Verlangen naar een compliment van je vader

Van Gabriël Kousbroek (47), zoon van publicist Rudy, verscheen pas de ‘graphic novel’ Kousboek. Veel van de beeldverhalen gaan over zijn ouders.

Uit ‘Kousboek’: aanranding door Reve en partner Joop Schafthuizen

De roem van een vader als een schaduw over je eigen leven: Gabriël Kousbroek worstelde ermee. Hij werkte het van zich af in de autobiografische graphic novel Kousboek.

Gabriël Kousbroek (1965) is de zoon van schrijver Rudy Kousbroek, alom erkend om zijn fijnzinnige stijl en scherpe standpunten en gelauwerd met de P.C. Hooftprijs voor essayistiek. De zoon oordeelt anders: „Intelligente man, slechte pa.”

Zoveel wordt ook duidelijk uit zijn boek, een bundel bizarre verhalen, gepresenteerd met tekst boven de tekeningen. Zijn ontmaagding, een ontmoeting met een huurmoordenaar, de dood van zijn moeder en het dwangmatig baardharen uittrekken worden door Kousbroek met speels gemak verbeeld.

Eerder al bracht de uitgever naar buiten dat het boek óók een controversieel verhaal over Gerard Reve bevat. Gabriël geeft zijn versie van een passage uit Reves roman Het Boek van Violet en Dood. De jonge Gabriël wordt door Reve omschreven als een „stuk ongeluk” als hij met zijn vader (Eddy Kleingeld in het boek), stiefmoeder en een vriendje op bezoek is bij Reve en diens partner Joop Schafthuizen. De zestienjarige gooit steentjes naar Schafthuizen, voor Reve aanleiding voor moordfantasieën. In de versie van de tekenaar wordt zijn vijftienjarige vriendje tot drie keer toe aangerand door Reve en Schafthuizen. Het bijkomend verwijt aan zijn vader is dat deze daarbij niet ingrijpt.

Het Reve-verhaal was voor uitgever Vic van de Reijt aanleiding hem een boekcontract te geven, zegt Kousbroek. Het wringt met wat hij stelt op het titelblad: dat opdrachtgevers niet in hem geïnteresseerd waren, maar alleen in zijn vader.

Het lijkt een hartenkreet: beoordeel mij op wie ik ben. Maar in tien van de veertien verhalen heeft Kousbroek het alsnog over zijn ouders. Dat is de keuze van zijn uitgever, zegt hij. Exploiteert die hem dan niet net zo als eerdere opdrachtgevers? „Ja, maar Vic doet het op een veel charmantere manier.”

Dat Kousbroek het zich nu wel laat welgevallen, komt omdat de betrokkenen zijn overleden, zegt hij. Zijn moeder, schrijfster Ethel Portnoy, in 2004, zijn vader in 2010. „Ik doe een concessie door over mijn ouders te schrijven, maar die concessie stelt me ook in staat mijn eigen verhalen kwijt te kunnen. En ik besef ook dat ik een groter publiek bereik door het over hen te hebben. Als filmmaker en illustrator verdiende ik genoeg, geld is niet mijn drijfveer. Dit boek is therapie. Ik reken af met het syndroom achtervolgd te worden door de roem van een ouder.”

Gabriël Kousbroek was in zijn jonge jaren punker, kraker en anarchist. Als 16-jarige zat hij drie maanden vast wegens poging tot doodslag op een agent. „Ik heb nog meer nare dingen gedaan, waar ik deels spijt van heb.” In de oorlog zat vader Rudy Kousbroek in een interneringskamp in Nederlands-Indië. „Wat daar met hem is gebeurd, heeft hij nooit verteld, maar hij leed er onder en reageerde dat af op ons. Zijn fascinatie voor wapens en geweld heb ik geërfd.”

Punk werd de jonge Kousbroek om zijn vader te confronteren met zijn tuttigheid. Dat botste. Tot twee keer toe tekent hij hoe zijn vader hem dwingt nette kleren te dragen, die hij dan in het trapportaal verruilt voor een punkkloffie. „Zijn leven lang hadden we ruzie. Mijn moeder hemelde op wat ik deed, mijn vader kraakte het af. Na de dood van mijn moeder werd hij inschikkelijker en aardiger, hij interesseerde zich meer voor wat ik deed. Zelfs zei hij soms tegen me: ‘Dat heb je mooi gedaan.’ Dat was waar ik naar verlangde: een compliment van zijn kant.”

Kousbroek wil niemand kwetsen, benadrukt hij. Toch leest het boek soms als een afrekening. „Als ik wraak had gezocht, had het boek veel venijniger kunnen zijn.”

„Op zijn sterfbed zei mijn vader: ‘Je zult nooit rijk worden van je werk.’ Zijn laatste woorden. Wat hem daartoe bewogen heeft weet ik niet. Ik wil die woorden wel positief uitleggen; als poging mij voor teleurstelling te behoeden. Maar het voelt schamper en negatief.”

Het langste verhaal gaat over het sterfbed van zijn moeder. Kousbroeks emoties blijven verborgen. „Ik voelde hartverscheurende pijn en wanhoop van niet weten hoe je verder moet zonder je moeder. Maar dat krijg ik niet op papier. Wat schrijven betreft moet ik nog veel leren.”

Zijn losse, nonchalant aandoende tekenstijl ontwikkelde hij door veel modeltekenen. Een docent leerde hem hoe hij een tekening van voor naar achter kon opbouwen, vanuit een persoonlijk gezichtspunt. „Als kijker wordt je oog langs alle objecten geleid. Zo kan je een tekening emotionele diepte geven.”

Gabriël Kousbroek: ‘Kousboek’. Nijgh & Van Ditmar. 192 pag. € 19,95.