Vervulling en verveling

Niets maakt gelukkiger dan concentratie, schreef ik de vorige keer. Dan moet je wel iets hebben om je op te concentreren. Iets dat je aandacht vraagt. Iets dat je in je geest gevormd hebt tot een object dat de aandacht waard is.

Niets bedreigt de mens zo als verveling. ‘Geluk’, zelfs vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als iets wat je rechtens na mag streven, is een erg groot, bijkans hysterisch woord, voor misschien alleen maar de afwezigheid van onvrede en verveling.

Geluk is meer, dat weet ik ook wel, aan geluk zit nog een soort stralenkransje dat jaren later nog van de herinneringen spat. Maar dat is het momentane geluk. Als je achteraf over jaren zegt: ‘dat waren gelukkige jaren’, dan betekent dat niet dat je al die jaren met stralende ogen en licht hijgend van opwinding hebt rondgelopen.

Dan betekent het dat je vervuld was van het leven zoals je het leidde, inclusief de minder gelukkige momenten, gebeurtenissen, toestanden. Omdat er iets was dat je bezighield, of een combinatie van dingen die je samen bezig hielden. Voor mezelf sprekend, en ik heb geen seconde de illusie dat ik daarin uniek ben, zijn de ‘gelukkige’ jaren altijd jaren geweest dat er onderwerpen of gebieden waren om over na te denken of je in te verdiepen, jaren waarin er zowel iets als iemand was om je aan te wijden. Eén van de twee is vaak niet genoeg. Geen van twee is een ramp.

Renate Rubinstein schreef ooit eens, in het boekje over haar ziekte Nee heb je, dat iemand die met volle aandacht bezig is iets te doen (de sleutel in het slot morrelen, moeizaam een trap op lopen), geen medelijden behoeft, ook al kan het er van buitenaf deerniswekkend uitzien: „Mensen die ergens op geconcentreerd zijn, zijn nooit zielig.”

De moderne spiritualiteit maakt daarvan: concentratie op wat het ook maar is dat je doet. En inderdaad, dat zou waarschijnlijk prettig zijn. Maar het is lichtelijk bovenmenselijk om te vragen altijd geheel vervuld te zijn van het dweilen van de trap, het wachten voor de kassa, het corrigeren van zetfouten. Het is zeker beter dat allemaal met volle aandacht te doen. Maar volledig bevredigend is het niet.

Daarvoor is meer nodig. Een vraag, een raadsel, een mysterie. Garnalen pellen kan prettig en bevredigend zijn, zoals onkruid wieden je een paar uur lang volledig in beslag kan nemen, maar je voelt je nauwelijks iemand die volledig leeft als je niets anders doet dan onkruid wieden. Dan moet je jezelf wel erg leeg gemaakt hebben. Anders sluipt meteen de vijand aan: de verveling.

Vervulling is het tegendeel van verveling. Niet afleiding. Daarom helpt winkelen niet echt, en zijn de mensen dus weliswaar welvarender dan ooit, zelfs nu nog tijdens deze crisis, maar niet tevredener of gelukkiger.

De nieuwe superwasmachine bezorgt je een dag geluk, jarenlang misschien een gevoel van tevredenheid, maar hij laat, met al zijn geweldige eigenschappen, toch meer dan genoeg ruimte voor verveling. Zoals Facebook en Twitter weliswaar opwinding geven, geintjes, een vorm van gezelligheid en informatie, maar uiteindelijk de verveling niet verdrijven.

Het is alsof je de honger bestrijdt met het eten van koekjes. Je raakt wel vol, misselijk zelfs, maar niet bevredigd. Het is spijtig dat afgesleten waarheden altijd zo waar zijn. Waarheden als dat iets wat moeite kost bevredigender is dan iets wat je zo maar in de schoot valt. Dat geestelijk welbevinden op den duur bevredigender is dan materiële welstand.

Laatst las ik een interview met een dominee die op de Zuidas werkte. „Dat mensen rijk zijn betekent niet dat ze geen vragen hebben” zei hij. Alweer een cliché. Maar het is waar – bevrediging zit hem in iets anders.

Dat zit in wat de universitair docent Stoner, de hoofdpersoon van het gelijknamige boek van John Williams (en wat een schitterend boek is het), beleeft als hij zich verdiept in de invloed van de middeleeuwse grammatica op renaissance-tragedies. Bijvoorbeeld.

Het zit hem in wat de wiskundige Andrew Wiles voelde tijdens zijn zoektocht naar het bewijs van de stelling van Fermat. En in duizend andere dingen – vanzelfsprekend niet alleen in grote wetenschappelijke prestaties. Alles wat je beter wilt begrijpen, waarvan het geheim je interesseert, schenkt bevrediging, van het zoeken naar eigenschappen van een bepaalde bacterie tot de jeugd van je moeder of de plaatsing van een komma in een gedicht. Als je je helemaal verdiept geeft dat een grote intensiteit van leven. Het is de levenskracht die Stoner voelde: „Aan een vrouw of aan een gedicht zei die [kracht] eenvoudigweg: Kijk! Ik leef.”

Is die bevrediging hetzelfde als geluk? Nee. Dit type bevrediging is natuurlijk niet voldoende. Er zijn ook andere aspecten nodig voor het geluk, zintuiglijke, sociale, esthetische. En misschien moeten we het woord ‘geluk’ maar gewoon laten zitten. Om gelukkiger te kunnen worden.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC Handelsblad.