Scheiden afval schiet niet echt op

Voor huishoudelijk afval geldt een ambitieuze doelstelling: in 2015 moet 65 procent worden hergebruikt. Slim scheiden levert een gemeente geld op. Maar er wordt te weinig vooruitgang geboekt – het wachten is op een grondstoffenakkoord.

We spreken nu van „grondstoffenmanagement”, zegt Foky van der Veen met een glimlach. Ze is in het Friese Smallingerland als afdelingshoofd verantwoordelijk voor de gemeentelijke afvalinzameling, waaronder ook de inzameling van huishoudelijk afval. Het gaat volgens haar om meer dan een woordenspel. De term ‘afval’ of – nog erger – ‘vuilnis’ is immers uit de tijd. Want ‘afval’ moet zo veel mogelijk worden gerecycled. Daarvoor is het nodig afvalstromen zo veel mogelijk te scheiden.

Voor huishoudelijk afval formuleerde het kabinet-Rutte I in 2011 een ambitieuze doelstelling: het percentage voor recycling moet in 2015 zijn gestegen van gemiddeld 50 tot 65. Dat betekent dat nog eens 1,5 miljoen ton (1,5 miljard kilo) meer huishoudelijk afval weer tot bruikbare grondstof moet worden verwerkt.

Smallingerland (waaronder Drachten) scoort met ruim 72 procent opmerkelijk goed. Veel gemeenten komen nauwelijks aan 40 procent, de grote steden nog minder. De hoge score heeft voor de 56.000 inwoners van Smallingerland prettige gevolgen: de afvalstofheffing is er slechts 199 euro per jaar voor een huishouden. In heel wat gemeenten ligt die heffing al gauw 100 euro hoger. Wethouder Egbert Berenst (ChristenUnie) onderstreept met enige trots dat er geen geld uit bijvoorbeeld de OZB-pot (onroerendezaakbelasting) bij moet, zoals elders soms gebeurt.

De verklaring: de gemeente verdient goed geld met verkoop van herbruikbaar afval. ‘Grondstoffenmanager’ Van der Veen laat het lijstje zien waarop wel dertig afvalsoorten staan vermeld, zoals papier, ijzer, glas, gips, textiel, drankkartons, kunststofverpakkingen, pvc, hout, enzovoort. Op de lijst staan ook tarieven die de gemeente per grondstof ontvangt, maar die houdt ze liever voor zich. Want bij de volgende aanbesteding wil ze er weer de beste voorwaarden uitslepen. Smallingerland stapte uit de regiosamenwerking voor afval. Volgens Van der Veen was sprake van „gedwongen winkelnering”. Het zelf aanbesteden levert de gemeente nu profijt op.

Wat is verder het recept van Smallingerland? „Je moet de burgers zo veel mogelijk meenemen”, zegt Van der Veen. Dat betekent kosten voor hen zo laag mogelijk houden en laten zien dat hun medewerking wat oplevert. Zo werd de afvalstofheffing enkele keren in stapjes verlaagd – en via Twitter, app en website worden de inwoners van alles op de hoogte gehouden.

Voor Smallingerland is bronscheiding de norm – enkele gemeenten in de regio laten afval via recyclingbedrijven na scheiden. De fractie ‘restafval’, een kostenpost, blijft in Smallingerland dus relatief klein.

Het meeste afval wordt apart opgehaald door de gemeente, maar burgers kunnen ook terecht op twee ‘ecostations’. Daar valt de bezoeker vooral het grote aantal afvalsoorten op die apart in kleinere en grotere containers kunnen worden gestort. Vorig jaar begon de gemeente, in samenwerking met het Leger des Heils, ook met gescheiden inzameling van textiel, dat tegelijk met oud papier wordt opgehaald. Voor textiel (van kleding tot gordijnen en knuffels) zijn er ook ondergrondscontainers „want niet iedereen wil laten zien welke kleding hij weggooit”. Kunststofverpakkingen gaan in een gratis plastic zak en worden tegelijk met gft ingezameld. Volgens Van der Veen willen burgers meewerken als je het ze gemakkelijk en aantrekkelijk maakt.

Dat was ook de gedachte in Pijnacker/Nootdorp, dat met een afvalscheiding van nog geen 50 procent matig scoorde. Daar begon men vorig jaar aan het experiment ‘Afval Loont’. De bedoeling was dat bewoners direct geld ontvingen, als ze hun recyclebare afval zelf naar lokale afvalstations brachten. Maar het experiment werd na een jaar gestopt. Onduidelijkheid over kosten, opbrengsten en risico’s kostte de verantwoordelijke wethouder in december de kop. Volgens enquêtes zagen bewoners wel wat in systeem, al klaagden sommigen over tegenvallende opbrengsten en sluiting van enkele afvalstations. „Om de 65 procent te kunnen halen, willen we een bureau inhuren dat uitzoekt wat voor ons een goede methode is voor afvalinzameling”, zegt de nieuwe wethouder Bert van Alphen (GroenLinks). Het is volgens hem „moeilijk” kiezen.

„Het is vrijwel onmogelijk om de doelstelling van 65 procent recycling in 2015 nog te halen. Dat vergt een echte trendbreuk”, waarschuwt directeur Erik de Baedts van de NVRD (Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement), waarin gemeenten en hun afvalbedrijven zijn georganiseerd. Volgens De Baedts zijn noodzakelijke besluiten uitgebleven sinds toenmalig milieustaatssecretaris Joop Atsma (CDA) in 2011 zijn ‘afvalbrief’ met daarin de recyclingdoelstelling van 65 procent naar de Tweede Kamer stuurde. Besluiten over financiering van recycling moeten volgens De Baedts zekerheid bieden aan gemeenten „die investeringen voor de komende tien jaar moeten doen.” Hij hoopt op Atsma’s opvolger Wilma Mansveld (PvdA), die de Tweede Kamer een brief (vóór april) toezegde over diverse afvalonderwerpen. Die brief zal volgens een woordvoerder ook ingaan op de haalbaarheid van de recyclingdoelstelling.

De Baedts wijst op diverse tekortkomingen die recycling remmen. Zo is er in Nederland – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk – niks geregeld voor meubels, die door hun gewicht een grote impact hebben op de recyclingdoelstelling; lederen meubelen hebben veel milieu-impact. In Frankrijk is de producent (‘de vervuiler betaalt’) verantwoordelijk: gemeenten krijgen geld voor afvoer van meubels.

En in het zogenoemde verpakkingsakkoord met gemeenten en verpakkende industrie, waarbij gemeenten een vergoeding krijgen voor inzameling, ontbreken harde afspraken over drankkartons, blik en aluminiumverpakkingen. In Vlaanderen bijvoorbeeld is dat wel geregeld. Daar ligt de recycling van huishoudelijk afval inmiddels al op 72 procent. Dat komt ook door een bonus-/malussysteem van financiële prikkels voor betrokken partijen. „Je moet in een grondstoffenakkoord alle afvalstromen pakken”, onderstreept De Baedts. Ook biedt het verpakkingenakkoord slechts twee jaar financiële zekerheid.

De afschaffing van het statiegeld door het vorige kabinet – onder zware druk van supermarkten en frisdrankenproducenten die het systeem te duur vonden – is ook nadelig. Desgevraagd geeft De Baedts aan dat (PET)flessen voor 95 procent terugkwamen. Ter vergelijking: de recycling van kunststof verpakkingsafval in het algemeen bedroeg nauwelijks de helft. Dit laatste lijkt zelfs nog geflatteerd, want de inspectie van het milieuministerie constateerde in 2011 dat de rapportage van de afvalstroom waarvoor de stichting Nedvang verantwoordelijk is, niet deugt. In de stichting zitten de verpakkende bedrijven zelf. Critici suggereerden dan ook dat Nedvang de recyclingscijfers bewust te mooi voorstelde om de politieke „beloning” in de vorm van afschaffing van statiegeld binnen te halen. Volgens De Baedts van de NVRD zijn de recyclingcijfers „aantoonbaar onjuist”. Zijn organisatie heeft daarom een werkgroep van betrokkenen gevraagd de methode aan te passen. Een woordvoerder van de verpakkende bedrijven denkt dat er snel „consensus” komt en dat „de discussie dan uit de wereld is”.

Een andere rem op hergebruik van afval is overcapaciteit aan afvalverbrandingsinstallaties (avi’s) – nu komt zelfs afval uit Engeland en Duitsland om in Nederland te worden verbrand. De avi’s zijn grotendeels in handen van gemeenten en provincies. In een interne notitie van de NVRD (gemeenten en hun afvalbedrijven) uit 2011 werd gepleit voor een ‘verbrandingsheffing’ om een fonds te vullen, waarmee de afbouw van verbrandingscapaciteit kan worden gefinancierd. Maar dat werd geen officieel standpunt. „In alle eerlijkheid, dat is een moeilijk punt voor mijn achterban want die is ook aandeelhouder in de verbrandingsinstallaties”, erkent directeur De Baedts. Toenmalig staatssecretaris Atsma wees zo’n heffing af met het argument dat moderne avi’s door efficiënte verbranding schone energie leveren.

Hergebruik van afval brengt door energiebesparing en verminderde CO2-uitstoot – het maken van nieuwe materialen kost veel energie – de klimaatdoelstellingen een stuk dichterbij. De NVRD pleit dan ook voor een CO2-heffing waarbij hergebruik „boven het uitputten van maagdelijke stoffen wordt beloond”.

Advies- en ingenieursbureau DHV maakte twee jaar geleden een berekening: als al het huishoudelijk papier, glas, kunststof, textiel en gft wordt hergebruikt, daalt de CO2-uitstoot met 5,6 miljoen ton; dat is ruimschoots de uitstoot van 1 miljoen personenauto’s. Met name kunststofverpakkingen, die qua gewicht in de hergebruikdoelstelling weinig opleveren, dragen aan de milieudoelstelling bij.

Ook directeur Max de Vries van brancheorganisatie BRBS-Recycling hekelt de onzekerheid door uitblijven van ferme maatregelen. „We gaan niet nog meer investeren als we geen zekerheid hebben over de toekomst”, zegt hij. En dat terwijl bedrijven in de recyclingsector, waarin nu al circa 80.000 mensen werken, technisch tot steeds meer in staat zijn. De Vries wijst op geavanceerde apparatuur met bijvoorbeeld infrarood, sensoren en magneten, die afval in wel vijftien aparte stromen kunnen scheiden. De sector heeft door zulke innovaties volgens De Vries volop kansen, waardoor Nederland kan uitgroeien tot wat in de afvalwereld en in de politiek al snel de ‘grondstoffenrotonde’ is gaan heten.

Volgens De Baedts van de NVRD is op korte termijn een omvattend „grondstoffenakkoord” van rijksoverheid, gemeenten en bedrijfsleven nodig om het tij te keren. Anders gezegd: concrete afspraken per afvalstroom over doelstelling en financiering. Die zekerheid is des te meer nodig nu de financiële middelen van gemeenten door de economische crisis beperkt zijn.

Dan zullen ook de grote steden als Amsterdam en Rotterdam, waar de afvalscheiding nog sterk achterblijft, hun prestaties kunnen verbeteren. Die hebben nu naar verhouding weinig ecoparken voor burgers met hun gescheiden afval. Volgens die steden hebben zij ook een achterstand door de vele hoogbouw, omdat bewoners er weinig plek voor rolcontainers hebben.

Volgens De Baedts staat of valt dat met de juiste aanpak. Hij wijst op een peiling die de NVRD vorig jaar door Maurice de Hond liet doen naar bereidheid van burgers om milieubewust met afval om te gaan. „Als mensen een vergoeding in het vooruitzicht kregen gesteld bleken ze meer ruimte voor afvalscheiding in hun flat te willen maken”, zegt De Baedts. En: hoe beter de service van de gemeente, des te groter de bereidheid. Wat nog hoopvoller stemt: driekwart gaf aan „via afvalscheiding een bijdrage te willen leveren aan een leefbaardere wereld”.