Jezus lachte nooit

Het was, na zijn ontwapenend familiaire begroeting ‘goedenavond’, het allereerste wat paus Franciscus I in het openbaar zei: ‘Ze hebben mij gevonden aan het einde van de wereld.’

Dat is een uiterst opmerkelijke uitspraak. Het was als een grapje bedoeld. Maar dat is op zich al ongehoord. Jezus lachte nooit. De relativerende werking van humor is eeuwenlang gezien als een instrument van de duivel. Zonder het taboe op grappen en grollen in de katholieke kerk had Umberto Eco nooit De naam van de roos kunnen schrijven. Dat de eerste woorden die de gelovigen mogen opvangen uit de mond van de plaatsvervanger van Christus op aarde een gebbetje behelzen, schept een gevaarlijk precedent. Want dan staat ons uiteindelijk weinig in de weg om dan ook maar gelijk de hele santekraam van de kerk weg te lachen.

De verleiding daartoe is des te groter omdat het grapje ongewild een middeleeuws wereldbeeld evoceerde, waarin de overkant van de Atlantische Oceaan de rand was van een platte aarde, en daarmee onbedoeld herinnerde aan de middeleeuwse opvattingen van de kerk.

In feite is elke religie een vorm van nostalgisch rondlummelen in de middeleeuwen. Achterhaalde en bewezen onjuiste opvattingen worden gekoesterd als enig geldende waarheid en onder het mom van de vrijheid van godsdienst opgedrongen aan minderjarigen.

Daarnaast vertonen alle drie de grote monotheïstische wereldgodsdiensten een opmerkelijke obsessie voor kleine jongetjespiemeltjes. Voor de katholieke kerk is die gedocumenteerd door de commissie-Deetman. De joden en moslims pakken dat zo mogelijk nog iets grondiger aan. Die snijden er gelijk een stuk af. In de middeleeuwen in de woestijn waren daar misschien nog redenen voor te verzinnen, maar hoewel die tegenwoordig als volslagen achterhaald gelden, wordt er met ongekend fanatisme vastgehouden aan dat middeleeuwse gebruik.

De discussie over de jongensbesnijdenis is in Nederland weer opgelaaid door een uitzending van Brandpunt van vorige week. Het lijkt alsof er een keuze moet worden gemaakt tussen twee fundamentele grondrechten: de vrijheid van godsdienst van de ouders of de lichamelijke integriteit van het kind.

Alsof het kind geen vrijheid van godsdienst heeft en alsof vrijheid van godsdienst het recht geeft om anderen lichamelijk te verminken. Het lijkt alsof er moet worden gekozen tussen een principiële aanpak, die besnijdenissen verbiedt, of een pragmatische. Want als je het verbiedt, doen ze het illegaal op de keukentafel of aan boord van de besnijdenisboot, zoals in de documentaire werd geopperd. Om die reden roepen sommigen op tot een gedoogbeleid.

Wat we kunnen gedogen zijn drugs, paddestoelen of andere middelen waarmee iemand alleen maar zichzelf schade kan toebrengen. Het schaden van anderen mogen we nooit gedogen. Dan valt er opeens niets meer te lachen. En die besnijdenisboot kieperen we aan de overkant van de oceaan over de rand van de wereld.

Ilja Pfeijffer is schrijver en columnist van nrc.next. Onlangs verscheen zijn nieuwe roman La Superba. Elke vrijdag schrijft hij op deze plek over politiek en actualiteit.