Acht giganten smijten hun rotsblokken

De Engelsman Malcolm Pein is een veelzijdig man. Hij is internationaal meester, journalist, hij geeft een schaaktijdschrift uit en hij is de eigenaar van misschien de grootste schaakwinkel ter wereld en ook een vlijtig organisator van schaakevenementen.

Ik zag hem voor het eerst bij de opening van de kandidatenmatch tussen Jan Timman en Jonathan Speelman in Londen in 1989. Wie is dat? vroeg ik aan Nigel Short. Short zei: „Dat is Malcolm Pein, die een vinger heeft in veel taartjes.” Sindsdien zijn het alleen maar meer taartjes geworden en het kandidatentoernooi voor het wereldkampioenschap, dat vrijdag in Londen is begonnen, is er een van.

In een voorbeschouwing voor The Telegraph vertelde Pein een anecdote over Magnus Carlsen, de favoriet in Londen. Pein was Carlsen vorig jaar in Dublin tegengekomen en vertelde toen dat hij een toernooitje ging spelen in Harstad, in het noorden van Noorwegen. Hij was daar ook in 1995 geweest en was toen zo moe van de verre reis naar de rand van de poolcirkel dat hij tijdens een partij in slaap was gevallen.

Was dat die Botwinnik? vroeg Carlsen. Inderdaad, de partij die Pein toen als een kind had verloren, was geopend met de Botwinnikvariant. Carlsen, die de bijnaam Total Recall zou verdienen, kende die partij, die gespeeld was in een onbetekenend toernooitje nog voordat hij zelf de schaakregels kende. Ik geloof het alleen omdat ik zelf ook zulke verbluffende staaltjes van geheugenkunst van de topspelers heb meegemaakt.

In Londen spelen Carlsen, Kramnik, Aronian, Radjabov, Ivantsjoek, Grisjtsjoek, Svidler en Gelfand een dubbelrondige achtkamp; voor iedereen dus veertien partijen. De winnaar speelt later dit jaar een match tegen Anand om het wereldkampioenschap.

Het is voor de verandering nu eens een waardige manier om een uitdager voor de wereldkampioen aan te wijzen en het toernooi heeft aan een oever van de Theems ook een waardig onderkomen gekregen. Dat heeft Pein goed gedaan.

Als er voorspellingen worden gedaan, komen die er meestal op neer dat Carlsen hoort te winnen, maar dat het ook best anders kan gaan. Vladimir Kramnik en Levon Aronian zijn zijn gevaarlijkste rivalen. Nostalgici duimen voor de wispelturige Vasili Ivantsjoek, die aanstaande maandag 44 jaar wordt en al zo’n 25 jaar kandidaat voor het wereldkampioenschap is. Een arsenaal van spreekwoorden over vergane kansen die nooit weerom keren zou aangepast moeten worden als hij wint, maar het zou hem door zijn grote schare van fans van harte gegund zijn.

Al in de eerste dagen van het toernooi vuren de zwaarste kanonnen tegen elkaar. Gisteren speelde Carlsen tegen Aronian en vandaag tegen Kramnik. Tot 1 april zit ik op het puntje van mijn stoel voor het computerscherm om de strijd der giganten te volgen.

Om in de stemming te komen is hier een partij uit een vorige kandidatenwedstrijd in 2007 waarin de toen 16-jarige Carlsen door Aronian werd uitgeschakeld. Intussen is Carlsen groter geworden.

Magnus Carlsen - Levon Aronian, kandidatenmatches Elista 2007

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0-0 Le7 6. d3 Het was niets voor Carlsen om Aronian te bestrijden in diens lievelingsvariant, het diep uitgeanalyseerde Marshallgambiet dat begint met 6. Te1 b5 7. Lb3 0-0 8. c3 d5. 6...b5 7. Lb3 d6 8. a4 Tb8 9. axb5 axb5 10. Pc3 0-0 11. h3 Pb4 Dat was toen een nieuwe zet. Een paar keer was 11...Le6 gespeeld. 12. Pe2 c5 13. Pg3 Le6 14. Lxe6 fxe6 15. c3 Pc6 16. Te1 Dd7 17. d4 Dit ligt voor de hand, maar het is niet erg goed. 17...exd4 18. cxd4 c4 Zwart heeft een gevaarlijke pionnenmeerderheid op de damevleugel gekregen, terwijl het met wits overwicht in het centrum wel meevalt. 19. Lg5 h6 20. d5 Hierna komt zwart duidelijk in het voordeel. Beter was volgens Aronian 20. Ld2, waarna zwart slechts een tikje beter zou staan. 20...exd5 21. Lxf6 Lxf6 22. Dxd5+ Tf7 23. Dd2 Pe5 24. Pxe5 Lxe5 25. Pe2 Tbf8 26. Tf1 Wit dreigt zijn spel met 27. f4 te activeren.

26...Tf3 Maar deze mooie zet is een lelijke streep door de rekening. Zwart dreigt 27...Txh3 met winnende aanval en onder omstandigheden kan zwarts toren met de zet Tb3 ook op de damevleugel worden ingezet. Als wit het torenoffer aanneemt met 27. gxf3 is zwarts aanval na 27...Txf3 beslissend. 27. Ta3 Na dit makke antwoord wordt zwarts vrije c-pion een beslissende kracht. Meer verzet was mogelijk met 27. Dd5+ Kh7 28. Tad1 (dreigt 29. Dxe5) maar na 28...Dc8 zou zwart toch uitstekend staan. 27...Txa3 28. bxa3 Dc6 29. Pd4 Lxd4 Simpel schaak. Het lijkt zonde om de mooie loper te ruilen, maar Aronian had goed gezien dat wit zijn zwakke pionnen daarna niet goed meer kon verdedigen. 30. Dxd4 Ta8 31. Ta1 Iets beter was nog 31. Db2. 31...c3 32. Db4 Dc5 33. Db3+ Kh8 34. Ta2 Ta4 35. Te2 Txa3 36. Dd1 Ta8 Wit gaf op.