Overdosis morfine had functie

Onderzoek eens of de overdosering van morfine niet voortkomt uit weerzin tegen openlijke euthanasie, schrijft Jean-Paul Grund.

Bijna elf jaar geleden trad de euthanasiewet in werking. Die maakte blijkbaar geen eind aan ‘verborgen euthanasie’, voordien wijdverspreid in de zorg voor mensen met terminale ziekte, zoals kanker. Bijzonder hoogleraar Van der Heide van het Erasmus Medisch Centrum berekende dat nu wellicht 550 mensen per jaar overlijden aan een (bewuste) overdosis morfine. Weer een geval van inadequate zorg ‘in de provincie’?

Twintig jaar geleden was het stapelen van morfine tot een letale dosering niet ongebruikelijk op de afdeling oncologie van het Erasmus Medisch Centrum. Door het liberale gebruik van morfine bespaarden de verpleegkundigen, zo vertelde mij toen een kennis op de afdeling, hun terminale patiënten een wrede en pijnlijke dood – natuurlijk met goedkeuring van patiënt en familie, maar ook van arts-assistenten en afdelingshoofden.

Ik deel de recente opwinding over verborgen euthanasie dus niet zo. Ik beschouwde destijds de handelwijze van deze verpleegkundigen als een verdedigbare, humane reactie op een situatie zonder alternatief voor het ondraaglijk en (volgens de huidige normen) onaanvaardbaar te laten lijden van de patiënt.

De Amerikaanse socioloog Rogers beschreef hoe medisch wetenschappelijke innovaties – zoals bijvoorbeeld legale euthanasie en palliatieve sedatie – zich verspreiden binnen een vakgebied. Dat gaat van kenniscentra naar de periferie langs vaak ook diverse paden en tijdlijnen. Voordat een innovatie werkelijk is genesteld in het dagelijkse denken en doen van een gehele beroepsgroep kunnen decennia voorbij gaan.

Als niet meer hoeft te worden gevreesd voor vervolging of stigma (roddel), het fundamentele recht op menswaardig sterven wordt erkend en de praktijk is gereguleerd, nemen transparantie, discussie – zoals over de nadelen van morfine – en alternatieven daarvoor snel toe. Kenniscentrum Erasmus MC heeft ongetwijfeld zijn protocollen voor euthanasie en palliatieve sedatie lang geleden aangepast.

Maar wordt het voortduren van verborgen euthanasie in de periferie werkelijk alleen verklaard door kennisachterstand en onbekendheid met de richtlijnen? Of is het wellicht mogelijk dat verborgen weerstanden tegen (openlijke) euthanasie, gestoeld op religieuze of morele taboes, nog altijd een barrière opwerpen voor een menswaardig levenseinde in de provincie? Het Ruwaard van Puttenziekenhuis ligt op de bible belt. Is daar de sociale druk, bijvoorbeeld van familie of kerkleden, om toch vooral niet officieel euthanasie te plegen hoger dan in de grote steden of de rest van Nederland? Dat blijft voorlopig een spannende vraag want dergelijke sociale factoren zijn in het onderzoek van Van der Heide niet meegenomen.

Jean-Paul Grund is research-directeur van het CVO Addiction Research Centrum in Utrecht.