Vrouwenplatform: misbruikrapport Deetman onzorgvuldig

Foto ANP/Lex van Lieshout

In het rapport van de commissie-Deetman over misbruik van meisjes in de rooms-katholieke kerk staan niet alle meldingen op de juiste manier beschreven. Dat stelt het Vrouwenplatform Kerkelijk Kindermisbruik (VPKK) vanochtend in een reactie op het maandag gepubliceerde onderzoek.

Het platform kreeg in totaal 21 klachten. Het ging onder meer over verkeerde formuleringen en foutieve jaartallen en plaatsen. Ook waren enkele meldingen helemaal niet opgenomen. Volgens het VPKK heeft dat een aantal melders ‘zeer ontmoedigd’. Het platform maakt zich zorgen en zegt dergelijke fouten niet te kunnen accepteren.

“Een goede beschrijving van de meldingen in het rapport is onmisbaar voor de eerste stap van erkenning en herstel”, stelt het VPKK. Het platform vraagt nu alle melders om hun melding in het rapport te controleren.

181 nieuwe meldingen

Het vervolgonderzoek van Deetman bleek maandag 181 nieuwe meldingen van seksueel misbruik of geweld te hebben opgeleverd. Van structurele misstanden binnen de vrouwelijke congregaties was volgens Deetman geen sprake.

Dit vervolg bouwt voort op het onderzoek van de commissie naar seksueel misbruik van jongens en meisjes in de katholieke kerk. Daaruit bleek dat “enkele tienduizenden” kinderen, vooral jongens, sinds 1945 slachtoffer waren, zo schreef Joep Dohmen eerder deze week in NRC Handelsblad:

“Voor hen kwam er een klachten- en compensatieregeling. Op verzoek van de Tweede Kamer keek Deetman daarna nog specifiek naar het seksueel misbruik van meisjes en jonge vrouwen, en naar schrijnende gevallen van geweld.

Volgens Deetman gaat het bij meisjes en jonge vrouwen om “enkele uitzonderlijke gevallen” van seksueel misbruik, niet om structurele misstanden. Daarentegen sluit hij niet uit dat “fysiek en psychisch geweld tegenover bekeerlingen en pupillen” vaker en breder voorkwam.

Het vaak ernstige seksueel misbruik van minderjarige vrouwen door kerkdienaren kwam vaker thuis en in de parochie voor. Seksueel misbruik van jongens gebeurde vooral in internaten.

Fysiek en psychisch geweld tegen meisjes was er juist in instellingen, zoals kindertehuizen en ziekenhuizen, geleid door vrouwelijke religieuzen. De meeste meldingen dateren uit de jaren vijftig en zestig.”