Van Nelle was de eerste op de maan

Marc Kregting heeft een goed koffie-oog. In zijn boek Koffie laat hij zien hoe vaak die drank over het hoofd wordt gezien – niet alleen in de literatuur, maar overal.

Foto Hollandse Hoogte

Er is een gedicht van Martinus Nijhoff dat gaat over het niet kunnen schrijven van een gedicht. Het heet ‘Impasse’. Het werd in 1935 geschreven. We zien de dichter in de keuken staan en we zien hem kijken naar zijn vrouw, die daar lekker bezig is (‘haar bezig ziend in haar bedrijf’). Zij wel. Hij staat daar maar. Hij wil haar al heel lang iets vragen. Nu ziet hij een gelegenheid om haar onvoorbereid te laten antwoorden. En dus vraagt hij haar: ‘Waarover wil je dat ik schrijf?’ Eindelijk is de vraag gesteld, maar hij moet nog wel even wachten op een antwoord. ‘Juist vangt de fluitketel te fluiten aan, / haar hullend in een wolk die opwaarts schiet / naar de glycine door het tuimelraam.’ Wat antwoordt zij? Waarover moet onze geblokkeerde dichter dichten?

Het antwoord wordt tergend langzaam gegeven – pas helemaal aan het eind van het gedicht. ‘Dan antwoordt zij, terwijl zij langzaamaan / druppelend water op de koffie giet / en zich de geur verbreidt: ik weet het niet.’ En dan is de dichter in zekere zin nog even ver als in het begin – behalve dan dat hij van zijn probleem intussen toch maar mooi met de nodige zelfspot een volstrekt helder en huiselijk, geestig en goedlopend gedicht heeft gemaakt.

‘Impasse’ is een bekend gedicht geworden. Er is in de loop van de jaren veel over geschreven: over de interpretatie, de varianten, de typisch romantische of juist typisch modernistische aspecten, de paradox, de poëticaliteit. Is die opstijgende stoomwolk niet al een metaforische aankondiging van de naderende inspiratie? Enzovoort. Maar nog niet eerder had ik een beschouwing gelezen waarin wordt stilgestaan bij het feit dat hier koffie wordt gezet. Heeft er ooit eerder iemand opgemerkt dat die koffie handgemalen koffie moet zijn geweest? Is het misschien mogelijk dat de vers gezette koffie later, buiten dit gedicht, de noodzakelijke inspiratie zal geven? Valt er in het hele proces van transformatie van koffieboon, via malen en opgieten, tot opwekkende drank niet een beeld te zien van de dichterlijke opvattingen van Nijhoff?

Er valt met een koffie-oog nog wel meer te zeggen over dit gedicht. Marc Kregting (1965) doet dat in zijn boek Koffie. Daarin laat hij zien hoeveel koffie eenvoudigweg over het hoofd wordt gezien – niet alleen in de literatuur, maar overal. Als je goed om je heen kijkt zie je overal koffie – zo zou je de strekking van dit wonderlijke boek kunnen samenvatten.

Marc Kregting was tot nu toe vooral bekend als vanalles-schrijver, van bijvoorbeeld nogal duistere gedichten en verhalen en van allerlei berichten op zijn blog ‘De Honingpot’. De afgelopen jaren zette hij zich tot het schrijven van een heus ‘doeboek’. Omdat het doeboek over koffie handelde, werd het verpakt als ouderwets pondspak, afgesloten met een ouderwetse splitpen. Voor het boek zelf is koffiebruine inkt gebruikt. Het bevat volgens het omslagetiket ‘feuilletons, reportages, quizvragen en illustraties’. Als je het openslaat zie je nog veel meer tekstsoorten: ‘berichten uit het koffiehuis’, ‘lezersreacties’, ‘kortingsbonnen’, ‘brieven’, ‘boekbesprekingen’. Al die ingrediënten staan hier door elkaar. Het lijkt op een almanak of een winterboek – maar het is er ook meteen een parodie op.

Universele koffiebehoefte

Behalve een boek over koffie is Koffie ook een boek over genres, en over het spelen daarmee. Het speelt daarnaast ook een spel met Max Havelaar of de koffieveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy van Multatuli. Net als bij Multatuli (Droogstoppel, Stern, Sjaalman, Max Havelaar, Eduard Douwes Dekker) zijn hier allerlei stemmen namens allerlei verschillende vertellers aan het woord. En net als bij Multatuli heeft de afwisseling van al die stemmen een erg levendig en geestig effect.

Neem het voorwoord. Het is een warrige verhandeling over de universele menselijke koffiebehoefte en over de troostende functie van koffie. Merkwaardig is dat dit voorwoord (‘Preface’) in het Engels is, en dat de Nederlandse vertaling in een voetnoot achterin wordt gegeven. Nog merkwaardiger is dat de vertaler zich eerst met de inhoud gaat bemoeien alvorens zich mopperend aan zijn vertaalwerk te zetten. Vervolgens levert hij een wel erg vrije vertaling af.

Zo parodieert Kregting het ingewikkelde woord vooraf, de geleerde voetnoot en de vertaling. En eigenlijk parodieert hij zo ook meteen zichzelf. Blijkt dat al niet uit het malle voorwoord, dan blijkt het wel uit de eerste beschouwing, ‘Van de Melkweg’, waarin Kregting de theorie ontvouwt dat niet Neil Armstrong de eerste man op de maan is geweest, maar, als ik het tenminste goed begrepen heb, Piggelmanus, de kabouter uit een jeugdverhaal dat in de jaren vijftig werd uitgegeven door koffiemerk Van Nelle. Ook zouden er duidelijke overeenkomsten zijn tussen Neil en Nelle. Intussen zijn in het korte bestek van dit betoog (vier pagina’s) ook de Elfstedentocht voorbijgekomen, Verkade-albums, kabouter Roel van Duijn, de provo’s en de sprookjes van de gebroeders Grimm. Het zal in de rest van het boek niet veel anders worden: grillige gedachtesprongen, tegenwerpingen en uitweidingen. Misschien is het ware onderwerp van dit boek niet koffie, maar ADHD.

Toch komt er in deze vierhonderd pagina’s wel degelijk ook veel wetenswaardigs voorbij. Maar daarvoor moet je het boek niet van begin tot eind willen lezen. Je kunt het beter ergens openslaan – dan vind je altijd wel iets interessants: over de modes van het koffiedrinken (Senseo, pads, Starbucks), de ‘verlifestylisering’ van de koffie, de wereldhandel, de misstanden in de koffieproductie, de rol van koffie in de politiek, allerlei filosofische verhandelingen, allerlei cultuurkritiek, allerlei citaten uit tv-series en reclame en muziek – van Bach tot VOF De Kunst met de meezinger ‘Eén kopje koffie!’ En allerlei aardige geintjes links en rechts.

Vermommingen

Koffie is een duizelingwekkend boek. Het geeft lering en vermaak – en warhoofdigheid. Ik zie te veel invallen om een grote lijn te ontdekken en te veel vermommingen om nog te willen weten wie er zich achter schuilhoudt. Koffie is het woord waarmee alle wilde associaties van Kregting nog een beetje bij elkaar worden gehouden, maar over koffie gaat Koffie eigenlijk niet, net zo min als Max Havelaar over koffieveilingen gaat. Toch blijkt uit alles ook dat Kregting heel goed en soepel kan schrijven, in allerlei genres en in allerlei stijlen. Hij is een stilist, maar nog op zoek naar een onderwerp. Wat moet zo iemand? Ik sta in de keuken en schenk nog maar eens in en denk, terwijl een wolk stoom opwaarts naar het tuimelraam schiet: ik weet het niet.