Brieven

Seks in Samoa

Bij deze een aanvulling op het artikel over de zeer uiteenlopende posities van Margaret Mead (1928) en Derek Freeman (1983) betreffende puberseks in Samoa (wetenschapsbijlage, 9/10 maart).

Er zijn maar weinig rapporten over seksuele relaties vóór de Zending hierin na 1830 verandering bracht. De eerste Europese bezoeker aan Samoa was de expeditie van La Pérouse in 1787. De ervaring van de Fransen was dat meisjes en vrouwen graag intieme relaties met de zeelieden aanknoopten. Sommige daarvan kregen zelfs een ritueel karakter.

In 1830 landde de zendeling John Williams op Savaii. Hij zocht, en kreeg, er steun van de hoofdlieden en kon met het bekeringswerk beginnen. Er was veel wat in de ogen van de orthodox-protestantse zendelingen veranderd moest worden. Een groot probleem in hun ogen was het gebrek aan kuisheid. De enige uitzondering hierop was de taupou, de ‘dorpsjonkvrouw’, een dochter van het dorps- (of districts-) hoofd die fungeerde als gastvrouw bij rituele ontvangsten. Zij was voorbestemd om te trouwen met een hoofdman en diende als maagd dat huwelijk in te gaan. Voor de andere meisjes en jonge vrouwen gold die verplichte kuisheid niet of nauwelijks. Uiteraard trachtten de zendelingen daar verandering in te brengen.

De Samoa Eilanden waren tegen het einde van de 19de eeuw centra van orthodox protestantisme geworden. De vraag is of de opgedrongen kuisheid ook werkelijk wortel had geschoten. Uit de memoires van Erich Schultz-Ewerth, de laatste Duitse gouverneur van de Samoa Eilanden (gepubliceerd in 1926, maar handelend over de jaren tussen 1900 en 1910) blijkt namelijk dat in de relaties tussen mannen en vrouwen niet veel was veranderd. Zijn opvattingen komen sterk overeen met die van Margaret Mead. Het erotische gedrag van de jongeren vindt bij beide auteurs warme, positieve beoordelingen. Mead kende het werk van Schultz-Ewerth niet.

Mead legde de nadruk op de opvattingen van het gewone volk, terwijl Freeman de orthodoxe notabelen beschreef. Dat er tussen beide antropologen verschillen in waarneming en dus van mening bestaan, hoeft dan ook niet te verbazen. Verbijsterend is echter de meedogenloze manier waarop Freeman heeft geprobeerd Mead te vernietigen; van een redelijke discussie was nimmer sprake.

H.J.M. Claessen

Emeritus hoogleraar antropologie

Universiteit Leiden

Groningen beeft (2)

Houtenbos schrijft (wetenschapsbijlage 9/10 maart) dat het mechanisme achter de aardbevingen ten gevolge van de gaswinning in Groningen niet bekend is. Dat is onjuist; de hypothese dat deze bevingen het gevolg zijn van compactie, veroorzaakt door drukdaling, is intussen wetenschappelijk onomstreden. Deze compactie voltrekt zich niet uniform en langs de breukvlakken in het gesteente bouwen spanningen op. De bevingen zijn het direct gevolg van de ontlasting van deze spanningen.

Als Houtenbos bedoelt dat precieze berekening van frequentie en kracht van de bevingen nog niet mogelijk is, heeft hij gelijk. Maar in minder gecompliceerde gasvelden kan wel een schatting worden gemaakt van de maximaal te verwachten kracht op grond van oppervlak en ‘ruwheid’ van de breukvlakken.

Het zeer grote Groningenveld is door breuken opgedeeld in vele compartimenten; het is daarom zinvol om te kijken of door gewijzigd reservoirbeheer drukverschillen over breukvlakken geminimaliseerd kunnen worden. Hoe lager de spanning, hoe minder de hoeveelheid energie die vrijkomt bij ontlasting. Daarom zijn in kleine gasvelden geen zware bevingen te verwachten, want door de kleinere dimensies wordt minder spanningsenergie opgebouwd.

Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft een correlatie vastgesteld tussen productiesnelheid en bevingsfrequentie, dus dat lijkt voor de hand te liggen. Houtenbos merkt – terecht – op dat uit een empirisch model geen conclusies kunnen worden getrokken voor de toekomst. Dus het opleggen van een productiebeperking leidt niet noodzakelijkerwijs tot vermindering van de bevingfrequentie. De minister van EZ doet er verstandig aan om eerst nog aanvullend onderzoek te laten doen.

J.J. van der Vuurst de Vries

Emeritus hoogleraar petroleumwinning TU Delft