Een Koreaanse kei

Bas van Putten vraagt zich af: is de Sante Fe van Hyundai nou zoveel slechter dan een BMW?

Stagiair Patrick in de Hyundai Santa Fe bij Autobedrijf Dirk Barten in Amsterdam. Doordat de foto met een extreme groothoeklens is gemaakt, lijkt de auto van onder nog breder dan hij is. Lars van den Brink

De onbehouwen Big Mac die de Hyundai Santa Fe ooit was, veel SUV voor weinig geld, lijkt een ego te ontwikkelen. De eerste tekenen van zelfbewustzijn worden zichtbaar. De boordcomputer zegt parmantig „goodbye” na het uitschakelen van de motor. De portiergrepen van de voordeuren zijn chic verlicht. Bij het in- en uitstappen klinkt als welkomst- annex afscheidsgroet een spacy ringtone.

Zijn nadrukkelijke aanwezigheid kan irriteren. Als je met de sleutel op zak de auto nadert, klappen de spiegels automatisch uit. Maak je rechtsomkeert, dan klappen ze zacht zoemend in. Ik werd goed gek van hem toen ik mijn oprit veegde: in, uit, in, uit. Maar begrijp hem niet  verkeerd: wat je voor show aanziet is dienstbetoon, verkapte vleierij.

Het bewijs is de sticker op de achterklep: ‘Vijf Jaar Driedubbele Garantie’. Driedubbel! Daar schreeuwt de Santa Fe zijn ware missie uit, de strijd tegen een hardnekkig minderwaardigheidscomplex. Zie mij, solide als de Nederlandse bank, geen wrakke Koreaan. De duurste Santa Fe noemt zich lachwekkend overtrokken iCatcher. Deze reus staat op zijn tenen als de underdog die als de dood is niet voor vol te worden aangezien. Terwijl hij niemand hoeft te vrezen. Hij rammelt niet, de automaat schakelt schokvrij, de viercilinder dieselmotor is met 197 pk voldoende krachtig om het hoofd te bieden aan de Europese concurrentie. Een grote, stille, degelijke auto.

Daar is de prijs ook naar. De iCatcher met diesel en vierwielaandrijving kost je 58 mille. Hallo, voor een Hyundai? Ja. Terwijl Peugeot en Citroën met overgestileerde obesitasmodellen hun eigen glazen ingooiden, stak de Koreaanse auto-industrie nuchter de handen uit de mouwen. De afgelopen tien jaar zetten Kia en Hyundai per model reuzenstappen vooruit. De afwerking klom naar Europees niveau, door het historische motorenaanbod ging de bezem. Voor het design, in Azië vanouds de zwakste schakel, contracteerde Kia voor goed geld een meester in het vak: Peter Schreyer, bij Volkswagen AG verantwoordelijk voor de Audi TT en VW New Beetle. Diezelfde Schreyer bestiert sinds kort ook de ontwerpstudio van Hyundai. Dat kan omdat beide Koreanen tot één concern behoren, wat me trouwens geen houdbare constructie lijkt voor merken die in dezelfde middenklassevijver vissen.

Reputatie

Je zou kunnen denken dat de Koreaanse weg omhoog vroeg of laat wordt gestuit. Een Santa Fe wordt nooit een BMW, een dubbeltje nooit een kwartje. Wat sceptici niet goed begrijpen is dat steeds meer kopers klaar zijn met bewezen reputaties. De tijd waarin iemand met centen automatisch in een grote Brit of Duitser stapte, is voorbij. Let op, er zijn al mooie Koreanen. Kijk naar de grote, stijlvolle Kia Optima sedan; dat had de nieuwe Jaguar XF kunnen zijn.

En ga eens rekenen. De Santa Fe is naar Koreaanse maatstaven een dure klant. Maar welke vergelijkbare BMW koop je voor dit bedrag? Dat zou een BMW X3 20D kunnen worden, eveneens met vierwielaandrijving en vergelijkbaar krachtige dieselmotor. Helaas biedt BMW voor 58 mille nog geen leer, geen elektrisch verstelbare bestuurdersstoel, geen xenonverlichting, geen automaat, geen verwarmbare stoelen. Met al die garnituur erbij kruipt de X3 snel naar de 70. Veel.

Op dat moment ga je nadenken. Hoeveel slechter is de Santa Fe? Het is een vraag die zich pas over tien jaar laat beantwoorden, wanneer de duurzaamheid van beide auto’s door de tand des tijds afdoende is getoetst. De eerste indruk is dat de kwaliteitsverschillen niet dramatisch zijn. De eerste vijf jaar kom je op Driedubbele Garantie heus wel door, en iemand die dit geld uitgeeft, blijft toch geen tien jaar in een auto rijden, die wil bijtijds een nieuwe. Mode.

Mocht Hyundai het echt op de betere kringen hebben gemunt, dan is verdere verfijning wel gewenst. Trendmensen zullen de Santa Fe te Aziatisch vinden met dat stijlloze hightechinterieur en die schreeuwerige, felblauwe dashboardverlichting. Afgezien daarvan is dit een kei van een auto die het in zich heeft een nieuw publiek te vinden dat Hyundai theoretisch niet ziet staan. Met de crisiswind in de rug kan Hyundai in de hogere regionen van de automarkt uitgroeien tot wat Samsung werd voor Apple: een hautain onderschatte bedreiging.

VW-topman Martin Winterkorn heeft de klok horen luiden. In een beroemd YouTube-filmpje zie je hem op de autobeurs van Frankfurt in de Hyundai i30 stappen. Minutenlang bestudeert hij, zichtbaar gefascineerd, de technische finesses van die Golf-uitdager. Dat zag je vroeger Koreaanse bazen in VW’s doen. De omgekeerde wereld.