Vergeet dat vredige Denemarken

Babies werden stiekem ter adoptie afgestaan. En een dominee dacht de Groenlanders te kunnen bekeren. Twee romans, uitwaaierende geschiedenissen, werpen een heel ander licht op Denemarken.

Inuit-kinderen in 1936 bij Kangerdlugssuatsiak, een fjord op Groenland Foto Paul Emile Victor/Hollandse Hoogte

Afluisterschandalen in de hoogste kringen, gewelddadige kolonisatie van Groenland, kinderen die leven in het ongewisse over hun echte ouders en opgroeien bij stiefouders: Denemarken lijkt een keurig land dat als een groen kussen aan de Noord- en Oostzee ligt, maar de schandalen liegen er niet om. Denemarken schandaalland: zo kennen we tv-series als The Killing en Borgen. De literatuur laat zich evenmin onbetuigd.

Twee recente romans belichten verzwegen, welbewust weggemoffelde gebeurtenissen uit de Deense geschiedenis. De auteurs leggen de vinger op gevoelige plekken. Het zevende kind van Erik Valeur (1955) beschrijft de zogenoemde Kongslund-affaire uit 1961. Zeven pasgeboren kinderen in het ziekenhuis van Kopenhagen worden onmiddellijk ter adoptie afgestaan. Waar blijven zij? Komen zij achter de waarheid over hun herkomst?

Ook Kim Leine (1961) baseert zijn roman De profeten in de Eeuwigheidsfjord op de waar gebeurde geschiedenis van de kolonisatie van Groenland. Hij neemt je mee naar de onherbergzame Deense kolonie Sukkertoppen op West-Groenland in 1793. Dominee Morten Falck is bekeerder van de heidense, oorspronkelijke bewoners, de ‘wilden’. Intussen breekt elders op Groenland opstand uit. Een religieuze commune verzet zich tegen de Deense opperheerschappij: ook dit is een historische zaak, bijgenaamd de ‘profeten-affaire’.

Details

Met stijgende verbazing slaan we bladzijde na bladzijde om, meer dan duizend keer, en komen terecht in een adoptiekind-schandaal en zendelingen-schandaal.

Volgens de Scandinavische literaire traditie zijn de romans niet kort maar lang; niet geconcentreerd als een kleinood maar episch, breed uitwaaierend. Dat heeft ook nadelen: de details overwoekeren weleens de verhaallijn, maar de stilistische kracht van de auteurs tilt de boeken op hoog literair niveau.

In Het zevende kind van Erik Valeur gaat de detaillering ver tot in het extreme. Het gegeven van de affaire in het hoofdstedelijke hospitaal is briljant. De zeven kinderen delen in het kindertehuis Kongslund, waaraan ze meteen na geboorte worden overgedragen, dezelfde kamer, bekleed met olifantjesbehang. Ze groeien ver van elkaar op bij ouders die niet hun eigen ouders zijn. De ‘Olifantjeskamer’ fungeert als het codewoord in hun latere zoektochten naar hun werkelijke afkomst.

Valeurs beschrijvingen van het kinderverleden zijn aangrijpend. De prille moeders in kraamafdeling B mogen hun boreling nooit zien, want dan zouden ze zich aan hen hechten. Tijdens de bevalling spannen verpleegsters een wit laken tussen moeder en baby. Aanvankelijk doen de moeders vrijwillig afstand van hun kind, voor geld of omdat ze in de ban zijn van de vaders, veelal hooggeplaatste functionarissen die er geheime liefdes en stiekeme maîtresses op nahouden. De kinderen uit deze liaisons verdwijnen in de onzichtbare wereld van de adoptie.

Een anonieme brief, verzonden aan het weeshuis Kongslund bij gelegenheid van het zestigjarig jubileum, brengt de gebeurtenissen op gang: de briefschrijver dreigt met het openbaar maken van de herkomst van vooraanstaande regeringsambtenaren. Een journalist behartigt de zaak en dringt verder en verder door in de affaire. Een cruciale rol speelt de directrice van het weeshuis die tienduizenden ouderloze kinderen een plek in de wereld moest geven. Het was onder haar bewind dat de moeders, vaak meisjes nog of in elk geval jonge vrouwen, onder geen beding hun kind mochten zien.

Valeur vertelt het verhaal uit verschillende perspectieven; telkens laat hij een van de inmiddels volwassen kinderen aan het woord over zijn of haar ervaringen. Ze voelen zich hardhandig losgesneden van hun herkomst en doen wanhopige pogingen hun biologische ouders terug te vinden. Dat zorgt voor geëmotioneerde taferelen met telefoongesprekken en geforceerde ontmoetingen.

Twee krachten beheersen deze grootse roman: die van geheimhouding en die van bekendmaking. Het slot is huiveringwekkend. Na eindeloze speurtochten komt alles bij een vrouw samen, zij die kinderen in haar armen heeft gewiegd. En daarna weggegeven. Voor de adoptiekinderen vormt zij het ankerpunt in hun leven. Haar sleutelwoord is ‘genade’.

Rousseau

Ook in De profeten in de Eeuwigheidsfjord put de auteur uit historische bronnen. Hoewel Kim Leines hoofdpersoon Morten Falck fictief is, vormen persoonlijke getuigenissen uit de 18de en 19de eeuw over de Deense zendingstijd een fascinerende bron van sprekende bijzonderheden. Een motto van de Franse filosoof Rousseau begeleidt Falcks leven: ‘De mens is vrij geboren, en overal ligt hij in de boeien’.

De jonge Falck ontworstelt zich aan zijn omgeving, studeert theologie en geeft gehoor aan zijn roeping Gods woord in Groenland te verspreiden. In suggestieve, krachtige taferelen schildert Leine de beproevingen die Falck moet doorstaan. Leine bouwt zijn boek op volgens de christelijke geboden. Dat is een mooie en ook dramatisch getinte vondst: hiermee geeft hij de superioriteit aan van de Deense gemeenschap in de kolonie.

Tot zover behelst de roman een betrekkelijk traditionele beschrijving van kolonisatie. De spanning tussen Falck en de Inuit groeit. Ze weigeren te geloven in zijn leer en stellen vragen die hem tot wanhoop drijven. Zoals wanneer het Jona en de Walvis betreft over de kracht van de wind, de boot van Jona en om welke walvissoort het gaat. Daar heeft Falck geen antwoord op en hij voelt zich bedreigd, al predikt hij nog zo stellig dat God liefde is.

Maar het grootste gevaar komt van een fanatieke religieuze commune ver in het binnenland rond twee Groenlandse profeten, Habakuk en Maria Magdalena. Zij wijzen de Deense kerk af en preken, met het evangelie in de hand, solidariteit en gelijkheid. Hun afgelegen woonplek noemen ze de ‘Eeuwigheidsfjord’. De Denen rusten een strafexpeditie uit en geselen een van de communeleden dood aan de schandpaal. De kolonisator gaat zich te buiten aan drank en misbruik van Groenlandse meisjes, die ‘ingewijd’ dienen te worden in het geloof. Falck raakt bevangen door twijfel. Zijn sympathie ligt aan de zijde van de Groenlanders en steeds minder bij de Deense regering en Deense moederkerk. Hij wilde zichzelf in Groenland bevrijden, maar komt tot de ontdekking dat kerk en staat hem onwrikbaar in de greep hebben. Beide romans vullen elkaar prachtig aan. De adoptiekinderen uit Het zevende kind zijn desperaat op zoek naar hun verleden, naar hun werkelijke herkomst. De levensloop van Morten Falck wijst juist de andere kant op: hij wil zich ontdoen van zijn verleden en op Groenland een nieuwe toekomst beginnen. De auteurs ontrafelen verzwegen geschiedenissen uit de Deense historie.

Wat Het zevende kind en De profeten in de Eeuwigheidsfjord samenbindt is de inzet van beide schrijvers en hun personages vergeten of verdrongen gebeurtenissen te achterhalen. De Kongslund-affaire en de profeten-affaire lieten zwarte bladzijden na in de Deense geschiedenis. Onthullende romans, die je met andere ogen naar Denemarken doen kijken.