‘Polen is door EU een democratie’

Anne Applebaum schreef een boek over de overname na 1945 van bijna heel Oost-Europa door de Russen.

Anne Applebaum: ‘Nazi-Duitsland was minder totalitair dan de Sovjet-Unie’ Foto Merlijn Doomernik

Na de Tweede Wereldoorlog werden verzetsmensen in West-Europa als helden vereerd. Vaak kregen ze een leidende politieke rol in hun land. In Oost-Europa is het verzet uitgemoord door het Rode Leger. Poolse partizanen, die zich bij het Rode Leger wilden aansluiten om tegen de nazi’s te vechten, werden ontwapend en gearresteerd, verzetsleiders geëxecuteerd. Het Westen keek de andere kant op. Het is maar een van de vele wrange historische verschillen die de kloof tussen Oost en West na de val van de Berlijnse Muur zo diep maakten.

Voor de Sovjet-Unie was het elimineren van het verzet in Oost-Europa een logische stap. „De Russen realiseerden zich heel goed dat iedereen die moedig en georganiseerd genoeg was om te vechten tegen de nazi’s waarschijnlijk ook moedig en georganiseerd genoeg was om het tegen hen op te nemen”, zegt de Amerikaanse historica en journalist Anne Applebaum, in Amsterdam ter promotie van de Nederlandse vertaling van haar boek IJzeren Gordijn. Ze won in 2004 de Pulitzer Prize voor haar boek over de Goelagarchipel.

Terwijl West-Europa in de lente van 1945 dacht dat het eindelijk vrede was, begon in Oost-Europa de tweede bezetting: de Russen slaagden erin acht landen aaneen te smeden tot het Oostblok, dat vijftig jaar stand hield. Die geschiedenis is al vaak opgetekend, maar IJzeren Gordijn beschrijft de sluipende machtsovername in het naoorlogse Oost-Europa niet zozeer vanuit de politieke instituties.

Na archiefonderzoek en gesprekken met veel betrokkenen laat Applebaum, getrouwd met de Poolse minister van Buitenlandse Zaken Radek Sikorski, zien hoe de hele maatschappij volgens goed leninistisch principe werd geïnfiltreerd en gelijkgeschakeld. Om haar boek leesbaar te houden, beperkte ze zich tot Oost-Duitsland (de verliezers), Polen (de opstandelingen) en Hongarije (de collaborateurs).

„Vanaf het moment dat de Russen de grens overstaken – en in Polen was dat al begin 1944 – voerden ze volgens een vast schema hun systeem in. Eerst richtten ze de veiligheidspolitie op, met mensen die in Moskou waren getraind. Daarna werden de politieke tegenstanders geïdentificeerd en annexeerden ze de radio als belangrijkste propagandamiddel. Tot slot infiltreerden ze maatschappelijke organisaties als jeugdgroepen, kerk en politieke partijen, om zo de samenleving onder controle van de partij te krijgen.”

Dat lijkt op nazipraktijken.

„Ja, maar nazi-Duitsland was minder totalitair dan de Sovjet-Unie. In Duitsland bestonden nog privé-instellingen, terwijl onder het sovjetbewind geen enkele ruimte was voor privéschaakclubs, scoutinggroepen of voetbalclubs. Ook de kerk werd met harde hand onderdrukt. De communisten dachten: religie is iets voor oude mensen en na onze propaganda zullen mensen de kerk verlaten. Maar dat gebeurde niet.”

Ze maakten wel meer inschattingsfouten. De drie kleine Stalin-klonen in uw boek, Walter Ulbricht in Duitsland, Boleslaw Bierut in Polen en Matyas Rákosi in Hongarije, werden rechtstreeks uit Moskou overgevlogen om thuis de macht te grijpen. Maar dat viel nog niet mee.

„Ze zaten al jaren in Moskou en wisten niet meer wat er speelde in Warschau, Berlijn en Boedapest. De Russen geloofden zo in de effectiviteit van hun ideologie dat ze na de oorlog met een gerust hart vrije verkiezingen hielden. Toen ze die verloren, grepen ze naar repressie. Zo is het altijd gegaan in de sovjetgeschiedenis: na mislukkingen volgde grof geweld. Dat Marx’ theorieën niet uitkwamen, móest het werk zijn van spionnen en saboteurs. En dus kwamen eind jaren veertig de massa-arrestaties en showprocessen, net als tien jaar eerder in de Sovjet-Unie.”

In Midden-Europa zijn in en na de oorlog massaal mensen vermoord en gedeporteerd. Hitler is ermee begonnen, Stalin nam het over. Wat speelde dat voor rol?

„Na de oorlog zijn miljoenen mensen van huis en haard verdreven, met instemming van de geallieerden. Er was in de regio natuurlijk enorme haat jegens de Duitsers. Met de slogan ‘Verjaag de Duitsers!’ maakten de communisten zich zeer populair. De Tsjechische politie, die de Sudeten-Duitsers het land uitjoeg, stond rechtstreeks onder verantwoordelijkheid van de communistische partij. De communisten kregen ook van de ene dag op de andere immense eigendommen in bezit, waarmee Polen of Tsjechen konden worden beloond. Over de Duitse Heimatvertriebenen is veel bekend, veel minder gedocumenteerd is de tweede grote verdrijving in de regio, van Polen uit Oekraïne en omgekeerd.”

Waarom weten wij daar zo weinig van?

„De geallieerden besloten in 1945 de overwinning uit te roepen: Europa was bevrijd. Wat achter het IJzeren Gordijn gebeurde interesseerde ons niet. Er was ook geen energie meer over om nog een conflict te beslechten in dat deel van de wereld. De grote drie – Stalin, Roosevelt en Churchill – hadden tijdens de conferentie in Jalta al besloten Europa te verdelen. Dat was die beroemde rekensom van premier Churchill die met drie luciferhoutjes op tafel heel Polen naar het Westen verplaatste.”

Het verzet werd doodgezwegen.

„Een beroemd voorbeeld is de Poolse Jood Wladislaw Szpilman, later de held van de film The Pianist van Roman Polanski. Hij overleefde het getto van Warschau en schreef er in 1946 een boek over, dat snel vergeten werd, omdat hij kritisch was over het Rode Leger en aardige dingen zei over het verzet. Nu is het een bestseller in Polen.”

Die massale etnische zuiveringen leidden tot monoculturele staten. De multiculturele samenleving verdween. Hoe erg is dat?

„Het is inderdaad in de geschiedenis nooit eerder voorgekomen dat Polen een bijna totaal homogeen land is. Veel Polen zijn nostalgisch over dat multi-etnische Polen van vóór 1945, maar dat is inmiddels wel zestig jaar geleden. Ik geloof niet dat het Oost-Europa ontvankelijker maakt voor xenofobie dan West-Europa. Ik maak me meer zorgen over het opkomende Griekse fascisme van De dageraad dan over het Hongaarse fascisme van de Jobbik-partij. Als residu van het communisme bestaat er paranoia in de samenleving. Men ziet snel samenzweringen of buitenlanders die ‘ons kwaad willen doen’. Ook dat is niet uniek in Europa.”

Wordt er kritisch gekeken naar het eigen verleden?

„Jazeker! In Polen zie je periodiek felle discussies over de oorlog, de Holocaust en de belaste relatie tussen Polen en Joden. Maar in alle landen van het voormalige Oostblok bestaat de verleiding om het verleden voor eigen politiek gewin te gebruiken. Er is sprake van een wedstrijd in martelaarschap. Een EU-parlementariër noemde het onlangs ‘de Olympische Spelen van het Lijden’.

„Men spreekt niet graag over de periode vlak na de oorlog. De deportaties, de acceptatie van het communisme: het is een tijd waar men niet erg trots op kan zijn. Mensen pasten zich aan en stortten zich op de wederopbouw. Daar voelen sommigen zich nu nog schuldig over. Men praat liever over de tijd van (oppositiebeweging) Solidariteit of over de Hongaarse opstand van 1956. Dat was heroïscher.”

Wat heeft tien jaar in de Europese Unie het Oostblok gebracht?

„Het is een immense transformatie. Het allerbelangrijkste is niet het geld van Europa, maar lid zijn van Schengen: reizen zonder visum. Jonge Polen beschouwen zich niet meer als tweederangsburgers, maar als normale Europeanen. Hoewel ze nog wel armer zijn, voelen ze zich niet anders dan Spanjaarden. In Hongarije gaat dat moeizamer: niet alle Hongaren zijn even dol op Europa. Ze voelen zich geïsoleerd, onbegrepen, niemand spreekt hun taal.”

Polen is nu de oostelijke grens van Europa. Wat is het verschil tussen Oekraïne en Polen?

„Polen is een competitieve markteconomie, gebaseerd op de rechtsstaat. Als je een slim idee hebt, kun je geld lenen, een zaak opzetten, mensen aannemen en succes hebben. Oekraïne kent, net als Rusland, een vorm van maffiakapitalisme: mensen maken geld omdat ze relaties hebben met de machthebbers.

„Oligarchen behouden de macht via manipulatie van het juridische systeem en de douane. Maar ook politiek gesproken is het verschil fundamenteel: Polen is geen ‘democratie’ meer tussen aanhalingstekens. Niemand weet van te voren wie de verkiezingen gaat winnen. Oekraïne is weer wel vrijer dan Rusland.”

Zijn de landen van het vroegere Oostblok nog bang voor Russen?

„Niemand vreest dat de Russen volgende week zullen binnenvallen, maar men ziet Rusland wel als een potentiële bedreiging voor de economische onafhankelijkheid. Als je een Poolse en een Estse diplomaat zou afluisteren, dan praten ze vaak over Rusland, welke militaire oefeningen ze houden, hoe de NAVO overtuigd moet worden om in Oost-Europa te blijven. Ze houden de Russen scherp in de gaten. De beste Ruslandexperts zitten nu in Polen.”

Anne Applebaum: Iron Curtain. The Crushing of Eastern Europe, 1944-1956. Allen Lane (Penguin), 656 blz. € 33,-. Vertaald door Han Visserman, Pieter De Smit en Bep Fontijn. IJzeren Gordijn. De inlijving van Oost-Europa 1944-1956. Ambo Anthos, 676 blz. € 37,50