Bedrijfsspionage, wapenhandel, kunstsmokkel

De Duitser Rudolf Ruscheweyh betrok het Barlottihuis voor spionageactiveiten.

Begin 1938 neemt een Duitse zakenman zijn intrek in het Bartolottihuis. Rudolf Ruscheweyh heet hij. Hij is pas 32 jaar oud, maar loopt al sinds zijn diensttijd met stokken omdat hij aan jicht lijdt. Hij bezit patenten voor de vervaardiging van banden die uit verschillende luchtkamers bestaan en daardoor zeer geschikt zijn voor pantservoertuigen. Zijn firma heet de NV Handelsmaatschappij Cellastic en sinds 1937 houdt die kantoor aan de Keizersgracht en later dus ook aan de Herengracht.

Het zal een vloek worden, tegen het eind van de twintigste eeuw: kantoren dringen bewoners de grachtengordel uit. In het Bartolottihuis zetelt decennialang uitgeverij Becht (van de gouden jongensboeken De AFC’ers, De Artapappa’s en De Katjangs). De commissionairs in effecten Scherrewitz en Schaper hebben er kantoor gehouden, net als Joachim Ferdinand de Beaufort van de firma Van Eeghen & Co. Dagblad Trouw heeft er gezeten, boekhandel Urbi et Orbi. En tegenwoordig is Herengracht 172 het adres van de eigenaar van het pand, en hoeder van het erfgoed van de bouwer: de vereniging Hendrick de Keyser.

Maar het kantoor van Cellastic huist maar een jaar of drie aan de Amsterdamse grachten, tot 1940. En toch is het van al die kantoren het meest besproken. In het NIOD ligt een halve meter archief van de handelsmaatschappij en het is maar beperkt openbaar. Cellastic was een dekmantel. De mensen die zo druk leken met hun Reifen mit Luftkammern, waren vooral bezig informatie te verzamelen die nuttig kon zijn voor de Duitse oorlogsindustrie. Ruscheweyh had goede connecties met SS-baas Himmler en hoofd van de contraspionage, Abwehr-leider Canaris.

Aan die spionage hielpen ook vier Nederlandse geleerden mee. Waarschijnlijk niet uit overtuiging, maar uit eer- of hebzucht. Vanaf 1942 werkten ze bij Cellastic, dat toen in Parijs was gevestigd, voor een goed salaris aan interessant onderzoek op het gebied van de scheikunde en de kernfysica. „Letterlijk alle onderwerpen waarvoor Cellastic belangstelling toonde, waren van het hoogste belang voor de Duitse oorlogsvoering”, schreef het Militair bureau wetenschappelijke inlichtingen direct na de oorlog, dat concludeerde dat de vier hadden gecollaboreerd. Ze zijn er nooit voor vervolgd.

Wie het levensverhaal van Rudolf Ruscheweyh zoekt, vindt op internet een spoor van artikelen over bedrijfsspionage, wapenhandel, kunstsmokkel. Ruscheweyh, van wie alleen een minuscuul fotootje is terug te vinden, was getrouwd met een reizende vrouw, met wie hij uitweek naar Zwitserland toen de oorlog ten nadele van Duitsland kantelde. In Zwitserland bleven miljoenen Marken op zijn bankrekening binnenkomen. Op 6 januari 1944 reed hij vanuit Zwitserland in een Cadillac vol koffers geld, goud en juwelen, en met een diplomatiek paspoort naar Liechtenstein waar vorst Franz Joseph II hem direct tot staatsburger bombardeerde.

Ruscheweyh zou in het dorpje Schaan een achthoekige betonnen ‘villa’ bouwen, met James-Bondachtige ondergrondse ruimten, waar hij zijn nieuwe wapenhandelfirma naar noemde: Oktogon. Ruscheweyh stierf januari 1954.

Direct na de oorlog nam korte tijd de verzetskrant Trouw zijn intrek in het Bartolottihuis – een klein staaltje gerechtigheid.