Interne strijd is echt voorbij: FNV doet weer mee

Na een bijna twee jaar durende machtsstrijd binnen de FNV doet de bond weer gewoon mee aan het sociaal overleg. Ton Heerts heeft de strijd binnen de FNV beslecht.

Het was een opmerkelijke actie van Bernard Wientjes, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Ogenschijnlijk dan. In mei 2011 zocht hij contact met toenmalig PvdA-fractievoorzitter Job Cohen in de Tweede Kamer. De werkgeversvoorman maakte zich ernstig zorgen. Over de FNV. Of de PvdA zich wel realiseerde, vroeg hij, dat zijn partij haar traditionele bondgenootschap met de FNV aan het verliezen was? Dat de SP zich in het vakbondsapparaat van de FNV aan het nestelen was.

Van wie is de vakbond, van de PvdA of van de SP? De vraag is actueel nu het overleg tussen werkgevers en werknemers over een sociaal akkoord vandaag officieel begonnen is. De PvdA hoopt dat zo’n akkoord het makkelijker zal maken om politieke steun te vinden voor hervormingen en bezuinigingen die zijn afgesproken met coalitiepartner VVD. Maar de SP ziet veel van die afspraken, over de arbeidsmarkt, over de zorg, juist helemaal niet zitten en voert oppositie. In de Kamer en via de vakbond.

Toenmalig PvdA-fractievoorzitter Job Cohen kan zich de telefoontjes uit het werkgeverskamp niet meer herinneren. Wel dat er van alle kanten druk op zijn fractie stond om de opmars van de SP binnen de FNV te stuiten. Maar die waarschuwingen waren overbodig, zegt hij nu. „We wisten dat die machtsstrijd tussen SP en PvdA speelde binnen de FNV.”

Het conflict spitste zich in 2011 toe op de invoering van een nieuw pensioenstelsel. Toenmalig FNV-voorzitter Jongerius had daarover een akkoord gesloten met werkgevers en VVD-minister Henk Kamp van Sociale Zaken. Actievoerende SP’ers maakten zich boos, net als de achterban van van FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV. Jongerius zou de pensioenrechten van werkend Nederland hebben verkwanseld. ‘Casinopensioen’ was de slogan waarmee zij de straat mee op gingen. Het gevolg was een leiderschapscrisis. En een dieptepunt in de relatie tussen FNV en PvdA.

Decennialang waren de banden in die ‘rode familie’ hecht. Niet voor niets koos PvdA-leider Joop den Uyl in 1986 voormalig vakbondsvoorzitter Wim Kok tot zijn opvolger. Maar onder Kok werden ook de eerste scheuren in dat rode verbond zichtbaar. Zoals tijdens de WAO-crisis in 1991, toen Kok instemde met een ingrijpende versobering van de arbeidsongeschiktheidswet. Tienduizenden PvdA’ers, onder wie veel FNV’ers, bedankten voor hun lidmaatschap. Drie jaar later begon de SP aan zijn opmars in de Nederlandse politiek en de vakbeweging.

De SP is er in die jaren niet in geslaagd om in de top van de FNV te ‘infiltreren’. Opeenvolgende voorzitters van de vakbond waren van PvdA-huize: Ruud Vreeman, Karin Adelmund, Johan Stekelenburg en Agnes Jongerius. Stekelenburg was zelfs een serieuze kandidaat om Wim Kok op te volgen als PvdA-leider.

Maar die lijst PvdA-prominenten binnen de FNV kan niet verhullen dat de directe lijntjes in de voormalige rode familie broos zijn. In de huidige top van de PvdA zit zelfs niemand met een vakbondsverleden. Partijleider Diederik Samsom, minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) of minister Dijsselbloem (Financiën) kennen de FNV niet van binnenuit, hoewel ze wel inmiddels een direct lijntje hebben met de huidige voorzitter, Ton Heerts, overigens ook afkomstig uit het PvdA-kamp.

Heerts werd vorig jaar juni voorzitter na het vertrek van Jongerius. Zij liet een zwaar verdeelde vakbeweging achter, die, in de woorden van Heerts, feitelijk in puin lag. De FNV was volgens Heerts op dat moment geen serieuze gesprekspartner meer in het sociaal overleg met werkgevers en kabinet.

Maar nu, een half jaar verder, draait de FNV weer mee op hoog niveau. Het interne rumoer over machtsblokken of SP-revoltes is verstomd. En bij de FNV zijn de verwachtingen over ‘het sociale gezicht’ van de PvdA in het kabinet en parlement weer hooggespannen. Als dat sociaal overleg al kans van slagen heeft, dan is dat vooral afhankelijk van de koers die de PvdA vaart. Houdt zij vast aan de in het regeerakkoord vastgelegde bezuinigingen, dan is dat sociaal overleg volgens Heerts op voorhand kansloos.

Maar die spanning tussen de FNV en de PvdA is van alle tijden, zegt zegt oud-senator Han Noten (PvdA). „De verhouding tussen FNV en PvdA is altijd ongemakkelijk geweest, ook al vóór die pensioencrisis.”

Heerts hoeft zich voorlopig nauwelijks zorgen te maken om hernieuwde polarisatie in eigen gelederen. Want de hoofdrolspelers in het pensioenconflict zijn inmiddels opgestapt of staan op het punt om dat te doen. En de kans is klein dat er nieuwe, gezichtsbepalende leiders aantreden bij de drie grootste bonden, Abvakabo, FNV Bouw en FNV Bondgenoten. Die organisaties gaan zichzelf de komende twee jaar ontmantelen, waardoor het voorzitterschap van die bonden per definitie een tijdelijke baan is.

Zelfs van het afgelopen najaar geïnstalleerde ledenparlement, sindsdien het machtigste adviesorgaan van de FNV, heeft Heerts weinig te duchten. Toen dat parlement hem begin deze maand het groene licht moest geven, kwam een kwart van de honderd leden niet eens opdagen. En de grootste fractie in dat parlement, die van FNV Bondgenoten, heeft zich daar georganiseerd volgens de beroepsgroepen die de leden vertegenwoordigden, niet meer als één groot machtsblok. Er is geen SP-front maar ook geen PvdA-blok.

De FNV is van niemand meer. Of misschien een beetje van Heerts zelf. Met die steun in de rug heeft Heerts nu ruimte voor overleg met de sociale partners. Noten noemt het logisch dat Heerts eerst met de werkgevers praat en dan pas met minister Asscher, PvdA-fractievoorzitter Diederik Samsom, het kabinet, de oppositie en zelfs de Eerste Kamer.

Het is alleen de vraag wie dat resultaat vervolgens gaat verdedigen. Heerts zelf stapt, conform afspraak, in mei op. Dan is zijn klus geklaard en mogen de 1,2 miljoen leden via een ledenreferendum zijn opvolger aanwijzen. Intern zijn de voorbereidingen voor dat referendum in volle gang. Formeel is de zoektocht naar naar kandidaten voor dat voorzitterschap al begonnen. Het is alleen de vraag of die zoektocht geschikte kandidaten oplevert.

Intern is er nu een lobby gaande om Heerts over te halen zich kandidaat te stellen voor zijn eigen functie. Daar moet hij voor worden gevraagd, hij zal zichzelf niet zomaar kandideren. Maar als hij er in de komende maanden in slaagt om een goed resultaat in dat sociaal overleg binnen te halen, dan zal de druk om zich wel kandidaat te stellen, toenemen. Dan geeft hij leiding aan een vakbeweging die de leiderschapscrisis heeft bezworen en weer een relevante machtsfactor is in de Nederlandse polder. Zijn directe omgeving verwacht dat Heerts dan op die missie niet zomaar ‘nee’ zal zeggen.