Volkswoede? Hou toch op!

In 1875 verscheen van de nu vergeten schrijfster A.S.C. Wallis Johann de Witt. Het boek is een treurspel – méér valt er van dit bestaan ook moeilijk te maken. Uiteraard heeft De Witt als hardwerkende, machtige raadspensionaris van Holland zijn gloriejaren beleefd, maar zijn leven wordt overschaduwd door de dood (20 augustus 1672) van hem en zijn broer Cornelis, in zo ongeveer de gruwelijkste lynchpartij die zich in de Nederlandse geschiedenis heeft voorgedaan.

Wallis liet haar tragedie destijds in het Duits verschijnen. Dat zou te maken kunnen hebben met haar uiterst negatieve beschrijving van Oranjeprins Willem III, de grote tegenstrever van de raadpensionaris. ‘Niemand, die uit zuiver historisch oogpunt deze voorstelling zou willen verdedigen,’ schreef nog veertien jaar later de literatuurcriticus Jan ten Brink.

Ook meteen na verschijning waren protesten uitgebroken, wat Wallis ertoe dreef haar opvatting nog eens – ditmaal in het Nederlands – uiteen te zetten in de brochure Willem III en de moord der gebroeders de Witt (1876). ‘Een vermetele wijze van grijpen in de ons overgeleverde feiten en karakters,’ bromde Ten Brink. De Wallis-brochure getuigt inderdaad van moed. Stadhouder Willem III was medeplichtig aan de moord op de gebroeders De Witt, schrijft ze. Maar had ze ook gelijk?

Over de 1672-lynchpartij bij de Haagse Gevangenpoort is altijd met grote omzichtigheid gepubliceerd. Vlak na het Rampjaar had Willem III de macht – men moest uitkijken. Publieke schaamte zal ook een rol hebben gespeeld. De controverse rond de Oranjerol laaide in de eeuwen daarna zo nu en dan op, maar zeker in de 19de eeuw had men meer behoefte aan de herinnering aan helden, om de samenleving vooruit te helpen. Dat wil niet zeggen dat men het beeld van Willem III had schoongewassen. ‘De meeste geschiedschrijvers zijn ‘t eens dat hij door zijn zeer dubbelzinnig gedrag de volvoering van deze vreesselyke daad, in de hand heeft gewerkt,’ schreef het Samarangsch handels- en advertentie-blad De locomotief naar aanleiding van Wallis’ De Witt-brochure, maar zo ‘walgelijk’ als zij de Oranjeprins voorstelt was het nu ook weer niet.

Pamflettenoorlog

1672 en de leidende figuren rond dat jaar zijn de laatste jaren bijzonder in de aandacht. Er is de dubbelbiografie over de De Witten van historicus Luc Panhuysen uit 2005, en Michiel Reinders’ boek over de pamflettenoorlog die in het rampjaar woedde (niet in de laatste over de dubbelmoord en de aanzet daartoe). Van maritiem historicus Ronald Prud’homme van Reine verscheen een reeks boeken. Biografieën over De Ruyter en Piet Hein, een dubbelbiografie over vlootvoogd-vader en zoon Maerten en Cornelis Tromp.

In al deze werken vinden we gegevens over de lynchpartij en de verantwoordelijkheid van Willem III, maar dan wel beknopt. Oranjeschuld lijkt onomstotelijk, maar men kan het niet helemaal hard maken. Met name Prud’homme van Reine wijst ook nadrukkelijk naar Cornelis Tromp, die daarnaast als een onuitstaanbaar heerschap wordt beschreven.

Prud’homme van Reine liet de lynchkwestie er niet bij zitten, en heeft nu Moordenaars van Jan de Witt. De zwartste bladzijde van de Gouden eeuw gepubliceerd. Het is een uitvoerige reconstructie van voorgeschiedenis, verloop en vervolg van die 20ste augustus. Voorbeeldig archiefwerk, helder opgeschreven en ongetwijfeld het definitieve boek over de kwestie. Het is ongelofelijk hoe dicht Prud’homme van Reine de werkelijkheid van augustus 1672 nadert.

Hij volgt de gebeurtenissen op de voet, beschrijft met naam en toenaam de aanwezigen bij de Gevangenpoort. De gebroeders De Witt met personeel binnen, schutters, ruiters en tuig buiten op straat. Wie de gevangenisdeur openbreekt, hoe de beestachtigheden volgen en hoe het met iedereen afliep. Hij wordt daarbij gesteund door een oplettende en objectieve jurist, die uitgebreid noteerde wat hij door het raam van zijn werkkamer zag gebeuren, en andere getuigenverslagen die kritisch op geloofwaardigheid worden getest. Prud’homme van Reine komt daarbij met opmerkelijke details. Zo blijkt Willem III hoogstpersoonlijk aanwezig bij een bespreking die vooraf in de herberg achter het kantoor van genoemde jurist plaatsvindt. Die bespreking is een sleutelstuk in de bewijsvoering voor de stelling dat de moord op de De Witt-broers in plaats van een uitbraak van volkswoede een regelrechte Oranje-samenzwering betrof. Natuurlijk hield Willem III zich op de achtergrond, net als Cornelis Tromp (die ook bij de herbergscène aanwezig was). Toch zijn er sterke aanwijzingen dat hij enkele aanjagers van de moord – bij voorbeeld de louche barbier Willem Tichelaer – voor ‘diensten’ heeft betaald. Zeker is dat een behoorlijk aantal samenzweerders nadien met geld en baantjes door Willem III is beloond.

Relikwie

Het is elke keer weer gruwelijk te lezen wat er met de gebroeders De Witt is uitgehaald. Hoe na hun dood nog een ‘executie’ plaats vond door middel van pistoolschoten, waarna het echte werk kon beginnen: ingewanden verwijderd, geslachtsdelen en al het andere dat als werelds relikwie kon dienen – een tong en vinger worden nog altijd in het Haags Historisch Museum bewaard. Men ging zo ver De Witt-stukken op te eten, een van de moordenaars liep met de twee in een bebloede doek gewikkelde harten rond om goede sier te maken. Moordenaars van Jan de Witt is intussen een fascinerend boek. Prud’homme van Reine mag dan niet een groot stilist zijn, zijn reconstructie is niettemin meeslepend tot in de laatste regels van de nageschiedenis.