Rechter bevestigt vrijheid arts te kiezen

De rechter in Breda heeft met een uitspraak voor opschudding gezorgd in de zorgsector. De rechter oordeelde gisteren dat zorgverzekeraar CZ 75 procent van de kosten voor hulp in een Brabantse verslavingskliniek moet vergoeden.

CZ wil vanaf dit jaar slechts 50 procent vergoeden, omdat er geen contract afgesloten is met de bewuste instelling. De kliniek was daarop naar de rechter gestapt.

Sinds dit jaar heeft CZ, net als bijvoorbeeld Achmea en VGZ, de vergoedingen voor zorginstellingen waarmee zij geen contract heeft, ingrijpend verlaagd. Dat doen zij omdat zij selectiever willen inkopen om zo de kosten in de zorg te beheersen, zeggen zij. „Er zijn allemaal ons onbekende aanbieders die uit de ruif eten”, zegt een woordvoerder van CZ. „Daarvan moeten wij de kosten blind vergoeden.”

Volgens advocaat Koen Mous van de verslavingskliniek staat die lagere vergoeding op gespannen voet met wetgeving die waarborgt dat patiënten het recht hebben zelf een arts te kiezen. De vergoeding door de verzekeraar mag daarbij geen „hinderpaal” zijn, aldus Mous. De rechter heeft die redenering gevolgd.

De kosten in de geestelijke gezondheidszorg worden door het vonnis onbeheersbaar, zeggen verzekeraars. Mous zegt dat het machtsevenwicht tussen zorgverzekeraars en zorginstellingen is hersteld.