Schokkend maar niet verrassend

Na zijn holocaustvoorlichting op tv werd Mehmet Sahin bedreigd door Turkse buurtbewoners Hij moest onderduiken Voor het eerst zijn de antisemitische sentimenten in de bevolkingsroep zo duidelijk

verslaggevers

Ze waren vorige week wereldnieuws: de Turkse jongens uit het NTR-programma Onbevoegd gezag. De Arnhemse wetenschapper Mehmet Sahin wilde hen informeren over de holocaust, maar werd geconfronteerd met antisemitische denkbeelden.

„Weten jullie wie Anne Frank is”, vraagt Sahin in de uitzending. Ja, dat weten ze. „Ik ben tevreden met wat Hitler met de joden heeft gedaan”, zegt de meest spraakzame van het stel. „Wat mij betreft had hij ze allemaal mogen afslachten.”Aan het eind wedden de jongens voor 50 euro dat de huiswerkbegeleider hen niet op andere gedachten kan brengen. „Want ik haat joden, klaar. Die gedachte kan je niet van me weghalen.”

Na de uitzending moet Sahin onderduiken wegens doodsbedreigingen vanuit de islamitische gemeenschap. „Schokkend”, zegt rabbijn Abraham Cooper van het Simon Wiesenthal Center vanuit Californië. „Schokkender dan de uitspraken van de jongeren. Waarom worden degenen die hem bedreigden niet gearresteerd? Dit is niet alleen een ramp voor de joodse gemeenschap, maar ook voor de democratie. Het bevreemdt mij dat niet alle alarmbellen gaan rinkelen in Nederland.”

Gisteren kondigde minister Asscher van Sociale Zaken (PvdA) in de Kamer aan dat hij gaat praten met Sahin. Hij vindt de uitspraken van de jongens schokkend, maar niet verrassend. Het is volgens hem bekend dat jodenhaat vaker voorkomt bij moslims. In een brief aan de Kamer schrijft hij: „Het is onacceptabel wanneer solidariteit en sterke identificatie van – vaak jonge – moslims met moslims elders in de wereld leiden tot openlijke vijandigheden tegen andere groepen in de Nederlandse samenleving.”

Het kabinet verwacht dat ouders hun kinderen opvattingen meegeven „die wars zijn van antisemitisme en vooroordelen”, schrijft Asscher aan de Kamer. Ook scholen moeten volgens de minister „adequaat reageren”. Maar dat wordt bemoeilijkt doordat de landelijke overheid, gemeenten, scholen en welzijnswerk er de afgelopen jaren weinig deden om dubieuze denkbeelden bij te sturen, zegt Sadik Harchaoui, directeur van het multiculturele instituut Forum. „Bij strafbare feiten moet er opgetreden worden. Daarnaast is ook structureel aandacht nodig voor opvoeding, betrokkenheid van ouders en kennisoverdracht om deze opvattingen te bestrijden.”

Volgens Ahmed Marcouch, die Sahin in Arnhem opzocht, kunnen Turken veel van Marokkanen leren. „Dat Marokkanen er antisemitische denkbeelden op nahouden was al bekend”, zegt het PvdA-Kamerlid. „Daardoor reageren Marokkaanse organisaties adequaat op dit soort uitwassen. Bij Turken ligt dat anders. Zij weten zich geen raad met het incident in Arnhem. Het is voor het eerst dat de antisemitische sentimenten in die bevolkingsgroep zo duidelijk zichtbaar worden.”

Bijkomend probleem vinden Marcouch en Harchaoui, is dat ‘de’ Turkse gemeenschap niet bestaat. In Nederland wonen Armeniërs, alevieten, Grijze Wolven en aanhangers van Milli Görüs. Sommige groepen staan lijnrecht tegenover elkaar. „De spanningen die in Turkije leven, leven in Nederland ook”, meent Harchaoui. Volgens Marcouch ontbreekt „een centraal aanspreekpunt”.

In de dagen na de NTR-uitzending wezen veel experts op de gebrekkige holocaustvoorlichting op scholen. Zij vinden het onaanvaardbaar dat docenten het onderwerp niet durven aan te snijden, uit angst voor boze reacties van islamitische leerlingen. Asscher zei gisteren dat goede informatievoorziening de vooroordelen onder jongeren niet kan wegnemen, want de jongens die in de NTR-uitzending aan het woord kwamen, weten opvallend veel over de jodenvervolging. „Het probleem is dat ze de holocaust schaamteloos goedkeuren”, aldus Asscher.