacht voor de curieuze relatie die het 13-jarige Amerikaanse meisje Amy heeft met vooral eekhoorns. Amy houdt al jaren blogs bij over haar hobby: het opzetten van dieren. Die dieren schiet ze, sinds ze voor haar verjaardag een jachtgeweer cadeau kreeg, zelf. Ze verkoopt de dieren via eBay. Zo kwam Tinkebell met haar in contact.

On Amy Taxidermy …From a True Fan (2003-2013) doet al je kennis over meisjes en hun dierenliefde kantelen. Amy schrijft niet over de nieuwste kleurtjes nagellak of de coolste goodiebag. Nee, ze blogt opgetogen bij een foto met jachttrofeeën: ‘Squirrel season just started and look what I got already!’ Amy geeft inmiddels les op basisscholen over taxidermie, heeft verschillende prijzen in de wacht gesleept, en gaat ecovriendelijk te werk: van de eekhoornbotjes maakt ze kettingen, al het vlees gaat in de pan.

Dat het lastig is om Amy in een hokje te duwen, geldt voor de meeste kunstwerken op Ja Natuurlijk – en daarin schuilt de grote kracht. In het hoofdstuk ‘Welkom in de wereld’ – het meest onderzoekende deel – brengt de Zwitserse Ursula Biemann (1955) alle ambivalentie in kaart waarmee het water van de Nijl omgeven is. De mens vervuilt, maar verbetert ook. De rivier en de soorten die daarin leven, passen zich aan, maar soms niet.

Ook de Britse tweeling Jane en Louise Wilson (1967) toont hoe moeilijk het is om een coherent oordeel te vellen. Op een C-print van Atomgrad, een stad die in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gebouwd om de werknemers van het nabijgelegen Tsjernobyl te huisvesten, zie je de gevolgen van de kernramp uit 1986. Banken, schoolboeken, schriften, een heel klaslokaal bladdert op een prachtige manier uit elkaar. Door de kapotte ramen groeit en bloeit het groen in alle weligheid.

Tussen de kwalitatief hoogstaande werken van relatief onbekenden als Zeger Reyers, Otobong Nkanga, Phyllida Barlow of Raul Ortega Ayala, vallen de werken van de echte grootmeesters behoorlijk tegen. De ‘introverte zon’ van de Deense succeskunstenaar Olafur Eliasson (1967) is niet meer dan een veredelde discobal. Ook de Chinese kunstenaar Ai Weiwei (1957) stelt teleur met een wel heel makkelijke vertaling van vervuiling: achttien zwart gelakte vlekken porselein uitgestald op de grond.

Gelukkig is er veel wat niet koud laat op deze boordevolle manifestatie. Dat komt ook doordat er zoveel te dóén is. Vanuit observatieposten in de museumtuin kun je mensen in het museum begluren. Ton Matton nodigt je uit om je verpieterende kamerplant in zijn Plants Liberation Forest te zetten en te kijken welke plant er wint en welke het onderspit delft. In het museumrestaurant kun je tegen een inkomensafhankelijke bijdrage proeven van een menu met miereneieren, zoete velletjes melk, halsbandparkiet en varkensoren. Wie dan nog trek heeft, kan met het Deense kunstenaarscollectief Superflex vermomd als kakkerlak door de museumcollectie trippelen.

De wereld wordt met deze kunst vast niet gered, maar het is zoals een lid van Superflex het zegt: „Alle kunst brengt, als ze goed is, verandering op gang.” En dat zal deze tentoonstelling vast doen.

Ja Natuurlijk. Hoe kunst de wereld redt. T/m 16 aug. GEM, Stadhouderslaan 43, Den Haag. Di t/m zo 12-18u. Vandaag en morgen geeft Sjaak Langenberg een presentatie over dieren in het nieuws, zijn er performances van Boo Chappie en Adam Zaretsky, en presenteren de makers van de ‘groene’ producten in de museumwinkel hun waar. Inl: www.ja-natuurlijk.com