Joods, meester? Maar u bent cool

Maxime van Gelder (23) begint altijd met een wereldkaart. Waar ligt het Midden-Oosten, vraagt hij dan. De leerlingen wijzen van alles aan – Brazilië, China. Zelden het Midden-Oosten. Maxime van Gelder trekt dan een cirkel. „Dit is het gebied dat we het Midden-Oosten noemen.”

Maxime geeft zes lessen ‘Tweede Wereldoorlog in Perspectief’, aan vmbo of mbo-leerlingen. Hij doet dat samen met een islamitische student of studente. De lessen zijn ontwikkeld door het bureau voor maatschappelijke innovatie Diversion. Het tegengaan van antisemitisme is een belangrijk doel.

Leerlingen hebben vaak meningen, maar die zijn niet gebaseerd op feiten maar op vooroordelen, zegt Maxime van Gelder. „Ze praten een grote neef na die iets roept. Sommige Turkse en Marokkaanse televisiezenders demoniseren Israël. Zij zeggen: ‘De joden vermoorden al onze broeders.’ En voor het gemak horen de Nederlandse joden daar dan ook nog bij.”

Maxime van Gelder is joods. Maar dat vertelt hij pas in les drie. Anders kan hij meteen inpakken. De leerlingen zijn vaak enorm verbaasd. „Joods, meester? Maar u ben heel cool!”

We staan dichtbij de leerlingen, zegt Van Gelder. „We zijn niet veel ouder, we kunnen een soort rolmodel zijn. Ik probeer open te discussiëren. Als ze zeggen: ‘Wat Hitler met de joden deed was erg. Wat Wilders over de Marokkanen zegt is ook heel erg.’ dan ga ik daarover in gesprek met mijn collega om te laten zien wat het verschil is.

„Ik vraag ook altijd wie er neefjes en nichtjes heeft en hoeveel. Dan zeg ik: Zelf heb ik geen neefjes en nichtjes. Ik vertel het verhaal van mijn opa en oma die moesten onderduiken. Ik maak het persoonlijk. Dan zie ik dat ze gaan nadenken. Dat ze de nuance gaan zien. ”

De verbazing en ontzetting na de uitlatingen van de Arnhemse jongeren vindt Maxime van Gelder nogal overdreven. „Of in elk geval naïef.”

Iedereen weet dat die ideeën er zijn. „Anders zouden niet alle joodse gebouwen beveiligd hoeven worden,” zegt hij. „We moeten niet aan symptoombestrijding doen. Alleen een structurele aanpak kan werken. Eigenlijk zouden alle scholen deze lessen moeten geven.”