Een leider die geen glansrol nodig heeft

Else Bos staat bekend als uitstekend belegger, maar zal zich nu ook moeten mengen in het debat over het pensioenstelstel.

Toen een ex-collega van Else Bos een paar jaar geleden werd gevraagd hoe zij haar zou typeren, moest de collega onmiddellijk denken aan een themanummer van Harvard Business Review dat toen in de schappen lag. Onder het motto ‘We don’t need another hero’ pleitte het blad voor leiders die niet voor een glansrol voor zichzelf gaan, maar doen wat ze moeten doen: op de achtergrond blijven, hard werken, werknemers in staat stellen het beste uit zichzelf te halen en zo het bedrijf optimaal laten presteren. „Dat is de kracht van Else”, zei de collega.

Toen was Bos net benoemd tot directeur Beleggingen van pensioenbeheerder PGGM. Die instelling belegt de miljarden euro’s van ruim een miljoen werknemers die zijn aangesloten bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Het was (en is) een mannenwereld, een wereld van haantjes. Maar Bos wist ondanks, of juist dankzij haar persoonlijkheid, die haantjes tot goede samenwerking te brengen. De afdeling boekte uitstekende beleggingsresultaten – mede natuurlijk dankzij het goede economische tij van die tijd.

Het maakte Bos tot een van de machtigste personen in beleggingsland. In de lijstjes van topvrouwen van Nederland stond (en staat) ze steevast in de bovenste regionen.

Inmiddels is Bos (53) de grote baas van PGGM zelf. Deze week werd ze benoemd tot opvolger van Martin van Rijn, die vorig jaar vertrok om staatssecretaris te worden op het ministerie van Volksgezondheid. Bos was sinds die tijd al waarnemend directeur. In de jaren daarvoor maakte ze al deel uit van het bestuur.

In haar nieuwe functie is het de vraag in hoeverre haar kracht niet ook een zwakte is. Bos weet alles van beleggen, van het spel. Ze stond er jaren middenin, als een spelverdeler. Eerst bij de Algemene Bank Nederland (ABN), waar de econometrist in de jaren tachtig haar carrière begon. Later bij de Nationale Investeringsbank (NIB) en daarna weer bij PGGM, waar ze in 2004 begon.

Maar als directeur zal Bos ook de trainer/coach moeten zijn, die vanaf de zijlijn de ploeg leidt én tegelijk het gezicht naar de buitenwereld vormt. Dat is een rol waarmee ze niet vertrouwd is. De pensioenwereld is anders dan toen ze nog directeur Beleggingen was. Pensioenen staan onder druk, rendementen op beleggingen zijn laag. In de politiek gaat het over nullijnen en verdere bezuinigingen. Alles is in beweging.

In dat debat zal Bos zich moeten mengen, en richting moeten geven. Ze zal in gesprek moeten met alle stakeholders – politici, werkgevers, werknemers – en die moeten overtuigen van haar ideeën. Dat vergt een andere aanpak. Misschien moet Bos zichzelf opnieuw uitvinden.