Realpolitik voor China

Xi Jinping is sinds gisteren officieel president van de Volksrepubliek China. De machtigste man van het land was hij sinds november al, toen hij secretaris-generaal werd van de CPC, de communistische partij van China. Ook is hij voorzitter van de militaire partijcommissie. In al deze functies is hij de opvolger van Hu Jintao.

Met de benoeming vandaag van Li Keqiang tot premier en Wang Yang tot vicepremier is de machtswisseling in het land met de meeste inwoners ter wereld, ruim 1,3 miljard, afgerond.

De vraag is wat dit voor gevolgen heeft. En hoe het Westen, de Europese Unie en Nederland daarmee moeten omgaan. Of zij hun tweeslachtige houding jegens China moeten herzien.

China is de snelst groeiende economie. Aan handelsmissies, ook vanuit Nederland, daarom zelden gebrek. Dat is geen wonder, gelet op een prognose van ING dat de grootste exportgroei voor Nederland zich zal voordoen in Zuidoost-Azië (behalve China ook Indonesië, Vietnam en Taiwan).

Buiten de EU is China, na de VS, de tweede exportmarkt voor Nederland. Relativering is hier wel op haar plaats: de Nederlandse handel met België is groter dan de handel met de VS, Brazilië, Rusland, India en China samen. Maar de groeipotentie in China is onomstotelijk. Om die te benutten, is het zaak een aantal realiteiten te aanvaarden.

Om te beginnen de erkenning dat China, hoe machtig de communistische partij ook is, formeel een markteconomie is. Dat vergroot de wederzijdse handelsvrijheid. Ten tweede dat de macht van de partij, hoezeer ook aangevreten door corruptie, voorlopig onaantastbaar is. Ten derde dat het onzinnig is China nog als een ontwikkelingsland te behandelen, ook al denkt het daar zelf anders over.

Hulp, in de vorm van expertise die beschikbaar wordt gesteld, zou er alleen nog moeten zijn als het belang wederzijds is. Denk aan het milieu; behalve de snelste groeiende economie is China ook een buitengewoon vervuilend land.

De realiteit gebiedt ook een heroverweging van het wapenembargo van de EU. Hoe effectief is dat nog als China gemakkelijk elders in zijn behoefte aan wapens (en energie) kan voorzien dankzij de verstevigde banden met Rusland?

Anderzijds mag de EU best krachtiger optreden tegen marktverstorende praktijken van China. Een markteconomie hoort niet aan prijsdumping en afscherming van de eigen markten te doen. Realpolitik is hier het devies. Inclusief de aandacht voor de mensenrechten. Regelmatig onderwerp in de contacten tussen de EU of de afzonderlijke lidstaten en China. Zonder garantie op succes. Kwestie van volhouden. Dat vereist dialoog, geen geroep uit de ivoren toren.