Mina Kruseman was vrij, en ook vogelvrij

Als vrije vrouw, zangeres, actrice en schrijfster deelde Mina Kruseman dit land in twee kampen. Ze werd profetes van het feminisme.

Mina Kruseman is niet degene naar wie de in 1969 opgerichte feministische actiegroep Dolle Mina is genoemd. Dat was Wilhelmina Drucker, acht jaar jonger dan Kruseman. Maar, zo blijkt uit de onthullende biografie van historica Annet Mooij, Kruseman was als vrijgevochten 19de-eeuwse vrouw aanzienlijk doller dan Drucker. Vooral mannen maakte ze dol. De weelderige zangeres en actrice weigerde van hen afhankelijk te zijn en legde bloot hoe seksistisch (al bestond dat woord nog niet) zelfs vooruitstrevende figuren als Busken Huet en Multatuli daarop reageerden.

Zoals de in Nederlandsch-Indië opgegroeide generaalsdochter Mina Kruseman leefde, was in haar tijd eigenlijk ondenkbaar. Een meisje uit haar kringen hoorde te trouwen en wie de boot miste werd als zielige oude vrijster voor de rest van haar leven als huissloof misbruikt door haar familie. Dat lot leek ook Mina beschoren. Na de dood van zijn vrouw in 1859 vestigde de gepensioneerde generaal zich met zijn vier dochters in Brussel. Twee van Mina’s zusjes stierven daar aan tbc, terwijl de derde naar Indië ging om te trouwen. De 27-jarige Mina bleef achter om voor haar vader te zorgen.

Gelukkig stelde deze libertaire man zijn ambitieuze dochter in staat zanglessen te nemen aan het Brusselse Conservatorium en in Parijs haar zangstudie te voltooien. Dit tot ontzetting van de familie die Mina met uitstoting bedreigde wanneer zij het zou wagen op de planken te gaan staan. Zij had er lak aan. Als 30-jarige schreef ze haar zus: ‘Gij zult deze plannen zeker onwelgevoegelijk of minstens excentrique of dwaas vinden, maar wat wilt gij met eene vrouw aanvangen, die niet trouwen wil en geene de minste roeping voelt tot het opvoeden van kinderen of het bestieren eener huishouding? Zij is declassée, van het oogenblik af dat zij met zulk eene bekentenis voor den dag durft te koomen. En nu ik eenmaal tot deze déclassees behoor, och, laat mij nu maar zingen om verder de wereld door te komen, dat is toch het eenige waar ik op den duur van houd.’

Mooij beschrijft met schokkende details hoe die zangcarrière systematisch werd tegengewerkt door bevooroordeelde concertdirecteuren die haar afwezen, niet om haar stem, maar omdat ze een onafhankelijke, vrije vrouw was. Uit arren moede toog ze in 1871 in haar eentje naar New York om in Amerika haar geluk als zangeres te beproeven. Dat avontuur leverde haar slechts een paar concerten op, maar ook een vracht aan ideeën en moderne reclamemethodes om zichzelf te promoten. Bovendien was ze begonnen aan een boek waarvoor ze in Nederland een gerenommeerde uitgever vond. Ver voordat dit boek, Een huwelijk in Indië, verscheen, ging ze er samen met Betsy Perk, een gematigder feministische tijdgenote, door heel Nederland mee op tournee om er in theaters uit voor te lezen.

Sleepjurken

Het vrouwenduo trok volle zalen, waar vooral Mina succes oogstte. Uit de krantenverslagen blijkt dat Nederland in twee kampen verdeeld raakte over Mina’s extravagante verschijning (ze droeg diep uitgesneden, fluwelen sleepjurken) en over haar nog extravagantere boodschap. Multatuli-aanhangers van het blad De Spectator waren zo enthousiast dat ze aanboden de eindredactie van Mina’s roman op zich te nemen. Uit de anti-Multatulihoek klonk afkeuring. Busken Huet bestempelde Een huwelijk in Indië als ‘een onbeduidend geschrift’ vol ‘sociaal-filozofische zotteklap’. Haar geruchtmakende voorleessessies, waar hij nooit bij was geweest, deed hij af als het optreden van ‘een brutale meid’. Kruseman verweerde zich met flair tegen alle vuilspuiterij, maar was vooral dolgelukkig met de steun van Multatuli, de enige Nederlandse schrijver die er in haar ogen toe deed. Nadat zij tijdens een voordracht in Amsterdam het geestdodende artistieke klimaat in Nederland had gehekeld, waardoor schrijvers als Multatuli naar het buitenland moesten vluchten, roemde hij haar ‘courage’ . ‘Ze durft!”, schreef hij zijn uitgever.

Tussen Kruseman en Douwes Dekker ontstond een warme vriendschap, wat op grond van hun gedeelde opvattingen over feminisme, godsdienst en fatsoen niet verwonderlijk was. Mina leefde zoals Multatuli in zijn Ideeën vrouwen voorhield dat ze moesten leven. Het probleem was alleen dat hij zelf vrouwen als sloofjes behandelde. Mina pikte dat niet. Daar moest dus wel heibel van komen.

Een groot deel van Mooijs biografie is terecht gewijd aan de beroemd geworden ruzies tussen Multatuli en Kruseman, die uitbraken nadat zij er in geslaagd was zijn toneelstuk ‘Vorstenschool’ voor het eerst op de planken te brengen met zichzelf in de hoofdrol. Wat precies de achtergrond is geweest van Multatuli’s haat tegen de vrouw die hij aanvankelijk zo mateloos bewonderde, is nooit opgehelderd. Volgens Kruseman had ze Multatuli een blauwtje laten lopen, wat Mooij niet geheel onaannemelijk acht. Maar het meest voor de hand ligt dat Multatuli een vrouw die nog onafhankelijker dacht, nog dapperder optrad tegen onrecht en zich daarmee nog meer in de schijnwerpers plaatste dan hij, eenvoudig niet kon verdragen.

Koningin Louise

Een lastercampagne van Multatuli leidde er toe dat Kruseman werd ontslagen als de succesvolle hoofdrolspeelster koningin Louise in ‘Vorstenschool’. Mina nam wraak met haar memoires Mijn leven – waarin ze intieme brieven van Multatuli en anderen opnam tot razernij van de afzenders – en vertrok, 37 jaar oud, naar Indië. Daar slaagde ze er opnieuw in een onafhankelijk bestaan op te bouwen als zangpedagoge, regisseuse, kostuumnaaister en pensionhoudster. Toen ze op 44-jarige leeftijd zwanger werd van een pensiongast, fotograaf Frits Hoffman, week ze samen met deze 25-jarige amant uit naar Napels. Met Hoffman kreeg Mina twee dochters die haar achternaam droegen, maar allebei in de wieg stierven. In 1887 schreef de o zo fatsoenlijke Anne Busken Huet aan haar vriendin Sophie Potgieter dat Krusemans kinderen ‘gelukkig voor de arme schepsels’ overleden waren.

Mina woonde tot aan Hoffmans dood in 1918 ongehuwd met hem samen in Parijs, waar ze ongetwijfeld een interessanter leven leidde dan de dames Huet en Potgieter. Ze was actief in de Franse feministische beweging, mengde zich in polemieken, schreef een anti-oorlogsbrochure en een autobiografische roman. In Nederland vertoonde ze zich zelden. Toch werd deze profetes van het Nederlandse feminisme wel degelijk in haar eigen ‘achterlijke vaderland’ geëerd. Toen Kruseman in 1893 in Amsterdam kwam voorlezen uit haar roman Parias werd ze in het theater met bloemen verwelkomd door niemand minder dan ‘Dolle’ Mina Drucker die haar namens de Vrije Vrouwen Vereniging bedankte voor haar rol als pionierster .

Annet Mooij heeft dit onconventionele vrouwenleven, ondanks een gebrek aan bronnen, overtuigend, knap en realistisch beschreven. Maar ze spaart haar hoofdpersoon niet, integendeel, het lijkt wel alsof zij zich voor het feministische onfatsoen moet verontschuldigen. De negatieve kwalificaties die de biografe op Kruseman loslaat komen niet zelden bijna woordelijk overeen met wat letterkundigen als Busken Huet anderhalve eeuw geleden schreven. ‘Welk eene inbeelding, welk een onvermogen, en welk een kanaljeuze natuur tot achtergrond’, schreef Huet aan de brave auteur van historische romans Truitje Bosboom-Toussaint. Die antwoordde gedwee dat ook zij een afkeer had van Krusemans ‘gek bluffend’ optreden ‘met zulk een brouhaha […] zonder groot talent’. De biografe verwijt Mina Kruseman op haar beurt onder meer ‘zelfoverschatting’, ‘opschepperige praat’, ‘paranoia’, ‘gebrek aan talent’ en ‘poeha’.

Het zijn termen die Kruseman tekort doen. Mina was misschien even gek als de megalomane Multatuli, aan wie alles kan worden vergeven dankzij zijn talent. Maar waarom kan Mooij de megalomanie van haar hoofdpersoon niet vergeven, ook al had zij niet hetzelfde grote talent als degene die haar moed om zich te gedragen zoals ze deed aanvankelijk zo hogelijk waardeerde?