Dolfijnen: leuk én gehaaid

ILLUSTRATIE IRENE GOEDE

Dolfijnen zijn mooie en lieve dieren, toch? Ja, maar het zijn ook gehaaide roofdieren. Als hongerige wolven zwerven ze over de zeebodem, in kleine groepjes, op zoek naar prooien. Een hapje kreeft, of een hele vissenschool bijvoorbeeld.

De sluwste en slimste dolfijnen zwemmen vaak voorop. Dat zijn de bazen van de roversbende. Deze dolfijnen weten waar de lekkerste vissen zich verstoppen. En hoe je daar het snelst kunt komen, zonder te verdwalen of op een strand aan te spoelen.

Maar waarom wijst de leider de andere dolfijnen de weg? Hij kan ook best in zijn eentje naar de beste stek toezwemmen. Dan heeft hij alle vissen voor zichzelf. Dat zou pas echt vals zijn.

Biologen uit Amerika hadden een idee: misschien zijn de dolfijnenleiders familie van hun volgelingen. Ze wilden naar het DNA van de dolfijnen kijken om dat uit te zoeken. Vaders en moeders geven hun DNA door aan hun kinderen, ook bij dolfijnen. Het DNA van familieleden lijkt dus op elkaar.

Maar tja, hoe kom je aan dolfijnen-DNA? Met een kruisboog. Vanaf een bootje schoten de biologen een pijltje in de rug van de dolfijnen. Dat deden de biologen heus voorzichtig. Ze probeerden de dolfijnen bijvoorbeeld niet in de kop of buik te raken, maar net onder de rugvin. De pijltjes stansten een stukje dolfijnenhuid uit, en vielen dan meteen van de dolfijnenrug. In de huid zit het DNA.

Uit het DNA bleek inderdaad dat leider en volgers vaak familie zijn. Voorop zwom het slimme broertje bijvoorbeeld. Of de wijze moeder. Dolfijnenleiders helpen andere dolfijnen dus niet zomaar, maar omdat het familie is.

De familieleden herkennen elkaar waarschijnlijk aan hun gefluit. Elke dolfijn fluit een eigen wijsje. Kleine kalfjes (zo heten dolfijnenjonkies) leren dat fluiten van hun moeder. ‘FWIEP, zoonlief, ga je mee jagen?’

(PLOS ONE, 13 maart)