De prins van het bal, dankzij vrouwen

Dankzij de trilogie van Vijftig Tinten is uitgever Mai Spijkers weer de machtigste man in de boekenwereld. En waarschijnlijk de rijkste.

Glimmend van genoegen liep uitgever Mai Spijkers gisteren op het Boekenbal door de gangen van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Want als er één uitgever is op wie het thema van de vannacht geopende Boekenweek – Gouden tijden, Zwarte Bladzijden – van toepassing is, dan is het Spijkers. Terwijl de boekenbranche worstelt met een pijnlijke recessie, zag de directeur-eigenaar van Prometheus zijn persoonlijke Zilvervloot binnenvaren dankzij de miljoenenverkoop van de Vijftig Tinten-triologie.

Het leverde Spijkers deze week de eerste plaats op in de ‘literaire pikorde’ van HP/De Tijd, de jaarlijkse volgens een nooit opgehelderde methode samengestelde hitparade van de belangrijkste mensen in de boekenwereld. Intussen gaat het gewone uitgeefleven door: deze week staat Spijkers met acht titels in de Bestseller 60 van de CPNB.

Begin deze week schaarde hij zich vierkant achter zijn auteur Patricia Perquin, de ex-prostituee die vorige week door de Volkskrant werd ontmaskerd als een journaliste met een omstreden reputatie. Terwijl Libelle zich dadelijk van Perquin ontdeed als columniste, zette Spijkers op de site van zijn uitgeverij dat hij hoopte ‘nog lang met haar te kunnen samenwerken’.

Bang voor risico’s is Mai Spijkers nooit geweest. Precies een jaar geleden betaalde hij op een vrijdagnamiddag het forse bedrag van 150.000 dollar voor de Fifty Shades-trilogie, op basis van het oordeel van enkele vrouwelijke personeelsleden. Het was een gok, maar eentje die hem miljoenen euro’s winst opleverde. De man die vroeger door de grachtengordel als ‘De Rat’ werd aangeduid, heet nu – naar een album van Suske en Wiske – ‘De poenschepper’.

Waar vrijwel alle Nederlandse uitgevers bezuinigen op het aantal titels, houdt Spijkers vast aan de methode waarmee hij twintig jaar geleden beroemd werd, het schot hagel: heel veel boeken uitgeven in de hoop dat er één bestseller tussen zit. „Spijkers heeft het gelijk van de commercie aan zijn zijde”, zegt zijn collega Joost Nijsen van uitgeverij Podium. „Hij is succesvol, maar zijn techniek van uitgeven is niet de mijne. Wanneer je jaarlijks zoveel titels uitgeeft als hij kan je onmogelijk aan elke titel aandacht geven, redactioneel noch promotioneel.”

Oscar van Gelderen van uitgeverij Lebowski, die met Stoner van John Williams deze week de eerste plaats van de Bestseller 60 in handen heeft vindt Spijkers ouderwets: „Hij is geen innovatieve uitgever als het gaat om pr of vormgeving. Hij is een uitgever van powerplay: 250 titels per jaar is een agressieve manier van uitgeven, zonder dat hij echt de diepte in gaat. Bij Mai Spijkers gaat het om losse titels, hij is geen oeuvre-bouwer. Typerend voor zijn houding is het feit dat hij bij Pauw & Witteman in een zaal vol fans van Vijftig tinten de zakenman gaat uithangen die gewoon zegt dat hij het boek niet heeft gelezen. Ik vind het merkwaardig dat hij zich erop laat voorstaan dat hij de boeken niet heeft gelezen. Dat is een belediging van de lezer.”

Desondanks weet Spijkers mensen aan zich te binden: literaire auteurs als Connie Palmen, Tim Krabbé, Hafid Bouazza, Herman Brusselmans en Tom Lanoye; academici als Frits van Oostrom, Herman Pleij en H.L. Wesseling; jongelingen als Franca Treur en Joost de Vries; politici van Femke Halsema tot J.P. Balkenende – en de rehabilitatie zoekende hoogleraar Diederik Stapel, allemaal komen ze met hun boeken bij hem terecht.

Mai Spijkers werd in 1955 geboren als zoon van een fabrieksarbeider in een huis zonder boeken. Hij studeerde geschiedenis in Amsterdam en kwam in dienst bij uitgeverij Bert Bakker. Daar kocht hij zeer voordelig de vertaalrechten van Umberto Eco’s In de naam van de Roos, waarna hij razendsnel carrière maakte. En vijanden, want Spijkers zakelijke werkwijze detoneerde in de chique Amsterdamse uitgeverswereld. Hij lokte auteurs weg bij zijn concurrenten, zeker nadat hij in 1990 Prometheus was begonnen. Binnen een paar jaar was hij een van de bekendste uitgevers van Nederland, waarbij de mythevorming werd gestimuleerd door zijn veelvuldig geïmiteerde, nasale Brabantse stem en de onafscheidelijke Borsalino op zijn kale hoofd.

Minder succesvol was hij als directeur van de boekendivisie van het toenmalige PCM-concern. Daar leidde een reeks conflicten tot onder meer een uittocht van personeel en schrijvers bij uitgeverij Meulenhoff – Spijkers zelf was ook blij toen hij na vijf jaar terug kon keren naar de basis. In 2007 kocht hij Prometheus van PCM.

Berucht was Spijkers’ het verloop onder Spijkers personeel: legendarisch is de anekdote over het groepsportret dat Spijkers midden jaren negentig liet maken. Het personeelsverloop was zo groot dat sommige gezichten moesten worden weggeschilderd voordat het doek was voltooid. „Het eerste wat iedereen na binnenkomst deed, was controleren of hij er nog op stond”, schreef de huidige Balans-uitgever Plien van Albada in een vriendenboekje voor Spijkers. Overigens is niet iedereen snel weg bij Prometheus. Hoofdredacteur Job Lisman werkt al dertien jaar voor Spijkers; hij wil niets kwijt over zijn baas.

Lidewijde Paris, nu uitgever van Nieuw Amsterdam, herinnert zich dat toen zij er ging werken begin jaren negentig dat ze op een stoel zat waar in twee jaar tijd vijf anderen op hadden gezeten. „Het was geen gemakkelijke tijd, maar ik heb er wel veel geleerd. Mai zei altijd bij elk boek waar je enthousiast over was: als je het niet aan mij kan verkopen, hoe kan ik het dan aan de wereld verkopen? Ik merk dat ik die uitspraak vaak herhaal naar mijn eigen medewerkers.”

Hoe weinig geduld Spijkers heeft met zijn medewerkers – nog steeds gelden de verkopen van de voorbije week als voornaamste indicatie van zijn stemming – zo goed is hij met auteurs. De toen onbekende journaliste Franca Treur was bij het eerste gesprek dadelijk geïmponeerd: „Ik koos toen nogal intuïtief voor Prometheus: ik had met Mai een prettig gesprek. Hij deed geïnteresseerd, vertelde over schrijvers die hij bijzonder vond, vertelde leuke anekdotes. Soms moppert hij op schrijvers, er zitten prinsen en prinsessen bij. Ze moeten hem niet als dienstknecht behandelen. Dan zet hij zijn stekels uit. Maar hij heeft echt liefde voor zijn vak.”

Spijkers’ collega Henk Pröpper (De Bezige Bij) publiceerde in het verleden drie boeken bij Prometheus uit. „Toen hij begon was uitgeven een chique beroep. Hij had een manier van boeken in de wereld zetten die op effect was gericht. Hij had veel aandacht voor non fictie, zag goed welke non fictie urgent was en heeft ook als een van de eersten geschiedenis commercieel uitgegeven. Hij heeft daar echt in voorop gelopen.” Dat vindt ook Nijsen: „Hij geeft politiek en geschiedenis alert uit en weet auteurs aan zich te binden. Als hij nou ook nog met zijn vingers van andermans auteurs afblijft, hoort hij in de eredivisie.”