Messi

Merkwaardig genoeg moet ik voor een verklaring van het fenomeen Lionel Messi naar een omschrijving door de schrijver Rudy Kousbroek, zelfverklaard hater van alles wat met sport te maken had. In zijn Anathema’s (deel 3) schreef Kousbroek: „Sport – het is niet een barmhartige waarheid, en er wordt vaak omheen gepraat, maar er is nu eenmaal niets aan te doen – sport is voor imbecielen.”

Omdat imbecielen kennelijk toch van het werk van Kousbroek kunnen houden, belandde ik onlangs in het tweede deel van zijn onvolprezen fotosynthese-boeken: Verborgen verwantschappen. Die reeks bestaat uit drie schitterende boeken, waarin hij toelichtingen geeft bij curieuze foto’s. Deze boeken horen voor mij tot het beste van zijn werk; het zijn glasheldere mini-essays waarin hij de emotie niet schuwt. (Het laatste deel, Het raadsel der herkenning, is onlangs in de ramsj beland – haast u!)

In het stukje Praed Street behandelt Kousbroek een foto uit 1927 van de beroemde Franse fotograaf Jacques Henri Lartigue. We zien een vrouw met een hoedje in het open bovengedeelte van een Londense bus zitten. Het is een vriendin op wie hij hevig verliefd is.

De foto is gemaakt uit liefde, constateert Kousbroek. „Ze zit daar zo eenzaam, een beetje kouwelijk, gedoken in de kraag van die bontjas met dat lieve intelligente gezicht, je zou je armen om haar heen slaan om haar nooit meer los te laten. De bontkraag heeft zelf al iets van een omhelzing.”

Kousbroek vindt de foto’s van Lartigue geniaal. Hij heeft in zijn fotosynthese-boeken juist weinig foto’s van beroepsfotografen opgenomen, het ging hem niet om de esthetiek van de foto’s. Maar voor deze foto van Lartigue maakt hij graag een uitzondering omdat de kwetsbaarheid van de vrouw hem treft.

Wat maakte Lartigue zo geniaal? Er zijn technische redenen voor aan te voeren, maar die bedoelt Kousbroek niet. „Veel hiervan”, schrijft hij, „is ondergeschikt aan het algemene mysterie van de timing: genieën drukken altijd af op het juiste, anderen altijd op het verkeerde moment, met niet meer dan een fractie van seconden verschil.”

En daarmee – gelukkig hoeft Kousbroek dit niet meer mee te maken – zijn we bij Lionel Messi aangekomen, de ongeëvenaarde aanvaller van FC Barcelona. Deze week bracht hij AC Milan op de knieën. Barcelona stond voor een bijna onmogelijke opgave, het moest een 2-0 achterstand, opgelopen in de uitwedstrijd, ongedaan maken. Het lukte dankzij twee sublieme doelpunten van Messi.

Vooral bij het eerste doelpunt moest ik sterk aan de beschrijving van Kousbroek denken. Messi staat tussen vier, vijf Italiaanse verdedigers, verwerft zich een kleine ruimte voor zijn actie en schiet met een bijna onmerkbare, vliegensvlugge beweging van zijn linkervoet raak. Het was niet eens een ‘mooi’ doelpunt, daarvoor ging het te snel: zelfs in de herhaling kun je niet precies zien wat hij doet.

Het was geen esthetiek, het was magie. Hier was een genie in actie dat „op het juiste moment afdrukte”. Iedere andere speler had zich vastgelopen of een afzwaaier geproduceerd.

Robin van Persie zou de paal hebben geraakt – een groot speler, maar geen genie.

Zelfs Johan Cruijff zou verklaard hebben dat Messi briljant was. Dat zegt wat. Volgens Kees Jansma wil Cruijff best erkennen dat Messi nog beter is dan hijzelf, maar ik heb Cruijff zoiets nooit horen zeggen. In mijn ogen was Cruijff briljant – en is Messi geniaal.