EU kikkert op van vrijhandel met de VS

Obama’s aanbod van een handelsverdrag biedt de EU een kans om eindelijk eens handelsbarrières te slechten. Aan zo'n verdrag verdient de EU het meest, menen Koen Berden en Marcel Canoy.

Terwijl het land sombert over crisis, euro en bezuinigingen, lijkt opbeurend economisch nieuws ons ongemerkt te passeren. Het Trans-Atlantische Partnerschap uit Obama’s State of the Union, vormt een gouden kans voor Nederland om economische groei en banen te creëren. Nederland moet er alles aan doen om, samen met andere lidstaten, handelsbarrières met het protectionistische Amerika te slechten.

In zijn State of the Union, vorige maand, kondigde president Obama de start van onderhandelingen over een Transatlatisch handels- en investeringspartnerschap met de Europese Unie aan, omdat ‘handel die vrij en eerlijk is miljoenen goed lonende Amerikaanse banen oplevert’.

Deze bijna tussen neus en lippen uitgesproken zin heeft weinig aandacht gekregen. Het lijkt ook een tamelijk onschuldige uitspraak. Sinds Adam Smith en David Ricardo weten we dat als mensen of landen handelen vanuit een welbegrepen eigenbelang, ze er beiden beter van kunnen worden. In het land van onbegrensde mogelijkheden is het daarom niet verrassend de zegeningen van vrije handel te bewieroken. Toch?

De uitspraak van Obama is echter niet minder dan historisch. Het land van onbegrensde mogelijkheden is namelijk ook het land van afgeschermde mogelijkheden. Dat vrijhandel goed zou zijn voor ‘good-paying American jobs’, bleek altijd te moeilijk uit te leggen aan het Amerikaanse electoraat. Obama biedt een opening omdat hij ziet dat handel met Europa een ander verhaal is dan race-to–the-bottom concurrentie met lage lonen landen.

Handel creëert mogelijkheden om goede ideeën en producten breder af te zetten dan alleen nationaal. Hierdoor wordt innovatie beloond en kan de werkgelegenheid stijgen. De keerzijde is dat een land zich zo ook blootstelt aan buitenlandse concurrentie. Doet de concurrent het beter, dan kan dat banen kosten. Maar uiteindelijk kan door internationale arbeidsverdeling de productiviteit stijgen, waardoor iedereen er uiteindelijk op vooruit kan gaan als belemmeringen worden opgeheven.

Het pad op weg naar die welvaartswinst is hobbelig – in politiek, economisch en sociaal opzicht. Vrijhandel kan betekenen dat sommige bedrijfstakken verloren gaan. Daar staan weer banen tegenover elders in de economie. Maar voor de betrokkenen in teloor gaande sectoren is het een hard gelag. Vrijhandel kan ook leiden tot het aantasten van gevestigde belangen. Als lobby’s deze belangen goed behartigen, ontstaat protectionisme.

Het hobbelige pad en de macht van lobby’s vormen precies de redenen waarom Obama’s uitspraak niet zo onschuldig is als hij op het eerste gezicht lijkt. Wat is de realiteit? Er zijn talloze obstakels in de loop der jaren opgeworpen. Sommige zijn ‘per ongeluk’ tot stand gekomen, bijvoorbeeld de verschillen in voltage van elektrische apparaten. Andere vinden hun oorsprong in historische verschillen, zoals technische specificaties van auto’s. Weer andere obstakels zijn zuiver protectionistisch van aard.

Neem nu de voor Nederland nadelige belemmeringen in de agrifood, high tech, horticultuur en chemie. Sectoren waar Nederland mondiaal een heel sterke positie heeft. Zuivelproducenten op hun beurt ondervinden veel hinder van extreem gedetailleerde vereisten voor het productieproces van melkproducten. Wil je zuivelproducten naar Amerika exporteren, dan worden er op fabrieksniveau inspecties in Nederland uitgevoerd. De kosten voor het naleven van regels, de documenten en de inspecties zijn voor de producenten. Hierdoor zijn zuivelproducten uit Nederland, hoewel van prima kwaliteit, niet concurrerend voor de Amerikaanse markt.

Groente en fruit worden aan de grens geïnspecteerd door Amerikaanse inspecteurs op aanwezigheid van plantenziekten en plagen. In het verleden is ooit één keer een Afrikaanse vlieg (Tuta Absoluta) ontdekt in de Europese Unie. Nederlandse tomatenproducenten mogen sindsdien alleen naar Amerika exporteren als hun teeltbedrijf goedgekeurd is en de kas hermetisch gesloten blijft. Dit kost de bedrijven in Nederland tonnen per jaar. Plantmaterialen en fruit mogen pas worden geëxporteerd na een risicoanalyse in de Verenigde Staten. Dat kan jaren duren.

En wat te denken van de ‘Buy American Act’? Deze wet, die betrekking heeft op het Amerikaanse publieke aanbestedingssysteem, schrijft voor dat alle goederen bestemd voor publiek gebruik, moeten worden gefabriceerd in Amerika en moeten worden gemaakt van Amerikaanse materialen. Dit betekent dat Nederlandse bedrijven van lastige U-bocht constructies gebruik moeten maken om in deze grote markt geld te verdienen.

Tot slot, er zijn Nederlandse bedrijven die goed zijn in het maken van radarsystemen voor Amerikaanse vliegtuigen of boten. Door de International Traffic in Arms Regulations stuiten ze echter op langdradige administratieve processen. De VS willen er zeker van zijn dat voorzieningen in hun militaire en politionele voertuigen betrouwbaar zijn. Uit dit voorbeeld blijkt dat het slechten van belemmeringen soms niet om bureaucratische ‘pesterijtjes’ gaat of om excessief risicomijdend gedrag, maar om het hanteren van dezelfde standaarden.

Deze obstakels betekenen nog niet dat de zwartepiet de Amerikanen toebehoort. Europeanen kunnen er ook wat van. De EU zadelt het bedrijfsleven op met gedetailleerde en dure regelgeving, zoals ‘REACH’ in de chemiesector. Ze accepteert ook geen vlees uit de VS dat bacterievrij is gemaakt met bepaalde chemicaliën terwijl dezelfde EU de nieuwe VS-methoden wel onderschrijft.

Het Trans-Atlantische Handels- en Investerings Partnerschap, zoals het vrijhandelsakkoord gaat heten, is juist op dit moment opportuun. De zogeheten multilaterale Doha-ronde van de Wereldhandelsorganisatie WTO zit compleet vast. Ook is in crisistijd de creatie van groei en banen hard nodig. Er kan geen tijd worden verspild. Voor overeenstemming over wereldstandaarden tussen Europa en Amerika is nog zo’n tien jaar beschikbaar tot opkomende economieën groot genoeg zijn om hun eigen standaarden te introduceren.

Door de belemmeringen weg te nemen, kan (in een optimistisch scenario) het reële inkomen in Nederland met 4 miljard euro extra stijgen, zo blijkt uit onderzoek van Ecorys in opdracht van de Europese Commissie en het ministerie van Economische Zaken. Voor de rest van de Europese Unie kan het reële inkomen, op de lange termijn, met ruim 100 miljard euro extra stijgen door het verdrag. Ook de lonen voor zowel de hoger- als lager opgeleiden zullen significant stijgen. Handel zal significant toenemen. Deze resultaten worden verkregen door in detail te kijken welke sectoren het meest last hebben van belemmeringen, te berekenen hoeveel kostenbesparingen uit het Partnerschap voortvloeien en hoe dit de Nederlandse economie beïnvloedt.

Ook in minder ambitieuze scenario’s is de winst voor Nederland en andere lidstaten stevig. De winst voor de VS is relatief kleiner omdat er voor de EU meer handelsbarrières zijn dan voor de VS.

Hoewel er allerlei redenen zijn om de woorden van Obama serieus te nemen, weten we uit het verleden dat er vele mislukte pogingen zijn gedaan de handelsbetrekkingen tussen beide grootmachten te stroomlijnen. Het is daarom verstandig stap voor stap te werk te gaan. Eerst kijken naar de sectoren met de grootste winst: de automobielindustrie, chemie en verpakt voedsel in de EU en elektrische apparaten en luchtvaart voor de VS, en vervolgens voorkomen dat nieuwe barrières ontstaan. Slagen Europa en Amerika erin gemeenschappelijke standaarden te ontwikkelen, dan kunnen ze daarmee een ‘wereld-goudstandaard’ voor de 21ste eeuw neerzetten.

De angst voor de opkomende landen kan een doorslaggevende rol hebben hebben gespeeld voor het gebaar van Obama. Zo ontstaat er ook druk om tot resultaat te komen. Een EU-VS deal over standaarden kan beschermende nationale standaarden elders in de wereld onder druk zetten, waardoor de voordelen nog verder oplopen.

Het partnerschap vormt een unieke kans voor de EU en de VS om een ferme stap te zetten naar economische groei en meer banen. Het zal een route worden met talloze obstakels. Obama heeft de eerste horde alvast met succes genomen.

Koen Berden is directeur Europa Ecorys en Marcel Canoy is hoofdeconoom Ecorys en hoogleraar economie aan de universiteit van Tilburg.