Rechters hebben het druk, maar hun ziekteverzuim valt mee

Brengt werkdruk de kwaliteit van de rechtspraak in gevaar?

Een groep raadsheren die half december het Manifest van Leeuwarden opstelde, zorgde voor veel ophef. Zij vinden de werkdruk voor rechters onaanvaardbaar hoog. Zevenhonderd rechters ondertekenden het stuk. Maar klopt het ook?

Ziekteverzuim is normaal

De werkdruk zorgt alvast niet voor meer verzuim. Raadsheren bij de gerechtshoven melden zich wel vaker ziek dan rechters. Zij zijn gemiddeld wel ouder. Bij de hoven nam het verzuim in 2011 snel toe en is het ook het hoogst: 4,1 procent voor raadsheren. Bij de rechtbanken bleef het verzuim beperkt tot 2,9 procent. Het gemiddeld ziekteverzuim in Nederland in 2011 is 4,5. Raadsheren en rechters blijven daar dus ruim onder.

Deadlinediscipline: matig

Vooral de gerechtshoven krijgen het werk niet gedaan. De productienormen variëren van 15 dagen voor een eenvoudige ontslagzaak tot twee jaar voor een handelszaak bij een gerechtshof. Het best presterende hof, dat in Arnhem, haalt in maar 33 procent van de zaken binnen de normen. Hekkensluiter Leeuwarden ‘scoort’ 11 procent. De rechtbanken halen zo 60 tot 70 procent binnen deadline. De werkdruk bij de hoven kan dus het grootst zijn. Of natuurlijk het kleinst: daar neemt men gewoon alle tijd.

Publieksklachten zijn schaars

Het aantal klachten achteraf en wrakingen neemt licht toe, maar de omvang is klein. Op 1,8 miljoen zaken per jaar waren er 587 wrakingen, waarvan 36 toegewezen, en 1.400 klachten, waarvan 264 gegrond. Grote druk door klachten kan er nauwelijks zijn. Sterker, de Raad voor de Rechtspraak denkt dat de klachtenregeling zo onbekend is dat sprake is van ‘onderrapportage’.

Klanttevredenheid is prima

Dit levert geen stress op, maar eerder voldoening. Ruwweg 80 procent van de procespartijen is tevreden. De rechtspraak is voldoende onpartijdig, deskundig en je wordt er netjes behandeld. Het meest tevreden is men over de bejegening in de rechtszaal. Over de begrijpelijkheid of motivering van de uitspraken wat minder. Tussen rechtbanken en hoven zijn geen grote verschillen. Alleen op de lengte van de procedures is kritiek. De helft van de gebruikers is er tevreden over, waarbij de hoven de meeste kritiek krijgen.

Genoeg meervoudige kamers

Rechters kunnen vaak genoeg met z’n drieën zaken behandelen in plaats van alleen. Afgesproken is dat gerechten jaarlijks een verplicht aantal zogeheten meervoudige kamers organiseren. Efficiency mag niet boven kwaliteit gaan. Bij de hoven moet 85 procent van de strafzaken meervoudig worden behandeld. Bij de rechtbanken is 15 procent genoeg. Alle gerechten halen dat met gemak – en zo niet, dan komt dat omdat er te weinig ‘zware’ zaken waren. Er is dus genoeg ruimte om vaker collectief te oordelen.

Gerechtshoven lijden verlies

Een verband tussen slechte financiële resultaten en werkstress is niet ondenkbaar. Ook hier vallen de gerechtshoven op. Vier van de vijf gerechtshoven eindigden in de rode cijfers, tegen vijf van de negentien rechtbanken. Het jaarverslag 2012 van de Raad voor de Rechtspraak legt de oorzaak bij geldgebrek. Zodat het „niet of nauwelijks lukt de zaken zonder verlies van kwaliteit af te handelen”.

Onderling: vrijheid blijheid

Rechters maken het elkaar niet al te lastig, kan worden geconcludeerd uit het Visitatierapport 2010. De ‘meeleesnorm’ voor alleen zittende rechters wordt vrij losjes gehanteerd. Iedere rechter moet maandelijks één vonnis door een collega laten meelezen. Dat gebeurt nogal oppervlakkig: het blijft vaak beperkt tot de ‘krommetenentoets’. Alleen als een rechter iets leest waar hij ‘verbaasd’ over is, komt er feedback.

Besturen: met lichte hand

Last van de president of hogere instanties hebben rechters ook niet echt. Gerechten zijn eilandenrijken met zwakke besturen. Het visitatierapport spreekt van ‘schotten’ en ‘sectoren’, die elkaars werkwijzen niet kennen noch van elkaar leren. Het leren van uitspraken van hogere rechters vindt ‘onvoldoende systematisch plaats’. Een open werkcultuur waarin „medewerkers zich vrij voelen elkaar aan te spreken op inhoud en gedrag” is meer wens dan werkelijkheid. Gerechtsbesturen zijn vaak „te afwachtend”.

Conclusie

De productiedruk of de stress komt niet van het publiek, niet van gerechtsbesturen, niet van naaste collega’s, noch van hogere rechters. De beroepscultuur en eigen kwaliteitsnormen zijn dominant. De visitatiecommissie was daar niet blij mee. Voorlopige conclusie: stress en kwaliteitsdruk zijn geen objectief, maar een subjectief probleem.